2016 – 2017 Southern Africa

Zuidelijk Afrika...Here we go!

Na ons prachtige avontuur in Marokko wordt het tijd, dat ons echte Afrika avontuur gaat beginnen. Tijdens de reis in Marokko hebben we onze LC uiteraard goed getest en daardoor wisten we dat we nog een paar dingen aan moesten passen. Dat hebben we de afgelopen maanden gedaan. Er moesten 2 nieuwe accu's geplaatst worden samen met zonnepanelen, omdat we niet genoeg stroom hadden voor oa de koelkast. Nu kunnen we ook ergens een paar dagen blijven staan, zonder dat we moeten rijden om de accu's op te laden. Hierdoor moest ook de kast inbouw aangepast worden wat ze in Leeuwarden weer prachtig hebben gedaan (www.bedrijfswageninbouw.nl). De auto is nu helemaal klaar.

Daarnaast moesten we onze route een beetje plannen. We wilden heel graag van huis weg rijden en zoveel mogelijk over land richting het zuiden gaan. We hadden dan ook snel besloten om via Egypte, Sudan en Ethiopië te rijden om in Kenia te komen. Echter begon de situatie in Ethiopië de laatste maanden/weken een beetje te rommelen. Verschillende bevolkingsgroepen kwamen in opstand tegen de regering waardoor ook oa. de grote internationale bedrijven, zoals de Nederlandse bloemenkwekerijen de dupe waren en de noodstand in het land werd afgekondigd. Omdat we niet wisten welke kant het op zou gaan, zijn we alvast op zoek gegaan naar een alternatieve route, West Afrika. Maar ook daar rommelt het genoeg, omdat je landen als Westelijke Sahara, Mauritanië, Nigeria en Congo door moet. Daarnaast zijn de Visa voor die landen moeilijker te verkrijgen en kun je zo maar weken bezig zijn met alle benodigde Visa. Omdat we 'maar' 4 maanden hebben vonden we dat uiteindelijk voor nu niet de beste optie. 4 Maanden is natuurlijk wel lang maar niet voor zo'n reis. De situatie in Ethiopië verergerde zich steeds meer en ze spraken al over roadblocks etc. Omdat we daar pas over 2 maanden aan zouden komen en niet wisten hoe het dan in Ethiopië zou zijn zaten we met een klein dilemma. Als je namelijk  Ethiopië niet in kan, dan heb je geen alternatieve route meer, dan kun je alleen nog maar terug en dat wilden we natuurlijk ook niet.

Vandaar dat we uiteindelijk hebben besloten om de route om te draaien. We beginnen nu in het zuiden, Zuid Afrika en rijden dan langzaam omhoog. Tegen de tijd dat de zomer weer begint parkeren we de auto ergens en vliegen dan weer naar huis om de LC de volgende keer daar weer op te pikken.

Op zoek naar een rederij dus, die onze auto naar Zuid Afrika kon verschepen. We hebben offertes aangevraagd in Spanje en in Nederland. In Nederland hadden we binnen 2 dagen antwoord en in Spanje wachten we nog steeds op antwoord. Daarom hebben we voor een rederij in Rotterdam gekozen, omdat die onze auto snel kon verschepen. De beslissing hebben we op een zaterdag genomen en op woensdag moest de auto al de container in. Dus snel alles inpakken en naar Nederland rijden. Op woensdag 26 oktober hebben we de auto in de container gezet.

Onze auto zou dus al een tijdje onderweg zijn, maar helaas ontbrak er nog 1 stempel op de formulieren waardoor ze de container niet hebben geladen op het schip. Hier werden we helaas pas 1,5 week later over ingelicht. Het gebeurd dus niet alleen in Spanje 🙂 Als alles goed gaat dit keer, dan zal de container met onze LC op maandag 7 november vertrekken en begin december aankomen in Kaapstad. Wij hadden onze tickets naar Kaapstad al geboekt, dus we hebben daar nu bijna 2 weken vakantie voordat we eindelijk kunnen gaan rijden/kamperen met onze auto. Gelukkig is Kaapstad geen straf, dus daar gaan we dan eerst maar eens even goed van genieten.

We zullen deze reis onze avonturen weer bij houden op deze website, dus tot snel vanuit Zuid Afrika.

Cape Town 21.11.2016 - 06.12.2016

Wat is het heerlijk om weer terug te zijn in Zuid Afrika. Wat blijft het een prachtig land, de mensen zijn er nog steeds zo ontzettend vriendelijk en behulpzaam, het heerlijke eten, de prachtige omgeving. Het is 5 jaar geleden dat we hier voor het laatst waren en wat dat betreft is er niks veranderd.

Na 2 lange reisdagen zijn we dinsdag 22.11 aangekomen in Kaapstad. We hebben weer veel mazzel gehad in het vliegtuig door 2 keer bij de nooduitgang te kunnen zitten. De koffer is goed aangekomen en ook de autohuur ophalen was geen probleem. De zon was warm, het windje nog erg fris. Op naar onze Airbnb in Houtbaai. Het was de eerste keer dat we via Airbnb geboekt hadden dus we waren erg benieuwd. Het is een prachtig huis, met een kleine cottage ernaast. De cottage hadden wij geboekt, niet heel groot, maar wel heel compleet en lekker licht. Bij het grote huis zit een prachtige tuin met zwembad waar we ook gebruik van mochten maken. De eigenaren waren op vakantie op Bali, dus Nick de manager was ons contactpersoon. Hij was super vriendelijk en behulpzaam, zo regelde hij een splinternieuwe douche, nadat we de eerste twee dagen konden zwemmen op de vloer na het douchen. We verblijven in Houtbaai net buiten Kaapstad.

In Kaapstad is natuurlijk ontzettend veel te zien en te doen, ondanks dat we er al voor de vierde keer zijn, hebben we nog lang niet alles van Kaapstad en omgeving gezien. Dus ons vervelen doen we niet. De eerste twee dagen moeten we wel even acclimatiseren, het idee dat we zo lang weg zullen zijn, de onzekerheid over de auto, wanneer kunnen we hem ophalen etc. De eerste dag moesten we van alles regelen, van geld wisselen, boodschappen doen en papieren naar de agent van de rederij brengen, Meihuizen International.

Maar na twee dagen zijn we helemaal in de vakantie mood, dus tijd om de leuke dingen te gaan doen. Uiteraard gaan we eerst naar de V&A Waterfront, het bekende winkelcentrum, met vele winkels, restaurantjes, terrasjes aan het Waterfront met uitzicht op de Tafelberg., daarnaast wilde ik heel graag terug naar Bo Kaap, de wijk waar alle huizen een mooie pastelkleur hebben, deze wijk is vroeger door de Nederlanders gebouwd en nu is het de Islamitische wijk van Kaapstad.

V&A Waterfront

De volgende dag gaan we naar African Overlanders voor Stellenbosch, waar we gepland hebben om de Landcruiser straks in maart te gaan stallen voor de zomer. Iedereen op internet is razend enthousiast over deze camping/storage van Duncan. Echter zodra we daar aankomen zakt de moed me in de schoenen en hoe langer we daar zijn hoe depressiever ik word. Moeten we echt hier straks onze auto achterlaten? De camping is 1 grote zooi, de hutjes staan scheef gebouwd en de auto’s die daar staan te overwinteren/zomeren, staan midden in een zandbak pal in de zon met een wapperend doekje eroverheen om de zon een beetje weg te houden. Er staat 1 container waar we de auto graag in hadden willen parkeren, maar we kregen nu te horen, dat het niet zeker is dat deze vrij is voor onze auto. We hebben afscheid genomen en zouden hem nog wat laten weten. Gelukkig was Hoite ook totaal niet enthousiast, dus straks maar eens op zoek naar een andere plek. Omdat African Overlanders op de route naar Stellenbosch ligt rijden we meteen door. Stellenbosch ligt in de wijnvelden van de Westkaap, dus de omgeving is prachtig en het stadje is erg gezellig, mooie huizen, leuke winkeltjes en gezellige restaurantjes.

Op de terugweg willen we even kijken bij de Houtbaai Harbour Market, dat schijnt een leuke markt te zijn, die alleen in het weekend is. We zijn eigenlijk niet van de markten en als we daar aankomen staat het vol met auto’s dus we twijfelen of we wel naar binnen moeten gaan, maar we doen het toch. En daar hebben we absoluut geen spijt van. Als je het hebt over hidden gems (verborgen pareltjes) dan is dit er 1 van. Een absolute must do als je in Kaapstad bent. Het is 1 grote hal met vele verschillende eetkraampjes waar je allerlei lekkere dingetjes kunt kopen, pizza, sushi, empanadas, poffertjes, wraps, curry’s, smoothies noem maar op. In het midden staan grote lange tafels waar iedereen alles op eet en in de hoek staat een live band gezellige muziek te spelen. De sfeer is gezellig, het is niet te druk en het eten smaakt fantastisch.

De volgende dag bezoeken we opnieuw een markt, deze is overdag en is een hele bekende in The Old Biscuit Mill. Echter na de markt van de avond ervoor valt deze een beetje tegen, dit doordat er heel veel toeristen zijn, waardoor het dringen geblazen is, dus we zijn weer snel weg. De rest van de dag liggen we lekker bij het zwembad, die hebben we alleen vandaag (zaterdag) nog voor onszelf, want later op de dag zal het huis bezet worden door 8 Noorse studenten.

Op zondag rijden we de Chapman Peaks drive, een prachtige 9 km route van Houtbaai naar Noordhoek. Het uitzicht vanaf deze route is zo mooi en je ziet de Mount Sentinel aan de ene kant met het strand van Houtbaai en aan de andere kant de Chapmans Peak. We genieten hier vooral van de rust en het prachtige uitzicht.

Voor ’s middags hebben we kaartjes gekocht voor het Kirstenbosch Summer Sunset Concert. Elke zondag in de zomer komt er een artiest optreden in de botanische tuin Kirstenbosch, mensen nemen hun picknickkleed mee en eten & drinken om heerlijk te picknicken onder het genot van de muziek, de zon en de prachtige omgeving. De artiest kennen we niet, Jay Prayzah uit Zimbabwe, maar we gaan voor alles eromheen. Ik vind de muziek nog wel lekker, Hoite is er niet zo van, maar de hele combinatie is echt uniek. De prachtige omgeving, het groene zachte gras, de feestelijke sfeer, het heerlijke eten wauw. Wij zijn snel even langs de foodmarket in Houtbaai gegaan om daar overheerlijke verse Sushi te halen. Een namiddag om niet meer te vergeten.

De afgelopen dagen heeft Hoite op internet naar een nieuwe storage gezocht, omdat we voordat we Kaapstad verlaten wel willen weten waar we straks de Landcruiser kunnen stallen. Uiteindelijk hebben we besloten om een storage (garagebox) te huren, die zijn er namelijk genoeg, de prijzen liggen iets hoger, maar de auto staat wel veilig binnen met veel bewaking eromheen.
Gelukkig zijn ze hier enorm snel met reageren, dus we kunnen op maandag gelijk langs bij de grootste storage van Kaapstad vlakbij de luchthaven om even een kijkje te nemen. We hebben er gelijk een heel goed gevoel over. Alles is bewaakt en afgesloten, de garage is droog en zon vrij, hier durven we onze Landcruiser wel voor maanden te parkeren.

Na een week in Kaapstad te zijn werd het hoog tijd voor de bekende bergen, Signal Hill, Lions Head en Tafelberg. Alle drie de bergen moet je natuurlijk gezien hebben als je in Kaapstad bent, nu hebben wij al een voorsprong, want de Tafelberg zijn we al een keer op geweest. We rijden daarom naar Signal Hill waar je een prachtig uitzicht hebt rondom over de stad, Tafelberg en Lions Head. We hebben ook uitzicht op de haven waar hopelijk de volgende dag ons schip met daarop onze LC aankomt. Op de terugweg stoppen we nog even bij Camps Bay.

De volgende dag gaan we daarom nog een keertje terug om te kijken of het schip inderdaad is aangekomen en dat is ie. Hij ligt voor anker voor de haven. De haven ligt vol dus hij kan er nog niet in. We zien verder geen activiteit in de haven, dus we beginnen er een beetje bang voor te worden, dat donderdagmiddag de auto ophalen het niet meer gaat worden.

Later op de dag krijgen we inderdaad ook een telefoontje van de agent, dat door de enorme harde wind in Kaapstad, de schepen de haven niet kunnen verlaten of binnen kunnen. Voor Kaapstad is het heel normaal in november en december, dan waait het hier op zijn hardst. Het is nu dus afwachten wanneer de wind wat gaat liggen en de liggende schepen weg kunnen en de voor anker liggende schepen naar binnen kunnen. Op de website van de haven kunnen we precies volgen wat er gebeurt, dus dat doen we dan ook regelmatig waardoor we al snel zien, dat het ook geen vrijdag meer gaat worden. Vrijdagmiddag is ons schip leeg en zaterdagochtend vaart ie al weer verder. De douane werkt in het weekend niet, dus we hebben voor maandag ochtend om 10u een afspraak bij de douane. Dan worden alle papieren geregeld, de container wordt gecheckt en alles goed is, dan mogen we de container openen. Hoe jammer het ook is, dat we nog een paar dagen op onze auto moeten wachten is het wel fijn, dat we nu weten dat het maandag wordt en ach 2 daagjes extra in Kaapstad mag ook geen straf genoemd worden. We kunnen nu nog een keer naar de foodmarket in Houtbaai en naar het mooiste strand van omgeving Kaapstad Llandudno beach waar we nog niet aan toe gekomen waren.

Maandagochtend zijn we om 07.45 naar Avis vertrokken om de huurauto terug te brengen, deze zit op 20 minuten lopen van Meihuizen International af. Het is maar goed dat we zo op tijd vertrekken, want Kaapstad heeft net zo’n groot fileprobleem als Nederland. We komen om 9u aan bij Avis, snel de auto inleveren en doorlopen naar Meihuizen, daar stappen we meteen in de auto om naar de douane te gaan en daarna naar de opslag Culemborg waar onze container staat. Toch is het best wel spannend, 41 dagen geleden hebben we de Landcruiser in de container gezet en nu gaat ie weer open. Zal alles daar binnen nog goed zijn en zit ie er wel echt nog steeds in? Mooi momentje als de deur open gaat en hij er echt in staat, wauw!!
Alles gaat verbazingwekkend snel en om 11u rijden we onze Landcruiser uit de container. Een uur later nadat we de tent, dak-kist en reservewiel hebben gemonteerd op het dak, rijden we dan echt eindelijk de weg op. Onze Roadtrip2adventue kan beginnen.

We hebben onze Landcruiser inmiddels een naam gegeven, Bill Jerky. Tijdens onze voorgaande roadtrips in Amerika en Zuid-Afrika kochten we altijd Beef Jerky (Amerika) en Bill Tong (Zuid Afrika) voor tijdens het rijden. Dit is gedroogd/gekruid vlees waar je heerlijk op kunt kauwen, helaas nauwelijks te verkrijgen in Europa. Als we dan ook in deze landen zijn, ontbreekt de Bill/Jerky dan ook nooit, dus we vonden het wel een leuke naam voor onze grote vriend.

Morgen gaan we dan eindelijk on the road met onze Bill en verlaten we de luxe Airbnb’s om de campings en het wild kamperen op te zoeken. De eerste nacht in ons tentje valt zo precies op mijn verjaardag, dus een beter verjaardagskado had ik me niet kunnen wensen.

Tot de volgende keer!

Cape Town - Paarl - Berrydale - Bonniedale - Oudtshoorn 06.12.2016-12.12.2016

We zijn pas 10 dagen weg uit Kaapstad, maar het lijkt veel langer, omdat we al zoveel hebben gedaan en gezien. We hebben inmiddels ook al op veel verschillende campsites gestaan. Wat een oase, niet allemaal maar de meeste zijn echt mooi met goede faciliteiten.

Op mijn 40e verjaardag zijn we ’s ochtends eindelijk met onze Bill weggereden Houtbaai/Kaapstad uit, nadat we onze watertanks gevuld hadden. We zijn niet heel ver gereden, omdat we graag op tijd op de camping wilden aankomen waar we weer even zouden moeten wennen aan het camping leven. We kloppen aan bij Berg River Resort in Paarl tussen Stellenbosch en Franschhoek in. Een hele mooie camping aan de rivier met heel veel gras, perfect plekje om mee te beginnen. Bij elke enorme campingplaats staat ook een eigen braai (BBQ), dus we wisten meteen wat we als verjaardagsmaaltijd zouden gaan eten voor mijn verjaardag, onze eerste Zuid-Afrikaanse braai van deze reis.

Het campingleven is inderdaad even wennen, we moesten nog even onze weg zoeken, waar ligt ook al weer alles, hoe klappen we de tent ook al weer het snelste uit. Ook het douchen en naar de wc gaan is weer even wennen, voordat je gaat moet je overal aan denken, dus de eerste paar keer was het vaak heen en weer lopen, toiletrol vergeten, sleutel van de deur vergeten, shampoo vergeten… en daarnaast ben je nooit alleen. Of je hebt buren terwijl je op de wc zit of er vliegen allemaal insecten om je heen die je niet met rust laten. Ook heb je niet altijd een warme of werkende douche. Maar alles went, dus we hebben nog een extra nacht geboekt, omdat het op deze camping zo goed bevalt en we hadden best nog wel wat dingetjes die we met de auto moesten doen, zoals ons watersysteem. Het water wat uit onze kraan kwam smaakte zo chemisch, dat dit niet ok was. Uiteindelijk bleken de watertanks te lang zonder water te hebben gestaan en was het water wat we in Kaapstad mee hadden genomen helemaal bruin. Dus nadat we de watertanks en waterfilter schoon hadden gemaakt en opnieuw gevuld hadden, kwam er schoonwater uit onze kraan. Ondertussen hadden we ook ‘vrienden’ gemaakt met onze Zuid-Afrikaanse buren waar we een hele gezellige avond mee hebben gehad de laatste avond en die ons veel hebben kunnen vertellen over het leven voor en na de apartheid als donkere zijnde.

Op 9 december zijn we dan echt gaan rijden, helaas voor ons regende het die laatste nacht enorm en ook ’s ochtends toen we wakker werden kwam de regen met bakken uit de lucht. Omdat we toch op tijd wilden vertrekken en de voorspellingen niet veel beter waren voor de rest van de dag, moesten we in de stromende regen, de spullen inpakken en de tent opruimen, leuk zo’n eerste keer. Doorweekt zijn we de auto ingestapt, daarnaast deed het warme water het die ochtend niet, dus we waren ook nog verkleumd. Maar ach, veel erger kan het dan niet meer worden, dus dat hebben we dan weer gehad.

Onze volgende stop zou Berrydale zijn, Berrydale ligt aan het begin van een mooie 4x4 route waar we de volgende dag aan zouden beginnen en is een klein leuk stadje. In Merrydale staat de campsite Warmwaterberg, maar wanneer we daar aankomen schrikken we wel eventjes. Wat een puinzooi, alles is oud en kapot en de toiletten en douches zijn te smerig voor woorden en ze vragen er ook nog veel meer voor dan de mooie camping waar we net vandaan kwamen. Maar goed we hebben niet veel keus en het is maar voor 1 nachtje. Het belangrijkste was dat we snel onze tent uit konden klappen om alles te laten drogen. Inmiddels was namelijk niet alleen de tent zeiknat ook onze matras en gehele beddengoed was doorweekt. Gelukkig scheen het zonnetje nog even en waaide het hard, waardoor alles gelukkig net op tijd droog was voordat het donker werd. Terwijl ons beddengoed lag te drogen, zijn wij de hotspring in gegaan, een natuurlijk bron vanuit de bergen. Het water was heerlijk heet, dus gelukkig hadden we ook een pluspuntje gevonden op deze camping. ’s Avonds stak de wind weer goed op, dus wederom lagen we er lekker vroeg in, omdat het dan buiten echt te koud is om te blijven zitten.

Na de overnachting op de smerige camping konden we aan ons 4x4 avontuur beginnen. We gingen richting Bonniedale midden in de bergen aan de voet van de Oxtrail. De weg ernaar toe was een mooie 4x4 route, maar niks heftigs, dus een leuke route om mee te beginnen. Onderweg kwamen we een man tegen die te voet de bergen doorstak, dus we vroegen hem of hij een lift wilde. Daar zei hij maar al te graag ja op en later begrepen we ook waarom. Hij moest anders 14 km over een zanderig kiezelpad lopen met stevige klims en afdalingen en dat met met een dikke spijkerjas aan en muts op zijn hoofd. Hij moest wel op de treeplank mee, want in de auto hebben we natuurlijk geen stoelen, maar ook geen plaats, maar dat vond ie geen probleem. Hij was ons erg dankbaar toen we hem 12km verderop afzetten. Wij moesten nog een stukje doorrijden naar Bonniedale, dit kon via de normale route, maar ook via de Goliathberg. Uiteraard kozen wij voor de Goliathberg, liever niet normaal dan wel. Daar hebben we geen spijt van gehad, omdat we bovenaan een prachtig uitzicht over de vallei hadden. Echter bijna aan het einde van de weg ging de weg in 1 keer steil naar beneden midden in een bocht en uit dat stuk ontbraken hele stukken weg. Nu is het de bedoeling dat je niet uitschiet, omdat je dan de afgrond inrijdt, maar omdat onze auto vrij zwaar is en aan de achterkant laag door de extra dieseltank en reserve wiel konden we er niet overheen, de knik was te groot, waardoor we waarschijnlijk de tank of reservewiel flink zouden beschadigen. We hebben nog geprobeerd om de gaten met grote stenen te vullen en losse grond erin te gooien, maar uiteindelijk moesten we achteruit de berg omhoog op om bovenaan te draaien en toch via de normale 4x4 route te gaan. Helaas volgende keer beter.

Om ons heen was alles vrij droog, maar toen we aankwamen bij Bonniedale Farm zagen we een klein meertje aan een mooi groen grasveld en ook de campsite is lekker groen. De boerderij is in 1890 gebouwd en staat aan de Oxtrail route. De Oxtrail route is in 1689 ontdekt door een Nederlander van de Dutch East Indian Company. Hij heeft er toen 7 dagen over gedaan om het gebergte Cape Fold Mountains door te kruisen. Daarna is deze route 180 jaar lang gebruikt door alle mensen met huifkarren om aan de andere kant van de bergen te komen. Tegenwoordig ligt er een normale weg en wordt de Oxtrail route alleen nog door 4x4 rijders gebruikt voor de lol. We hebben genoten van dit mooie verborgen plekje tussen de bergen, met buitendouche en geen telefoonbereik of electriciteit. We wilden bijna een dag extra blijven, maar zijn toch de volgende ochtend vertrokken nadat we gewekt werden door de paarden naast onze tent.

Op naar de Oxtrail route (toegang 250 ZAR = 17€). We waren enorm onder de indruk dat deze route met paard en wagen jarenlang gereden is en daarnaast waren we onder de indruk van de prachtige omgeving, de natuur en de bergen. Ook de weg was bijzonder, door water, struiken en over stenen, zand en met prachtige uitzichten. Het hobbelde goed en op sommige stukken was ik blij dat de handgrepen zo stevig zijn, dat ze zelfs door mijn stevige knijpen bleven zitten, op sommige momenten heb ik ook eventjes mijn ogen gesloten, maar het was het allemaal meer dan waard. We konden niet sneller dan 3 a 5 km per uur rijden, dus we hebben er een paar uurtjes over gedaan. Aan het einde van de dag kwamen we in Oudtshoorn aan. Oudtshoorn staat vooral bekend om de struisvogels, dus die kwamen we onderweg erheen ook vele malen tegen. Wat een grappige beesten. We hebben geslapen op de camping Kleinplaas. Een mooie camping met goede faciliteiten en voor 10 ZAR (0,70€) per was heb ik 2 wasmachines en 1 droger gedraaid. Heerlijk om weer alles schoon te hebben. In Oudtshoorn hoefden we voor de eerste keer niet vanwege de koude wind vroeg naar bed, de temperaturen waren een stuk hoger en de wind was een stuk minder koud, dus eindelijk konden we na het eten nog even buiten blijven zitten.

Until next time!

Onze campingplaatsen:

Plettenbergbay - Baviaanskloof - Addo - Graaf Reinet, Zuid-Afrika 12.12.2016 - 17.12.2016

Ons volgende doel was Plettenbergbay waar we de vorige 2 keren in Zuid-Afrika ook geweest waren. Dit keer niet via de Garden route maar uiteraard via een 4x4 route. We moesten via de Louvain Farm waar we 200 ZAR (13,65€) moesten betalen. De route heet de Voortrekkerspas die overgaat in de 7 Old Passes route. De Voortrekkerspas is wederom een heftige route, met nauwe weggetjes, diepe kuilen, hoogtes en dieptes. Erg mooi maar ook weer erg hobbelig en stoffig. Het is maar goed dat we niet zoveel fruit bij ons hadden anders waren we allang een rijdende smoothie geweest. We hebben ook al snel een ruilhandeltje opgesteld, wij hebben een hoop stof meegenomen (letterlijk alles zit onder het fijne stof, wat je echt overal terugvindt) en we hebben heel wat lak aan de struiken afgegeven. Het zal me niks verbazen als de struiken nu blauw zijn i.p.v. groen. Pijnlijk om te zien, dus we moesten allebei even goed slikken, maar ja het hoort erbij, dus we zullen het moeten accepteren. Onze Bill doet het fantastisch wat een monster. Elke keer als we bv ergens steil omhoog rijden met alleen maar losse stenen onder ons en we weg denken te glijden of dat het te steil is, dan is er altijd nog wel een versnelling, lage giering of diff lock, die ons er makkelijk doorheen sleept, dus we zijn super trots op onze Billie. Ook deze route liet ons niet harder dan 3 a 5 km per uur rijden, dus na de 7 Old Passes route kwamen we op de verharde weg aan en dat is dan toch wel even een kleine verademing.

We reden eerst Knysna binnen, waar we de auto af hebben laten spuiten, oftewel weer zichtbaar hebben gemaakt en daar zag Hoite, dat de weg zo slecht is geweest, dat we de stroomvoorziening van de trekhaak er zo goed als afgereden hebben, door de diepe kuilen in de weg. Gelukkig gebruiken we deze trekhaak nooit. In Knysna heb ik ondertussen ook weer wat boodschapjes voor het avondeten gedaan voordat we door konden rijden naar Plettenberg. Daar hebben we een dealtje gesloten met camping Keurboom Lagoon, als we na 15u zouden komen en voor 10u weer weg zijn, dan hoefden we geen 790 ZAR (53,85€) maar 280 ZAR (19€) te betalen. Het is een super mooie camping met grote plaatsen en een mooi groot en schoon toiletgebouw. Helaas is onze geliefde pizzeria aan zee met uitzicht op de dolfijnen precies op maandag gesloten, dus we zijn ergens anders pizza gaan eten. Plettenberg voelde toch wel weer als een beetje thuis komen, we hebben hier de vorige twee keer in Zuid Afrika samen 3 weken gezeten.

De volgende ochtend gingen we richting de Baviaanskloof. De weg ernaar toe is de Baviaanskloof 4x4 route. Het eerste deel is een normale weg, dus die slaan we over. We zijn meteen doorgereden naar Kareedouw waar we de off road route pakten. De route is iets beter begaanbaar als de vorige twee 4x4 routes dus we konden dit keer gemiddeld 10km per uur rijden. De 4x4 route is normaal gesproken een erg mooie route, echter is het nu een heel trieste omgeving. De afgelopen weken hebben er maar liefst 80 branden gewoed die ruim 20.000 hectare bos hebben verbrand. Dat is die dag pijnlijk goed te zien, bijna het hele gebied waar we doorheen rijden is kaal, zwart en ruikt verbrand. Er is weinig groen te zien, alle planten en bomen die er nog staan hebben geen bladeren meer en zijn verkoold. Zover we konden kijken is alles verbrand. De meeste branden zijn aangestoken, en zijn begonnen bij een paar kleine kinderen die het hebben aangestoken, omdat ze nieuwsgierig waren hoe lang het zou duren voordat de helikopters zouden komen. Zo ontzettend zonde, want anders was dit een prachtig mooie omgeving geweest. Na uren rijden kwamen we in de vallei van de Baviaanskloof aan, waar we ons moesten melden bij de Farmhouse, ook hier moesten we voor de 4x4 route betalen, dit keer 120 ZAR (8€) deze bedragen worden gebruikt om de routes berijdbaar te houden. We redden het niet meer om op tijd de hele Baviaanskloof zelf nog te gaan rijden, dus we zijn gaan kamperen op de Doringkloof Boskamp. Wat een mooi verborgen plekje. Plotseling in alle droogte heb je een klein meertje met een mooi grasveld eromheen. Splinternieuwe douchekamers en toiletten. We waren mooi op tijd dus hebben nog even van het zonnetje kunnen genieten.

De volgende ochtend werden we door de apen gewekt. Van alle kanten kwamen ze aanlopen/springen. We moesten echt onze spullen bewaken, want we hoorden van de andere campsite gasten dat ze de ochtend ervoor de hele camping op zijn kop hadden gezet, alle prullenbakken omgegooid, handdoeken gestolen en op de daken van de auto´s gaan zitten. Hoite gooit wat beschimmeld brood in onze prullenbak en binnen een paar seconden had 1 van de apen de prullenbak al open en het brood eruit gestolen.

Die dag rijden we door de Baviaanskloof zelf, een National Park. We moeten 40 ZAR betalen (2,80€) en we worden gewaarschuwd voor de zeer agressieve buffels die er rondlopen. Uiteraard hebben we niet 1 buffel gezien. De route is erg mooi, maar omdat het een National Park is rijden we voor het eerst niet alleen op de route. We konden ook wat harder rijden, dus we hadden nog tijd genoeg om door te rijden naar Addo. In Addo zit het Elephant Park, het eerste Safari Park wat we gaan bezoeken. We moesten lang zoeken naar een campsite, want veel aanbod was er niet, dus uiteindelijk moesten we voor Homestead kiezen. Een prima camping, kleine staanplaatsen en rare toiletgebouwen, die erg oud en best wel vies waren, maar ook dit keer zit er niks anders op. We zijn inmiddels erg verwend geraakt hier in Zuid Afrika met de campings. Dus er moet er ook eentje tussen zitten die wat minder is. Het is hier nog warmer dan de andere dagen dus de temperaturen zijn wel echt aan het stijgen, overdag is het nu ca 35 graden.

De volgende dag moesten we vroeg op, omdat je ´s ochtends het meeste wild kunt spotten. De gate van het Elephant park gaat om 7u open, dus wij stonden om 7u voor de poort. Vanwege de enorme droogte in Zuid Afrika zijn veel waterholes opgedroogd en is het dus moeilijk om het wild te spotten. De meeste zitten bij de waterholes waar nog wel wat water in zit. Dus daar hebben wij ook de meeste dieren gespot, zoals olifanten, buffels, zebras, wrattenzwijnen en verschillende antilopen. Toen we bij 1 van de waterholes aankwamen kwam er net een olifanten familie aanlopen met een lief klein olifantje. Terwijl wij stonden te kijken naar de olifanten bij de waterhole hoorden we in 1 keer een woeste olifant onze kant op komen draven. We schrokken ons rot. Hoite zette de auto snel in zijn achteruit en is weg gereden. Meneer was erg boos en waarschijnlijk beschermend naar zijn kleine toe, want hij was echt woest. We hebben uiteindelijk 5 uur rondgereden en toen vonden we het tijd worden om door te rijden naar Graaf Reinet.

Graaf Reinet is een stadje gesticht in 1786 en de op 4 na oudste blanke nederzetting van Zuid Afrika. In de 18e eeuw bereikten de eerste bereden commando´s van de Nederlandse kolonisten dit gebied en dat is ook te zien aan de bouwstijl van de oude gebouwen. We zijn 1 dagje extra op de leuke camping Profcon gebleven, omdat we een dagje rust wilden om alles even schoon te maken, foto’s te backuppen en de website bij te werken, voordat we morgen naar onze volgende bestemming reizen, Lesotho. Het gaat een een rit van ca. 9u worden met onze eerste grensovergang met Bill.

Bye bye South Africa (for now) and hello Lesotho!

 

Onze kampeerplekken:

Lesotho - Drakensbergen, Zuid - Afrika 17.12.2016 - 21.12.2016

Door gebrek aan wifi onderweg lopen we een beetje achter met onze verslagen, dus we hopen er vandaag een paar tegelijk te kunnen posten. Inmiddels zitten we namelijk al in 2017, dus bij deze iedereen een gelukkig nieuwjaar, dat 2017 maar vol met geluk, succes, gezondheid en mooie momenten mag zijn.

Op 17 december zijn we om 5u opgestaan, omdat we een lange rit voor de boeg hadden naar Lesotho, tenminste dat gaf onze GPS aan. Daarnaast heb je nog weleens pech bij de grensovergangen in Afrika die uren kunnen duren. We houden er niet van om in het donker ergens aan te komen, dus vandaar dat we er vroeg uit gingen. Als je dan denkt de enige te zijn, die zo vroeg opstaat, dan hebben we dat hier volledig mis. De Zuid-Afrikanen staan altijd vroeg op, zelfs op vakantie. Dus om 5u waren al onze buren ook al bezig met inpakken. Soms moet je dan ook gewoon wachten bij de toiletten/douches omdat ze bezet zijn. Om 6u hadden we heerlijk gedoucht in het super de luxe toiletgebouw, alles ingepakt en ontbeten, dus klaar om te gaan. De rit ging voorspoedig, dus we kwamen al rond 12u aan bij onze eerste grensovergang van deze reis. Hoite had een mooie route uitgestippeld via een 4x4 route, dus we wisten niet zeker of er wel een grensovergang zou zijn, maar die was er. Alles zag er netjes uit en er stond niemand anders, dus we waren meteen aan de beurt. De stempels waren snel gezet, helaas met de verkeerde datum, dus dat moest aangepast worden en ook de stempel op onze Carnet de Passage (soort paspoort voor de auto) hebben ze op ons verzoek gezet. Op naar de Lesotho kant. Daar zat 1 jongen helemaal alleen en gaf ons ook meteen de benodigde stempels. We moesten aan beide kanten zelf om de stempels van het Carnet vragen, waarschijnlijk omdat ze nog nooit een buitenlandse auto aan de grens hadden gehad. Het was dan ook wel een zeer rustige grens. Waar de douanebeambten aan de Zuid-Afrika kant grapjes maakten over ons stuur wat aan de verkeerde kant zit, vroeg de douanebeambte aan de Lesotho zijde of we niet wat voor hem hadden (geld dus). Hoite heeft hem lachend een biertje aangeboden en een pakje sap en toen mochten we doorrijden, hij durfde waarschijnlijk niet echt om geld te vragen. Binnen 20 minuten hadden we 2 grensovergangen gehad, volgens ons blijft dit het record vanaf nu. Op naar de camping Malealea Lodge. Terwijl we de eerste kilometers in Lesotho reden, zagen we al dat de mensen hier in vele betere hutjes of huizen woonden, de armoede was er wel maar het straalde niet van de mensen af. Alle vrouwen liepen met leuke hoedjes op en sommige met een parasolletje tegen de zon, de meeste vrouwen hadden ook mooie jurken aan. Ook de mannen waren netjes gekleed. En iedereen die ons voorbij zag rijden lachte of zwaaide vrolijk. Waar je in Zuid-Afrika de grote prachtige villa´s ziet waar de blanken in wonen en de armoedige trieste krotten in de krottenwijk op elkaar gepropt waar de donkere mensen wonen, zag je hier dat alle voornamelijk donkere mensen in mooie huisjes of hutjes woonden.

Lesotho is een onafhankelijk land omringt door Zuid-Afrika. Vanaf 1966 zijn ze onafhankelijk geworden en er is hier dus ook nooit Apartheid geweest. 1 Op de 4 mensen is met H.I.V. besmet en de gemiddelde levensverwachting ligt hier op 53 jaar. Zoals in veel landen in Afrika schamen mensen zich voor H.I.V., dus als er iemand aan H.I.V. overlijdt, dan is de doodsoorzaak bijna altijd tuberculose. Lesotho is ook het land wat het hoogste laagtepunt heeft. Heel Lesotho ligt op minimaal 1000 meter, daarnaast bevindt zich hier het hoogstgelegen restaurant van Afrika en het hoogstgelegen bar van de wereld. Het hoogste punt ligt op 3240 meter. Je kunt in de winter dan ook prima skiën hier.

De natuur is prachtig hier. Elke keer als we in een land zijn waarvan we zeggen, dit kan geen enkel land meer overtreffen, dan kom je later toch weer ergens in een land wat wel alles overtreft, dit gebeurde in Lesotho. Uitleggen hoe het eruit ziet is erg moeilijk, dus hopelijk zeggen de foto´s genoeg. Rond 14u kwamen we aan bij Malealea Lodge. We hadden hoge verwachtingen, want we hadden goede recensies gelezen. De campsite was erg mooi, met prachtig groen gras, de hutjes eromheen zagen er ook goed uit, dus we hadden er helemaal zin in. We hadden geboekt oor 2 nachten, dus we zouden nog even blijven. Het was prachtig mooi weer, dus we hebben even heerlijk relaxed gezeten. Helaas vielen de sanitaire voorzieningen heel erg tegen, alles was ontzettend smerig. Wc’s waren bruin en zaten onder de urine, in de douches lagen bossen haar, er vlogen minimaal 25 brommende vliegen rond en verder was alles oud en kapot. Wat een domper. Omdat we alle tijd hadden op de dag van aankomst besloten we om de volgende dag toch maar door te rijden. We konden kiezen uit 2 routes, ofwel binnendoor via een 4x4 route of wel rondom over de normale weg. De 4x4 route had als voordeel dat je vooral mooie natuur tegen zou komen en de route eromheen had als voordeel dat je meer van het land en de mensen zelf zou zien. Omdat we al veel 4x4 routes hebben gedaan, kozen we ervoor om meer van het land en de mensen te zien. De volgende ochtend wilden we vroeg vertrekken, maar we raakten in gesprek met onze Zuid Afrikaanse buren en hebben een hele interessant gesprek gehad over Zuid-Afrika, zo komen we steeds meer te weten over hoe het is om te wonen in dit prachtige land.

Doel was naar Oxbow te rijden helemaal bovenin het land. Wederom verraste Lesotho ons met de prachtige natuur, mooie bergen, enorme kloven, mooie huisjes en ontzettend vriendelijke mensen. Zelfs in de wat grotere plaatsen en rondom de hoofdstad Maseru kwam niks bedreigends over. Onderweg zijn we 5 roadblocks tegengekomen. Bij de eerste mochten we doorrijden, maar bij de tweede werden onze papieren gevraagd. En vervolgens onze verzekeringspapieren. We rijden uiteraard onverzekerd rond hier, omdat de Spaanse verzekering Afrika niet dekt. Dus we moeten bijna in elk land een aparte verzekering kopen. In Zuid-Afrika is het niet nodig, omdat daar de verzekering in de brandstofprijs zit. In Lesotho hadden we er 1 bij de grens moeten kopen, maar omdat we via de 4x4 route gingen was er geen verzekeringsagent bij of dichtbij de douane aanwezig. Dus hebben we ook geen verzekering kunnen kopen. We moesten ons dus bij de politie voor de domme houden. Op een gegeven moment vraagt de politieagent of we dan geen verzekeringssticker hebben, blijkt dat ze in Lesotho een sticker op het raam plakken van de autoverzekering, dus heeft Hoite maar naar onze Spaanse APK sticker gewezen die op ons raam geplakt zit. De politieagent keek even en vond het ok, dus mochten we doorrijden haha. Bij de andere roadblocks hebben we verder geen problemen meer gehad.

We reden steeds rond de 1600 meter hoogte. Op een gegeven moment veranderde het landschap in grotere bergen, groen maar minder verschillende kleuren groen en ook stegen we naar boven de 2500 meter, dus de bomen hielden op. De temperatuur zakte van 33 graden naar 19 graden en er stond een erg koude wind. Halverwege de middag kwamen we aan bij Oxbow, echter was het daar guur koud en de accommodatie lag er verlaten bij. Niet echt een fijne plek om onze tent op te gaan zetten. Dus besloten we om door te rijden naar onze volgende stop, waar we de volgende dag heen zouden rijden, in de hoop dat het daar wat gezelliger en warmer zou zijn. Van de vorige camping hadden we als tip St. James Lodge in Ha Koenehoe doorgekregen, dus dat werd ons volgende doel. Nog een paar uurtjes extra rijden. We stegen naar de 3200 meter en het werd alsmaar kouder en donkerder. De hele omgeving veranderde, niet minder mooi, maar het werd wat eentoniger. De mensen aan deze kant leven wel wat armoediger, de hutjes werden eenvoudiger, de mensen lachten en zwaaiden minder en als kinderen ons voorbij zagen komen, dan floten ze om aandacht en als je dan keek lachten ze eerst en hielden vervolgens hun handen op om te bedelen. Er liepen vele herders op lange rubberlaarzen, onderbroek en daar een grote deken omheen. Op hun hoofd hadden ze een soort bivakmuts. Dit alles om zich tegen de zon en gure wind te beschermen. Als we zwaaiden, dan kregen we een achterdochtige blik terug en maar een enkeling zwaaide voorzichtig terug. Lesotho heeft duidelijk 2 gezichten. Aangekomen in Ha Koenehoe lag St. James Lodge er erg verlaten bij, dus snel maps.me aangezet om te kijken of er in de omgeving nog ene andere camping was. Maps.me is een fantastische app, omdat deze app offline werkt en je kunt alle wegen, supermarkten, campings etc. offline opzoeken en daarna wijst maps.me je de route. Zo kwamen we Molumong Lodge tegen, daar maar even kijken. Maps.me stuurden ons door een dorpje met allemaal armoedige hutjes, nieuwsgierige maar argwanende inwoners en een bijna onbegaanbare weg. Ook Molumong Lodge lag er erg verlaten bij, Hoite ging even kijken en kwam de eigenaar tegen. De man sprak slechts Engels en er waren verder geen andere gasten. Maar we moesten wat, het was inmiddels 17u en we waren bijna bij de grens, dus we konden ook niet nog verder rijden. We moesten hier dus wel blijven. Inmiddels was de eigenaresse ook tevoorschijn gekomen en zij was een hele lieve vriendelijke vrouw, Norma, die vloeiend Engels sprak. Ze kwamen zelf uit de hoofdstad en waren jaren geleden hier op vakantie geweest. Ze waren toen verliefd geworden op dit plekje, dus een jaar geleden hebben ze de eigenaresse gebeld om te vragen of ze het mochten kopen. Dat mocht en zo zijn zij er 8 maanden geleden gaan wonen om alles te renoveren. Nog lang niet alles was klaar, omdat het geld op is, dus beetje bij beetje renoveren ze alles. Dat wat gerenoveerd was, zag er fantastisch uit. En omdat het toiletgebouw van de camping nog niet klaar was mochten wij gebruik maken van toilet/douche van 1 van de kamers. Zo denk je dus in een vervallen en creepy iets terecht te komen en blijkt het een pareltje te zijn. Norma is zo’n lieve vrouw, die gun je alles.

Een eindje verderop brak er onweer uit, dus we moesten gaan haasten, snel wat macaroni gekookt, gegeten en tent op gezet en toen barste het los. Het onweer was inmiddels ook op de campsite aangekomen. We hebben nog wel even getwijfeld of we in de tent moesten gaan liggen, omdat we op 2500 meter stonden in een open veld zonder hoge bomen om ons heen. Onze tent was het hoogste punt in de hele omgeving. Omdat de kans erg klein is dat je geraakt wordt door de bliksem zijn we toch maar gaan liggen, maar we hebben een aantal momenten gehad, dat de bliksem en enorme donder zo ontzettend dichtbij klonken, dat we elkaar aankeken en ons afvroegen of we toch niet in de auto moesten gaan slapen. Uiteindelijk hebben we dat niet gedaan en gelukkig werden we de volgende ochtend gewoon wakker. Tijd om te gaan. Lesotho was prachtig en helaas zijn we er maar 2 dagen geweest, maar toch waren we ergens blij weer terug naar Zuid-Afrika te mogen. Als we nog aan de andere kant hadden gezeten, was het anders geweest.

We zouden het land verlaten via de Sani Pass. Een prachtige 4x4 route, die ons weer naar normale hoogte moest gaan brengen. Het was eerst 40 kilometer rijden naar de grens van Lesotho, waar we ook weer binnen 5 minuten weer buiten stonden.

Zo konden we snel via de Sani pass naar beneden rijden. De Sani pass is echt prachtig, een 4x4 route naar beneden naar Zuid-Afrika. Aan het einde van de Sani pass kwamen we aan bij de Zuid-Afrikaanse grens, wat wederom een snelle gebeurtenis was. En we waren weer terug in Zuid-Afrika, heerlijk. Helaas begon het te regenen, dus we zijn snel naar Underberg gereden om daar wat boodschappen te doen om vervolgens naar Khotso Horse Trails camping te gaan. De camping is net nieuw, dus de faciliteiten zijn mooi en nieuw, er is zelfs een hutje met een complete keuken erin. We kunnen dus gelukkig droog koken. Inmiddels zijn ook de andere gasten van de camping naast de keuken aan het braaien, dus we raken in gesprek. Als er daarna dan nog een familie aansluit, hebben we onverwachts een hele gezellige avond waar voornamelijk over politiek en de situatie in Zuid-Afrika gesproken wordt. Hoe is het hier in Zuid-Afrika en hoe is het in Europa. Erg interessant maar vooral gezellig. De volgende ochtend hadden we een paar uurtjes zon, dus zijn we de berg opgelopen waar we prachtig uitzicht hadden op de groene omgeving. De rest van de dag hebben we geschuild voor de regen in de backpackers woonkamer waar we s avonds voor 7€ een enorme BBQ / braai hadden verzorgd door de camping. Heerlijk om niet in de stromende regen zelf te hoeven koken.

Onze kampeerplekken:

 

Hasta luego!

Mozambique 26.12.2016 - 29.12.2016
Voordat we op 2e Kerstdag naar onze tweede grensovergang reden moesten we eerst een stukje terug naar het stadje Manguzi, voor wat boodschappen (in Mozambique is tot aan Maputo de hoofdstad weinig te verkrijgen), tanken (de diesel in Mozambique is erg slecht) en voor een onderdeel voor onze waterpomp (die helaas kapot is gegaan). Het tanken en de boodschappen lukte, helaas was de winkel waar we het waterpomp onderdeel konden kopen dicht, omdat het de 26e boxing day is, een nationale feestdag. Het is erg zuur dat we nu geen werkende waterpomp hebben, want in Mozambique en Swaziland (waar we daarna heen gaan, zal het water niet drinkbaar zijn). Dus we slaan ook wat grote flessen water in.

Op naar de grens. We bedenken ons in 1 keer, dat Greg de dag ervoor nog had gezegd, dat als je naar Mozambique gaat, dat je dan een blauwe sticker met een gele triangel op de bumper moet plakken. De politie in Mozambique is bijzonder corrupt en houdt zeer regelmatig mensen aan om ze vervolgens om een onzin reden een bekeuring te geven. Het ontbreken van de Mozambique triangel kan er 1 van zijn. Omdat we niet weer helemaal terug wilden rijden gokten we het erop dat we bij de grens misschien zo’n sticker zouden kunnen kopen. Aangekomen bij de grens kwamen we in een lange file te staan met auto’s. Dit zou iets langer gaan duren, dan de grensovergang bij Lesotho. Om tijd te besparen nam ik het stuur over en ging Hoite alvast met alle papieren naar de douane. Bij de auto voor ons stapten net 2 vrouwen uit, dus Hoite vroeg aan hen of de sticker ect verplicht was. De vrouw dacht van wel, maar wist het ook niet zeker. Maar ze had er nog wel 1 in de auto liggen, die mochten we wel hebben. Binnen een minuut had Hoite dus de ontbrekende sticker geregeld. Nu de papieren nog, die duurden wat langer. Uiteindelijk hebben we er ruim 2 uur over gedaan, om onze paspoorten te laten stempelen in Zuid-Afrika en Mozambique, de auto uit te voeren en weer in te voeren en de autoverzekering te regelen. Meteen in Mozambique hield de normale weg op en werd het mul zand. Deze grensovergang kan dan ook alleen door 4x4 voertuigen gebruikt worden.

In heel Zuid-Afrika hadden ze ons gewaarschuwd voor Ponto d’Ouro, dat deze plaats vol zou staan met Zuid-Afrikanen in deze periode en dat het er erg druk zou zijn. Wij hadden dan ook het plan om door Ponto d’Ouro te rijden en naar het rustiger Malongane te gaan. Maar toen we Ponto d’Ouro binnen reden, zag het er wel gezellig uit. Dus we besloten om bij de camping te gaan kijken of ze plaats hadden en zo ja dan zouden we toch hier blijven en dan later door rijden naar Malongane. Plek was er op camping Tandje Beach Resort. De camping staat aan het mooie strand, dus de locatie is perfect. We hebben voor 2 nachten geboekt en zouden daarna wel weer verder kijken. Als je namelijk even ergens staat, dan weet je pas hoe de camping echt is. Nou deze camping stond inderdaad vol met Zuid Afrikanen, een beetje anders dan we onderweg waren tegen gekomen, de mensen zijn een beetje te vergelijken met de jeugd die bij ons in Lloret op vakantie komt en de Nederlanders die naar Salou en de Costa Brava op vakantie gaan. De camping ligt vol met rotzooi, met nme plastic en lege flesjes bier. De toiletten zijn te smerig om op te noemen, het water uit de kraan is bruin met veel zand, de afwasbakken liggen vol etensresten en vliegen. Bij elke tent staat een ghettoblaster aan met muziek en op de camping rijden tientallen quads voorbij en staan er honderden 4x4 auto’s geparkeerd. Even iets anders dus dan wat we tot nu toe gewend zijn, de kleine bushcamping, de nette grotere campings, maar ach alles heeft zijn goede en minder goede kanten. Elke 5 minuten staat er wel een local aan de tent om te vragen of ze jouw tent op kunnen zetten of de afwas/was kunnen doen en anders of je nootjes/broodjes/sarongs etc wil kopen. De Zuid-Afrikanen maken er veel gebruik van, dus de locals werken genoeg, maar in Zuid Afrika zijn ze dan ook gewend om een huishoudster te hebben. Wij zijn dat niet gewend en zouden het ook niet echt willen, dus hier ook niet. De afwas doen we zelf wel in het bruine zanderige water en de was bewaren we nog even voor de eerstvolgende plaats met schoner water en hopelijk wasmachines. Ik verlang even terug naar de camping in Oudtshoorn met de fantastische schone wasmachines.

Bij aankomst heeft Hoite gevraagd of er regen voorspeld was er daar werd heel zeker op gereageerd, dat ze de dag ervoor een beetje regen hadden gehad en dat er voorlopig geen regen meer zou komen. Dat was mooi, want het was erg warm, dus we konden de regenhoes eraf halen en zo lekker onder de sterrenhemel in slaap vallen. Zo gezegd, zo gedaan. Midden in de nacht begon het toch een beetje te druppelen, maar als het daarbij zou blijven was er niks aan de hand. Onze tent is waterafstotend, dus een klein regenbuitje kan ie wel hebben. Helaas ging het steeds harder regenen, tot het ging stortregenen. Daar is de tent niet voor gemaakt, dus hij ging aan alle kanten lekken voornamelijk bij de ritssluitingen en openingen. De regenhoes erop doen was geen optie meer, dus we bleven maar hopen dat het snel op zou houden. Dus vanaf 5u deden we geen oog meer dicht, we moesten steeds alle druppels met de handdoeken drogen om alles nog een beetje droog te houden. Gelukkig stopte het om 8.30u met regenen en klaarde het om 9.30 eindelijk op. Hup alles naar buiten, want onze matras en beddengoed was helemaal doorweekt. Voor de zekerheid hebben we de regenhoes er maar weer opgezet, zodat we de volgende nacht in ieder geval droog zouden blijven. Tijdens het drogen kwam er een man een kijkje nemen, die net bij de bakker vandaan kwam en was nieuwsgierig naar waar we vandaan kwamen. Na een kort gesprekje raadde hij ons aan om naar de bakker te gaan, omdat ze daar heerlijk brood hadden. Oh nee wacht neem er eentje van mij zegt ie. Krijgen we gewoon een heerlijk warm vers brood aangeboden. Daar hebben we uiteraard van genoten. We trekken veel bekijks met onze auto, daktent en kentekenplaat, er komt altijd wel iemand een gezellig praatje maken. Toen alles droog was zijn we nog even een wandeling door het dorpje en over het strand gaan maken. Een prachtig mooi lang en breed strand, het water was voor mij te fris, maar Hoite vond het heerlijk. De volgende dag stroomde de camping vol met Zuid-Afrikaanse jongeren die met grote groepen oud en nieuw kwamen vieren, om 10u zat iedereen al aan het bier en de ghettoblasters kwamen als eerste uit de auto’s rollen.

We hebben toen besloten om door te gaan naar het volgende plaatsje, Punto de Malangane. De weg ernaar toe was weer via het mulle zand en aangekomen in Malangane zag het er allemaal nog leuker uit dan in Ponto d’Ouro, allemaal gezellige barretjes en restaurantjes. De enige camping had nog plek voor max 2 nachten dus dat was mooi. De camping lag volledig onder de bomen dus op deze snikhete dag hadden we gelukkig veel schaduw. Ook het toiletgebouw zag er een stuk beter uit, dus we waren blij dat we doorgereden waren. We zijn even naar het strand geweest welke nog mooier was dan in Ouro, alleen moest je iets verder lopen. Terug op de camping ben ik een handwasje gaan draaien, want na Oudtshoorn hebben we geen wasmachine meer gezien en we hadden schone handdoeken nodig. Ook hier was het water bruin, dus heel schoon worden ze er niet van, maar toch. Toen ik terugliep met de ‘schone’ was zagen we door de bomen een donkere lucht aankomen en nog geen 5 minuten later brak het los. Het ging zo hard dat we ook onder ons luifel niet droog bleven en omdat er op de camping verder geen campingkeuken was zat er niks anders op dan om 16u ’s middags de tent in te duiken. Koken was geen optie meer en door de harde regen lag er rond de tent alleen nog maar 1 grote modderpoel, dus eruit gaan in de stromende regen om naar het toilet (welke dit keer toevallig een keer een stukje verder weg stond) te gaan was ook geen optie meer. We hebben dan ook snel wat cream crackers en jam gepakt en een oud flesje water. De creamcrackers werden ons diner en het flesje water ons toilet. Om 20u zijn we maar gaan slapen, want het werd steeds klammer in de tent en er was niet veel anders te doen. De hele nacht heeft het geregend, dus toen we wakker werden was alles een klamme, natte boel dus we besloten om maar door te gaan, omdat het er niet mooier op werd in Mozambique. En de volgende dag moesten we toch ook van deze camping af. Toen we de tent uitkwamen lag er naast de tent een slang, die zijn prooi aan het oppeuzelen was (een andere slang), dus die had een heerlijk ontbijtje.

De weg na Malangane was dezelfde mulle zandweg, alleen zaten er nu grote natte gaten in de weg, lachen natuurlijk om daar doorheen te kunnen rijden. Toen we bij de normale weg aankwamen moesten we wel een beetje lachen, de grote weg was namelijk een asfaltweg waar grote stukken uitwaren, de zijkant bestond niet meer en in de weg zaten zulke grote gaten dat het beter was om door de modder naast de weg te rijden. Na een aantal kilometers kwamen we bij de snelweg uit, echter bestond deze snelweg uit…zand, maar door de enorme regen (het regende nog steeds) was het 1 grote modderpoel. Zo hebben we 170 km naar de grens moeten rijden. De weg was vreselijk, alleen maar modder, gele modder, oranje modder, zwarte modder we hebben alle kleuren gezien. Het was een zeer spannende 170 km. Omdat je steeds weg slibt, waardoor je continue in spanning zat wanneer komen we vast te staan, wanneer kunnen we niet meer verder, wanneer krijgen we een betere weg, wanneer wanneer wanneer. Nou 10 km voor de grens kwamen we eindelijk op een harde grindweg terecht, wat een opluchting. De auto zag er niet uit, op de treeplank lag een dikke laag natte modder, de auto was niet meer herkenbaar en de eerste modder was al opgedroogd, echt overal zat modder. Het begon wel weer harder te regenen, dus we hoopten een beetje dat de regen wat van de modder weg zou spoelen, maar helaas. Bij de grens van Mozambique-Swaziland ging gelukkig alles vrij snel, dus we waren zo in Swaziland.

 

Onze kampeerplekken:

Swaziland 29.12.2016 - 03.01.2017

Toen we Swaziland binnenreden hebben we naar een WA verzekering gevraagd, waar we die aan konden schaffen. Volgens de douane en de politie was een verzekering niet nodig in Swaziland, we moesten alleen roadtax (wegenbelasting) betalen van 50 rand (ca. 3,25€). Dus we reden zonder verzekering rond in Swaziland. Net na de grens werden we nog aangehouden door een militaire post, die ons vroeg waar we vandaan kwamen met onze smerige auto. We hadden net een dropje in de mond gedaan, dus meneer wilde weten wat we aan het eten waren, want hij wilde ook wel iets eten. Daar gingen mijn dropjes. In de eerste grotere stad die we tegen kwamen, Siteki, gingen we op zoek naar een carwash, maar door de droogte waren de meeste gesloten. Gelukkig kwamen we er nog eentje tegen toen we de stad weer uitreden. Hoite is samen met het mannetje van de carwash bijna een uur bezig geweest om de auto er weer een beetje toonbaar uit te laten zien, de modder zat echt overal. Aan het einde van de middag kwamen we aan bij Hlane National Park, waar de camping in het park zit, wel met een hek eromheen, dus het wild kan niet op de camping komen. De camping had geen elektriciteit, dus ’s avonds gingen de olielampen in het mooie toiletgebouw aan, super sfeervol.

De volgende dag hebben we een pauze dag gehouden. Hoite wilde de auto verder schoonmaken, want hij was voor het zicht wel schoon, maar de modder zat nog steeds overal. En we wilden alle beddengoed weer luchten en drogen, want die was door de nacht in Malangane opnieuw nat geworden. We wilden de camping voor 1 nacht bijboeken, maar hiervoor moesten we eerst naar ingang om de parkentree te betalen. Het was een stukje lopen van 200 meter, dus om daar de hele auto weer voor in te moeten pakken, daar hadden we niet zoveel zin in. Dus bedachten we er even heen te lopen. Echter stond er bij de gate van de camping dat je absoluut niet verder mocht zonder auto. Toen we het aan 1 van de gidsen vroegen zei hij dat dat kleine stukje geen probleem was, echter toen we aankwamen bij de ingang van het park schrokken ze dat we waren komen lopen, dat was namelijk very dangerous. Terug naar de camping werden we begeleid door 2 rangers met grote geweren. Dus we voelden ons op de terugweg wel veilig, tot we vroegen wat ze zouden doen als er nu bv een olifant onze kant op zou komen, Nou de ranger zou zijn geweer laten vallen en hard weg rennen, een hele geruststelling dus.

Diezelfde dag kwam er een Nederlands stel (Karin & Vincent met dochter Celeste) op de camping staan, waar we ’s avonds een gezellige braai mee hebben gehad en waardoor we per ongeluk pas om 1u naar bed gingen. Dat was lang geleden.

De volgende dag hebben we besloten om weer door te gaan en oud en nieuw in het volgende NP te vieren, Mlilwane Wild Sanctuary. Eerst nog even een korte game drive door het Hlane park waar we helaas niet 1 dier zijn tegengekomen en vervolgens zijn we via Manzini naar Mlilwane gereden. Manzini zag er erg modern en nieuw uit, de mensen waren allemaal netjes gekleed en de huizen zagen er ook goed uit. Onderweg konden we genieten van de prachtige natuur van Swaziland, het is er zo ontzettend groen. Het land is goed ontwikkeld en de armoede is er uiteraard wel maar het straalt er niet vanaf.

In Mlilwane NP zijn geen gevaarlijke dieren, wel een hoop wild, maar dus geen leeuwen, olifanten etc. Waardoor er om de campsite geen hek staat. Super leuk, omdat je gedurende de dag allerlei verschillende dieren langs je tent hebt lopen, zoals zebra’s, Nyala’s, springbokken etc. Het toiletgebouw, met toiletten en douches is de mooiste en schoonste tot nu toe, wat een oase na Mozambique en de laatste campings in Zuid-Afrika.

Naast ons stonden 2 andere overland auto’s met twee Nederlandse stellen (Frans & Flos en Mike & Anita), dus we raakten al snel aan de praat en hebben uiteindelijk ’s avonds het nieuwe jaar met zijn zessen ingeluid inclusief champagne en sterretjes. Een onverwachte gezellige oud&nieuw avond dus.

Op 2 januari gingen de andere 2 stellen door en wij hebben een korte wandeling gemaakt en vervolgens de auto gepakt voor een rit door het park en een stuk 4x4 route in het park. Wat een prachtige omgeving, erg groen en overal lopen dieren. Een paar keer moesten we omdraaien omdat er grote bomen over de weg lagen, maar uiteindelijk kwamen we aan de top. Hier hadden we een prachtig uitzicht over het hele park en in de verte de camping. De 4x4 route begon aan de top naar beneden en deze was ook weer leuk en een beetje spannend.

De volgende dag gingen wij ook weer verder, terug naar Zuid-Afrika. Hoite had wederom een mooie grensovergang uitgezocht, weer eentje die niet vaak gebruikt wordt en waardoor je door een prachtige natuur rijdt. Dit keer vol met dennenbomen. De grensovergang was in 10 minuten gedaan, al deden ze in Swaziland een beetje moeilijk over het Carnet, deze wilden ze niet afstempelen. En ook moest de auto gecontroleerd worden op wat er allemaal het land uit ging.

Onze kampeerplekken:

 

Nelspruit - Sabie - Hazyview - Kruger NP - Pietersburg, Zuid Afrika 03.01.2017 - 15.01.2017

In Zuid-Afrika was de bestemming Nelspruit, omdat we hier de grootste kans hadden dat we een nieuwe waterpomp konden kopen en we wilden naar de Toyota garage, omdat onze remmen enorm piepten. Dat is ook maar goed ook, want onze remmen achter waren volledig op, uiteraard door slijtage, maar daarnaast hebben ze flink geleden door het off road rijden en door het modderavontuur in Mozambique. Helaas (of gelukkig) vonden ze nog 2 andere problemen, dus die hebben we ook maar gelijk laten maken. 3 Serieuze problemen, dus we waren blij dat ze ons bij de Toyota zo snel konden helpen. We hebben 2,5 dag in de garage doorgebracht, maar nu is alles weer tip top in orde. Nog even een bezoekje aan de dokter voor een blaasontsteking, die maar niet weg ging en ook de nieuwe waterpomp hebben we gevonden uiteindelijk gevonden met hulp van een hele behulpzame Zuid Afrikaan die ons naar alle mogelijke winkels in Nelspruit bracht. Bij de laatste winkel hadden ze de waterpomp die we zochten. Al met al een 3 dagen lang bezoek aan Nelspruit, maar alles is weer gemaakt.

Na Nelspruit zijn we doorgereden naar Sabie. In de omgeving van Sabie heb je vele watervallen en de Blyde River Canyon (de 3e grootste canyon van de wereld en de groenste van allemaal). De eerste dag in Sabie hebben we een wasdag gehouden, omdat voor de komende week alleen maar regen werd voorspelt en we dus alleen die dag nog konden drogen. Na 4 weken niet wassen (alleen kleine handwasjes) hadden we 5 wasmachines vol. Ook hebben we de website wat bij kunnen werken, maar het internet is overal zo ongelooflijk traag, dat het bijna niet mogelijk is. Dus beetje bij beetje.

’s Nachts ging het enorm hard regenen en het hield niet op. Dus ’s ochtends hebben we in de stromende regen alles in moeten pakken. Het had ook geen zin om te wachten want het zou de hele dag en rest van de week blijven regenen. Dus we gingen toch verder. Deze dag zouden we allerlei watervallen langs gaan en de Blyde River Canyon. Super zonde van het weer, want het is natuurlijk veel mooier met het zonnetje erbij, maar aan het weer is nooit wat te doen, dus we gingen het gewoon proberen. De meeste watervallen waren een eindje lopen, maar het regende zo hard dat dat geen optie was, ook omdat alles glad was. Een paar konden we vanuit de auto zien, zoals de Bridal Veil, MacMac en de mooiste Lisbon. Daarna gingen we naar de Bryde River Canyon, maar die lag volledig verscholen in een hele dikke mist, dus er was niks te zien. Wat een pech.

Voordat we doorreden naar Graskop zijn we eerst naar Pilgrims Rest gegaan, een mijnenstadje die nog in de oude stijl behouden is, erg grappig om te zien. In Graskop zijn we nog een pannenkoek gaan eten bij Harrie’s Pancakes. Dit restaurant is erg bekend zowel bij de toeristen als bij de Zuid-Afrikanen, dus we hadden hoge verwachtingen. Nou lekker waren ze maar zo dik dat we er veel te vol van raakten, wat een calorieën bom, had er een week voor nodig om ze te verbranden.

Die avond sliepen we in Hazyview, een klein stadje dichtbij de ingang poorten van het Kruger NP op camping The Numbi hotel. Een leuke camping met een prachtig hotel. Op de camping stond echter helemaal niemand, dus we hadden het toiletgebouw helemaal voor ons alleen, wat een luxe. We kwamen er gelukkig aan toen het net droog was, dus snel het bed weer uit de tent en drogen maar. Helaas lukte dat niet helemaal dus wederom gingen we ’s avonds ons klamme bedje weer in. ’s Nachts begon het weer te regenen, dus de volgende dag konden we in de regen de tent weer inpakken. Door de vele regen waren de zandroutes in Kruger NP allemaal gesloten, dus we hebben wel wat gezien aan dieren die dag maar helaas maar weinig. Het leek erop dat de wilde dieren ook geen fan van regen waren. We hebben wel veel springbokken gezien, een witte neushoorn in de bosjes en een groepje buffels. Daarnaast ook 1 olifant, die niet zo blij was dat we naar hem keken, dus hij hield ons een tijdje in de gaten tot hij er klaar mee was en dacht...wacht maar even die laat ik wel even schrikken, nou dat is gelukt. Snel een foto maken en wegwezen.

Inmiddels ging onze waterpomp weer sputteren, dus het probleem was helaas niet verholpen met de nieuwe pomp. Het leek erop, dat de pomp het water gewoon niet door het waterfilter gedrukt kreeg, na wat tips uit NL (van Michel) en internet zou het met een drukvat wel goed moeten gaan. Omdat schoon drinkwater toch wel erg belangrijk is, moesten we dus op zoek naar een drukvat. Hoite heeft heel wat telefoontjes gepleegd en eindelijk een winkel gevonden die hem voor ons kon bestellen. Echter zouden we steeds terug gebeld worden, omdat alles uitgezocht moest worden wanneer hij geleverd kon worden etc. Om de dag niet alleen wachtend door te brengen wilden we een tweede poging wagen om de Bryde River Canyon te zien. Het weer was beter, het was droog, dus we hoopten dat we die dag wel wat zouden kunnen zien, maar helaas wederom hing er zo’n dicht mist, dat je helemaal niks kon zien. De canyon blijft dus nog even op ons verlanglijstje staan.

Inmiddels hadden we een telefoontje gekregen van de winkel die het drukvat kon leveren in een winkel in Pietersburg, dus dat werd onze volgende bestemming. Omdat we nog 2 dagen moesten wachten besloten we om nog 2 nachten in Hazyview te blijven en de volgende dag nog een poging in het Kruger NP te wagen, hopelijk konden we dan meer wilde dieren spotten. Toen we terugkwamen van de canyon zagen we dat we buren hadden gekregen, een over land truck van Acacia. 8 Jaar geleden zijn we tijdens onze eerste reis door Afrika ook met Acacia mee geweest en het meest grappige was, was dat we toen met de truck reden met de naam Songwe. Laat nou exact dezelfde Songwe hier op de camping staan (Acacia heeft alle trucks een andere naam gegeven). Zo toevallig en leuk, dus Hoite ging even een praatje met de chauffeur en gids maken en we werden meteen uitgenodigd voor hun dansavond. Ze hadden een lokale dansgroep die avond die de Afrikaanse dans zouden uitvoeren, super leuk natuurlijk. (fotos staan alleen op de telefoon, dus kan ik nu niet uploaden).

De volgende dag in Kruger hadden we mooi weer en zagen we ook veel meer olifanten, buffels, springbokken en andere antilopen en ook een paar nijlpaarden op het land en als cadeautje nog even een leeuw van dichtbij die een buffel aan het opeten was. Dat maakte onze eerste dag helemaal goed. We reden via de Phabeni gate in het zuiden het park in en halverwege bij de Phalaborwa gate er weer uit na vele uren en kilometers rijden. Ook waren de zandroutes weer open, dus het was een geslaagde dag.

Op de camping aangekomen, bleek dat er een wasmachine en droger stonden die gratis gebruikt konden worden, dus het werd een extra feestje, door alle regen van de afgelopen dagen stonken de handdoeken, theedoeken en beddengoed, omdat het steeds nat werd en niet kon drogen. Dus snel alles in de wasmachine en droger en alles rook weer heerlijk, wat kan een mens daarvan genieten, schone was. De volgende dag reden we naar Pietersburg voor het drukvat. Na een nachtje slapen in Pietersburg konden we het drukvat ophalen. We moesten ook de grote boodschappen doen, want na Pietersburg gaan we Zuid-Afrika verlaten en Botswana in en daar zullen we niet heel vaak een goede supermarkt tegen gaan komen. De twee dagen erna in Pietersburg hebben we twee vrije dagen genomen. We zitten goed in de tijd en we hebben nog niet 1 dag wat kunnen lezen, kaarten of rummikubben, dus hoog tijd voor een vakantiedagje. Reizen en kamperen is fantastisch, maar wel hard werken haha.

Onze kampeerplekken:

De volgende dag wilden we het Makgadikgadi Pans NP in. Hier schijnen veel olifanten en leeuwen te zitten, dus we waren erg benieuwd. Door de recente grote regenbuien was de weg over de rivier (50m breed) een beetje vol met water. Dit betekende dat je door het water moest of je moest gebruik maken van de veerpont, die kostte 300 pula (25€) om alleen even over te steken. Hoite en Herman zijn het water ingegaan om te kijken hoe diep het was en uiteindelijk besloot Herman om gebruik te maken van de pont, omdat hun auto op benzine rijdt en geen luchtinlaat/snorkel heeft. Hoite durfde het wel aan, dus daar ging hij dan. Ik ging lopend door het water om een filmpje en foto’s te maken en Herman erbij in het water, zodat hij aanwijzingen kon geven aan Hoite. Het water was redelijk diep (1,2m), dus het was erg spannend helemaal toen de auto door een kuil zakte en de voorkant volledig kopje onderging, maar hij kwam veilig aan de overkant en nog het belangrijkste, binnen was nog steeds alles droog. Wauw dat was even spannend, we blijven ons verwonderen over wat onze auto allemaal kan.

Op naar de ingang van het park. Daar werden we ontvangen door 2 aardige meiden, die ons vertelden dat we de entreeprijs niet konden betalen, omdat de persoon die het geld in ontvangst nam die dag in Maun zat. Ze zouden wel kijken of ze naar de camping zouden komen later om het geld op te halen. Je blijft je af en toe verbazen hier. We hebben helaas niet zoveel dieren gezien, wel een groepje hippos in het water en op de kant en terwijl we aan de rivier aan het picknicken waren, kwam er een olifant in de buurt om water te drinken. Daarom besloten we na de lunch weer terug naar de camping te gaan en moesten we opnieuw de rivier door. Ook deze keer ging gelukkig alles goed. Wat een fantastische, maar ook spannende belevenis.

 

Na zo’n spannende dag hadden we wel een lekker etentje verdiend vonden we, dus ’s avonds hebben we een heerlijk 3-gangen menu gegeten in het restaurant. Typisch lokaal eten en het was ontzettend lekker, daarnaast was het weer erg gezellig met Herman en Janet. Wat wel een beetje vreemd was, was dat de eigenaar Tiaan en de manager Max bij ons aan tafel aanschoven om mee te eten. Geen idee of dat gebruikelijk is, maar ach.

De volgende ochtend was het tijd om weer door te rijden. Omdat het zo gezellig was met Herman en Janet reden we nog een stukje samen. De eerste stop was meteen al in het dorp bij de bakker. Ze hadden hier heerlijk vers warm brood. Gelukkig was de keus makkelijk, want er was maar 1 soort brood wat je kon kopen, maar heerlijk net uit de oven. Het volgende doel was Gweta. Botswana is bijna net zo vlak als Nederland. Het landschap is dan ook vrij eentonig, omdat alles vlak en groen is. Af en toe rij je een regenbuitje in en dat is dan de enige afwisseling. Tot er in 1 keer een paar olifanten langs de weg liepen. Dat zie je dan weer niet in Nederland.

We kwamen vrij vroeg al in Gweta aan, dus voordat we naar de camping reden, gingen we eerst het dorpje in om daar een kijkje te nemen. Misschien was er wel een tankstation of een telefoonwinkel, maar helaas, dus toch maar naar de camping. Ook bij deze camping werden we verrast door de leuke opzet van de camping, een prachtige receptie en zwembad/bar area. Ook het toiletgebouw was leuk opgezet alleen erg donker en vol met insecten. Dus mijn bezoekjes aan het toilet zijn een avontuur op zich, je bent er nooit alleen en terwijl je zit vliegt er van alles om je heen. ’s Avonds ben ik maar met Hoite mee geweest, naar de mannenkant, zodat hij me van wat sprinkhanen, spinnen en grote vliegende torren kon redden. We stonden helemaal alleen op de camping, dus we konden gaan staan waar we wilden. Bij elke campsite was een Afrikaans hutje/afdakje gebouwd met een BBQ en kampvuur mogelijkheid, dus de braai ging weer aan. Janet had als verrassing ook een heerlijk toetje, dus we hadden weer een enorm gezellig avond. Dag 2 op deze camping zijn wij op de camping gebleven om de route naar en in Zimbabwe voor te bereiden en er moest weer wat gewassen worden. Herman en Janet gingen op pad naar het Nxai Pan om o.a. wildlife en Baobab bomen te spotten. De Baobab boom is een boom met een enorme stam en het lijkt of de boom op zijn kop staat, omdat de takken net de wortels van de boom lijken.

De dag erop was het tijd om afscheid van Herman en Janet te nemen. Zij zouden naar Maun gaan en wij de andere kant op richting Zimbabwe. We vonden het erg jammer om afscheid te moeten nemen, want het was gezellig, maar ook wel veilig, omdat het op dit moment niet heel erg druk is met toeristen zijn we eigenlijk overal alleen, dan is het wel fijn, dat je met nog een ander stel bent.

In het eerste stadje wat we tegenkwamen Nata vonden we eindelijk na 1000km een tankstation, dus snel de tank volgooien, want ook in Zimbabwe is de brandstof erg schaars. We moesten ook pinnen, dus op naar de ATM, echter leek het wel of iedereen in het stadje net zijn salaris gestort had gekregen, want er stond een enorm lange rij voor de pinautomaat, we moesten maar liefst 45 minuten wachten tot we aan de beurt waren.

Ons einddoel van die dag was Pandamatenga, een klein grensplaatsje met Zimbabwe. Onderweg daarheen kwamen we weer allerlei olifanten langs de weg tegen. Zo bizar dat die hier gewoon vrij rondlopen en dus niet in een park met een hek eromheen. In Pandamatenga zijn we meteen naar de camping gereden, Panda Rest Camp. Het zag er allemaal op het eerste gezicht heel goed uit, totdat we de camping op kwamen. Het had uiteraard weer geregend, dus alle kampeerplekken waren nat (lees stonden onder water). Het zitje en de BBQ die bij de kampeerplek hoorden was in niet al te beste staat en ook het toiletgebouw was zeer vergane glorie. Het was oud en smerig, deuren waren door het vocht uitgezet dus er was er geen 1 die dicht kon, laat staan op slot en er vlogen honderden insecten in het rond. Er zijn dus echt wel momenten dat ik even een moppermomentje heb en me afvraag waarom ik kamperen ook alweer leuk vind. Gelukkig vallen deze momenten in het niet bij alle wel leuke momenten en belevenissen. In de reviews hadden we gelezen dat ze in het restaurant pizza’s hadden die erg lekker waren, dus mijn grote pizza fan wilde graag in het restaurant eten. Tot onze verbazing hadden ze er ook nog redelijke wifi, dus we konden eindelijk thuis laten horen, dat we nog steeds veilig en wel in Botswana waren en de volgende dag naar Zimbabwe zouden gaan.

Onze kampeerplekken:

 

Victoria Falls, Zimbabwe 21.01.2017 - 23.01.2017

In Pandamatenga hebben we ’s ochtends nog geprobeerd om gebruik te maken van de wifi om onze website bij te werken, maar helaas werkte de wifi nu niet. Op naar de grens van Zimbabwe. De grens van Pandamatenga-Zimbabwe lag op 6 km afstand. We hebben daar eerst gevraagd of de weg wel begaanbaar was, omdat deze direct uitkwam in het Hwange NP. Helaas kregen we te horen dat door de enorme regenval van de afgelopen dagen de wegen zelfs voor 4x4 auto’s erg slecht was. Op dat moment hebben we dan ook besloten om verder te rijden naar de grens bij Kasane, omdat we het risico niet wilde lopen om in Zimbabwe vast te komen staan. In Zimbabwe is de situatie op dit moment namelijk niet zo best. De president Mugabe (90 jaar) leeft als een rijke koning van al het geld van het land, maar het land zelf en dus ook de mensen hebben geen geld meer. Hun eigen munt is al niks meer waard, dus je moet alles in USD betalen, maar iedereen die voor de staat werkt zoals o.a .politieagenten krijgen al maanden niet meer uitbetaald omdat er geen geld meer is. Ook zijn alle tankstations en winkels leeg, dit heeft als gevolg dat de bevolking op allerlei manieren aan geld proberen te komen. En toeristen hebben geld, dus die zijn meestal het mikpunt. Toch wilden we naar de Victoria Falls toe. We zijn hier namelijk al 2 keer geweest, maar beide keren was aan de Zambia kant. De Victoria Falls zijn (samen met de Niagara Falls en de Iguazu watervallen) de grootste ter wereld. De Victoria Falls liggen in Zambia en Zimbabwe en in Zambia waren we dus al 2 keer geweest. De rit naar de grens bij Kasane duurde ca 45 minuten. De grens kruist 4 verschillende landen met elkaar, Botswana, Namibie, Zambia en Zimbabwe. Aan de Zambia kant stond al een enorm lange file. De vrachtwagens kunnen hier tot een week in de rij staan om de grens over te kunnen. Dit komt omdat je met een klein veerbootje de rivier over moet en op deze boot past maar 1 lange vrachtwagen. Ze zijn wel een brug aan het bouwen, maar die is er dus nog niet. Gelukkig stond er bij de grens naar Zimbabwe helemaal niemand. Botswana waren we zo uit. En zodra we bij de grens van Zimbwabwe aankwamen werden we meteen aangehouden door een aantal mannen. We moesten de papieren bij 1 van hen inleveren en dan zou hij alles wel regelen. Omdat we van deze scam gehoord hadden hebben we gezegd dat we hem dan wel bij de douane zouden treffen, zodat ie ons daar kon helpen, je raadt het al, we hebben ze niet meer gezien. Bij de douane zelf waren ze erg vriendelijk en alles ging vrij vlot, tot ze met ons carnet aan de slag gingen. Die man kon maar met 1 vinger typen en alles ging super langzaam. Uiteindelijk kostte dat dan ook 1 uur tot alles geregeld was. We waren gelijk 130 USD kwijt (30 USD pp visum, 30 USD  verzekering voor de auto, 10 USD  wegenbelasting en 30 USD  emissie taks). Het lullige is dat je in zo’n land precies weet waar dat geld heen gaat.

We moesten 45 minuten rijden naar Victoria Falls, dus dat was een kort ritje. Onderweg zijn we niks geks tegengekomen, ondanks dat we gewaarschuwd waren door veel mensen, dat er om de 20 minuten een road block zou staan waar je geheid een bekeuring voor wat dan ook zou krijgen. We wisten naar welke camping we wilden, dus we konden meteen erheen rijden. Toen we net betaald hadden begon het keihard te regenen, wat de camping meteen in een modderpoel veranderden. Ga dan maar eens een geschikt plekje zoeken. In de modder is geen enkel plekje mooi of fijn. Gelukkig kwam 1 van de bewakers ons helpen en liet ons een mooi plaatsje in het gras zien tussen de chalets in. Die waren leeg, dus we stonden er alleen, waardoor we ook het toiletgebouw praktisch voor onszelf hadden. In de regen hebben we de tent opgezet en de luifel uitgetrokken zodat we iets van beschutting hadden. Gelukkig klaarde het daarna weer op. De volgende dag gingen we naar de Victoria Falls, we waren erg benieuwd, omdat we gehoord hadden dat de watervallen in Zimbabwe mooier waren dan in Zambia. In Zambia betaal je 10 USD pp voor de watervallen, hier moesten we 30 USD pp betalen. De watervallen waren prachtig, echter door de vele regenval van de afgelopen dagen/weken zat er veel water in de watervallen. Het water kletterde naar beneden maar kwam daarna in een nevelmist ook weer omhoog. Dit zorgde ervoor dat niet alle uitkijkpunten even goed te zien waren en het zorgde er ook voor dat je kletsnat werd. Foto’s maken was dan ook erg moeilijk. Op een gegeven moment kwam er zoveel water de kant op dat we een poncho aan moesten trekken, later ging het dan ook nog eens hard regenen. Dus water hebben we gezien en veel, heel veel. Aan het einde van de watervallen zagen we de Zambia kant liggen, dat was wel raar, want de vorige keren hebben we aan de andere kant gestaan en dachten we, dat is Zimbabwe. Ook zijn we nog even naar de brug gelopen die Zimbabwe met Zambia verbind. Best gek om hier weer te zijn.

We zijn daarna nog even het dorpje ingelopen en van alle kanten word je belaagd door verkopers, die hun oude briefgeld willen verkopen waar 12 nullen op staan. Er zat ook een restaurantje Lolas Tapas, dit restaurant is van een Spaans stel uit Barcelona, die 5 jaar geleden hier hun tapas restaurant hebben geopend. Als ze het erg druk hebben, dan moeten ze nu rijk zijn, want de prijzen hadden niks met de Spaanse prijzen te maken. Het is duidelijk dat in Vic Falls de toeristen flink uitgemolken worden, want het is ontzettend duur allemaal. Omdat het niet zou gaan stoppen met regenen, hebben we besloten om maar weer terug naar Botswana te gaan de volgende dag. We vonden het jammer om zo kort in Zimbabwe te zijn geweest, maar dit is niet echt het moment om lang door Zimbabwe te reizen. Misschien de volgende keer weer. We hebben in ieder geval nu de Victoria Falls gezien en we hebben een blik mogen werpen op een heel klein stukje Zimbabwe en dat vinden we al fantastisch. De indruk die Zimbabwe bij ons achter laat is dat de mensen die we hebben gesproken, ontzettend vriendelijk zijn, heel erg voorzichtig zijn met wat ze zeggen en dat veel mensen ook wanhopig zijn. Hopelijk gaat het in dit land zeer binnenkort een stuk beter.

Inmiddels zitten we precies op de helft van onze reis door zuidelijk Afrika. Dat betekend dat we nog precies even lang voor ons hebben. De afgelopen 2 maanden hebben we enorm genoten van alles, zowel de leuke als de minder leuke kanten van het kamperen, wat soms echt wel beter kamperen genoemd kon worden. Nu we op de helft zitten hebben we natuurlijk nog eens alles laten passeren en zijn we tot de conclusie gekomen, dat we:

  • 7 landen hebben bezocht
  • 17 grensovergangen hebben gehad
  • Ca. 6500 kilometer hebben gereden
  • Ca. 1130 liter diesel hebben getankt
  • We beiden al minimaal 50 keer langs de weg geplast hebben
  • 30 verschillende campings hebben bezocht en geslapen
  • Veel zon hebben gehad, maar ook heel veel regen (bijna elke dag)
  • Minimaal 10 keer een nat bed hebben gehad door de regen
  • Minimaal 10 keer in de regen onze tent in hebben moeten pakken
  • 6 Bussen anti muggen spray op hebben gemaakt
  • Ondanks de bussen anti muggen spray, heb ik toch al ongeveer 350 muggenbulten gehad
  • Oh ja en Hoite ook ongeveer 5 muggenbulten
  • Hoite al honderden spinnen, torren, sprinkhanen, en heel veel andere insecten voor me heeft weggejaagd
  • Al heel veel olifanten hebben gezien, zo ook veel neushoorns, buffels, antilopen, vogels, insecten en 1 leeuw
  • Al 2 keer uit eten zijn geweest, de rest hebben we gekookt
  • Al heel vaak tegen elkaar hebben gezegd dat we zo'n fantastische auto hebben, omdat ie echt alles kan en ons nog steeds niet in de steek heeft gelaten, hoe slecht de weg ook was of wanneer er niet eens een weg was

En zo kunnen we nog heel veel opnoemen, maar wat onze echte conclusie is, dat we met gemak de komende 2 maanden nog vol kunnen houden. Dus tot de volgende keer!

Onze kampeerplek:

 

Kasane - Chobe Riverfront, Botswana 23.01.2017 - 27.01.2017
De grensovergang van Zimbabwe ging weer soepel en dit keer ook snel. De douanebeambte herinnerde zich ons nog. Bij de grens van Botswana ging ook alles goed tot ze onze auto kwamen controleren. Voor de douane hing een bord, dat je geen vlees, groenten en fruit het land in mocht nemen. Wij hadden voor we Zimbabwe ingingen boodschappen gedaan, omdat er in Zimbabwe niks te krijgen zou zijn. Maar omdat we uiteindelijk een stuk korter in Zimbabwe waren gebleven was nog lang niet alles op. De douanebeambte van Botswana vroeg ons de koelkast open te doen en wees ons meteen op het vlees wat de grens niet over mocht. Ook al was het in Botswana gekocht. Heel zachtjes fluisterde hij, dat het niet mocht maar als we iets voor hem hadden dan was het ok. Op zo’n moment reageer je helaas snel door iemand iets te geven, terwijl je achteraf denkt, we hadden alles gewoon af moeten geven, want dit is pure omkoperij. Maar je denkt op dat moment dat het zo zonde is om al dat vlees gewoon weg te gooien. Je kunt het ook niet meer terugdraaien, want je zit zelf ook fout. Dus het enige wat je dan doet is balen.

In Kasane wilden we eerst gaan tanken, maar alle diesel was op, dus dat moesten we overslaan tot de volgende keer. Daarna gingen we naar het winkelcentrum, eindelijk vonden we een telefoonwinkel Orange waar we een simkaart konden kopen. Dat kostte ruim een uur, voordat alles geregeld was, omdat de kaart gekocht moest worden bij Orange, het beltegoed bij de supermarkt Spar en dat moest weer omgezet worden in internet bij Orange, heerlijk op zijn Afrikaans dus. Op naar een camping. We wisten nog niet waar we heen wilden, maar we hadden een lijstje van 3 campings ie we wilden checken. Omdat we een paar dagen wilden blijven wilden we wel een ok camping. De eerste camping was de Thebe River Lodge. Hier hadden we 8 jaar geleden ook met de overland truck gestaan. De tweede waar we gingen kijken was een super mooie lodge (Chobe Safari Lodge), maar de camping viel erg tegen. De derde was prachtig, met per camping site een eigen toiletgebouwtje. Echter was hier sinds een maand niemand meer geweest en ook nu stond er niemand. De eerste camping voelde het beste aan, dus daar gingen we naar terug.

We zijn hier 3 nachten gebleven, niet omdat de camping zo fantastisch was, maar omdat we toe waren aan een paar vrije dagen. De camping ligt aan de Chobe rivier, waar ook nijlpaarden in zaten, dus die hoorde je de hele dag brommen, gelukkig zat er een elektrisch hek rondom de camping dus ze konden de camping niet op. Er zaten ook ontzettend veel insecten op deze camping, dus de toilet en douche sessie was elke dag weer een heel avontuur. Je kwam van alles tegen, torren (die alle kanten opvliegen), dungbeetles (die altijd op je hoofd schijnen te landen), muggen (die mij altijd weten te vinden), spinnen (hele grote die ook mij altijd weten te vinden) en zo kan ik nog even doorgaan. Het stikte ervan. Gelukkig konden we de badkamer delen en kon Hoite mijn douchehokje altijd insectenvrij maken, zodat ik ook daadwerkelijk kon douchen. Na 3 dagen van Rummicubben, lezen, wassen, relaxen etc. was het tijd om te gaan.

We zouden Herman & Janet treffen in Linyati een ander deel van het Chobe NP. Dus wij wilden via het park naar een andere uitgang rijden waar we ze dan zouden treffen. Echter werden we ’s ochtends door Herman gebeld die ons vertelde dat het hele Chobe park zowel Savuti als Linyati onbegaanbaar was door alle regen. Je deed 4 uur over 15 km en veel mensen hadden al vastgestaan in de modder. Nu is dat niet zo erg, maar je staat midden in een wildpark met wilde dieren, dan wil je niet graag de auto uit moeten om deze uit de modder te halen. Het bovenste gedeelte Chobe Riverfront was dus het enige deel waar je wel goed kon rijden. We besloten dan ook, dat wij die dag het Riverfront zouden doen en Herman en Janet dan wel in Namibië zouden treffen. Wij zelf wilden die nacht in Mwandi View campsite slapen bij de Ngoma gate van Chobe. Dus we gingen er bij Kasane in bij de Sevuvu gate. Wat we bij die gate zagen vonden we lichtelijk raar, de toiletten waren namelijk betaald door de Europese Unie, daar gaat dus het ontwikkelingsgeld heen, om toiletten bij de Nationale Parken aan te leggen. De eerste kilometers in het park zagen we weinig, maar toen we bij de rivier aankwamen liep er van alles rond. We zijn daarom langs de rivier blijven rijden, omdat het leek alsof alle dieren daar waren. Op een gegeven moment waren het heel veel olifanten en ze kwamen overal vandaan, uit de bosjes, uit het water. Elke keer was het even schrikken, omdat je dan in 1 keer naast een olifant reed die achter de boom stond te eten of net de weg over wilden steken om zich bij de groep te voegen. We reden rustig door tot er voor ons een olifant woest onze kant op kwam en niet van de weg af ging. We hadden op dat moment 2 opties. Of doorrijden recht op de boze olifant af of zo’n 5 km terugrijden en van de rivierweg af gaan en de bush weg op. We kozen voor het laatste. Echter wisten we dat we ook daar veel olifanten tegen zouden komen en dat gebeurde dan ook. Inmiddels hebben we heel veel respect voor olifanten gekregen. Ze zien er zo lief uit, maar ze zijn toch best wel gevaarlijk. Kom vooral niet bij een vrouwtje met een kleintje in de buurt of bij een mannetje in Musth (wanneer hun hormonen beginnen op te spelen). Op een gegeven moment moesten we stil staan omdat er een kudde olifanten overstak en laten we nu precies stil komen te staan naast een vrouwtje met een heel klein baby’tje onder haar benen. Dan begint het wel warm te worden in de auto hoor. Maar gelukkig ging alles goed en konden we weer doorrijden. Iets verderop kwamen we een groepje buffels tegen. Buffels zijn over het algemeen niet heel agressief, behalve as ze alleen zijn of zich bedreigd voelen. Voor een groepje buffels zijn we dan ook niet bang, maar toen we ietsje verder reden bleek het groepje iets groter te zijn. De groep stak net over vanaf de rivier het bos in en we lieten de eerste voorgaan, tot we zagen dat de groep dus iets groter was. Als we daarop moesten wachten, dan zouden we nog een uurtje staan te wachten, want het waren maar liefst een stuk of 800 a 900 buffels bij elkaar, die allemaal tegelijkertijd over wilden steken. Wij zijn er heel langzaamaan tussen gaan rijden en na 15 minuten waren we er gelukkig voorbij. Op dat moment kijk je elkaar wel even aan en denk je oeps dat was spannend. Gelukkig kwamen we daarna snel bij de uitgang aan, dus we konden de gewone weg weer op. Voor vandaag hadden we wel genoeg wilde dieren gezien.

We reden eruit bij de Ngoma gate en 18 km verderop lag de camping Mwandi view. De camping is helemaal nieuw en nog geen jaar open, dus alles zag er prachtig uit. We waren wederom helemaal alleen op de camping, maar dat zijn we inmiddels wel gewend. De camping lag aan de rivier, dus s avonds wilden we de zonsondergang zien. Net op het moment dat de zon onderging begon het kleihard te regenen, dus we bleven in de bar hangen en praatten met de 2 eigenaren. Zij hadden zeer interessante verhalen over de wilde dieren, nadat ze zelf 30 jaar in Botswana hadden gewoond en jarenlang als safari gids gewerkt hadden in Chobe. Later op de avond werd ik opgegeten door de muggen, dus ik besloot alsvast de tent in te gaan. Hoite bleef nog even zitten. In de tent ben ik een filmpje gaan kijken op mijn iPad, plotseling word ik een soort van aangevallen door iets groots, dus ik geef een gil. Het ding vloog in het rond de hele tijd tegen mijn hoofd aan, dus ik gilde nog een paar keer. Ik had alleen niet in de gaten dat ik zo hard gilde, want de drie mannen kwamen aangerend wat er aan de hand was. Oeps toen moest ik natuurlijk zeggen, dat het niks was alleen een groot vliegend insect, die ik inmiddels achter het tentraam gevangen had. Daar heeft ie de hele nacht lopen fladderen en ’s ochtends hebben we hem vrijgelaten. Toen zagen we dat het 1 van die steek insecten was, de naam weten we niet, maar groot was ie wel. Er zijn hier zoveel insecten die we in Europa niet hebben.

Het was dat we met Herman en Janet hadden afgesproken, anders konden we nog wel een dag extra blijven op deze mooie camping. Op naar Namibië. We zaten vlakbij de grens dus we waren er al snel. Het was opnieuw een hele rustige en snelle overgang, dus als snel hadden we Botswana verlaten en waren we in Namibië.

Onze kampeerplekken:

Caprivi - Rundu - Grootfontein. Tsumeb, Namibië 27.01.2017 - 07.02.2017

Inmiddels zijn we al 3 weken in Namibië, maar wifi is erg schaars hier, dus onze blogs lopen een beetje achter. We beginnen bij het begin.

In Namibië zagen we gelijk de meest armoedige dorpjes, erger dan we tot nu toe hadden gezien. Nu is de grensstreek nooit de beste streek, maar dit was wel echt heel armoedig. Wat ook opviel was dat het allemaal kleine dorpjes waren, met kleine armoedige hutjes. Wat ook opviel was dat er nergens afval lag. Dit is in Zuid-Afrika bijvoorbeeld wel anders. Ook zagen we ontzettend veel jonge kinderen. Ze doen hier duidelijk niet aan geboortebeperking. Toevallig reden we er net tijdens het uitgaan van de scholen en zagen we dan ook honderden kinderen langs de grote weg lopen van school terug naar hun dorpje. Ook stonden er langs de weg verkeersborden, Let op Olifanten of Wilde honden of koeien. In Europa is het ondenkbaar dat de kinderen zonder begeleiding gewoon langs de weg lopen, terwijl ze allerlei wilde dieren tegen kunnen komen. Maar dit is Afrika hier werkt alles anders.

We moesten nog lunchen, dus we stopten bij een picknick plaats, waar wel een groot bord staat dat uit de auto stappen op eigen risico is i.v.m. de wilde dieren. Heel relaxed sta je dan niet je broodje te smeren, ook zit je niet relaxed een plasje te doen. Dus de een plast en de ander staat op wacht. Terwijl ik de broodjes smeerde hoorde ik in 1 keer iets naast me en toen ik opkeek zag ik iets achter de boom weg schieten. Hoite had het niet gezien, dus we wisten niet wat het was, later bleek het een wild zwijn te zijn, altijd beter dan een olifant.

Na 3 uur kwamen we aan bij Namusasha Lodge net voorbij Ngonga. De camping waar we met Herman & Janet hadden afgesproken. We moesten een lang zandpad rijden en Hoite zei nog dat ie een vers autospoor zag. Bij de gate zagen we dat Herman & Janet net 5 minuten eerder aan waren gekomen. Bij de receptie kwamen we ze tegen, dat was een zeer leuk weerzien. De lodge was prachtig aan de rivier Kwando, dus we verwachten veel van de camping. Bij de camping aangekomen zagen we, dat we een enorm stuk grasveld tot onze beschikking hadden met een privé toiletgebouwtje. De campsite was meteen naast de rivier waarin de hippo’s gezellig zwommen. Bij navraag bij de camping bleken de hippo’s vaak aan wal te komen om lekker van het gras te grazen, toch handig om te weten, aangezien een hippo er wel schattig uitziet, maar zodra hij zijn bek open trekt is ie alles behalve schattig. Op naar het volgende onderzoek, hoe zag het toiletgebouw eruit, want wat een luxe je eigen toiletgebouw. Als je warm water wilde, dan moest je zelf een vuurtje stoken, prima dat vindt Hoite wel leuk. Van binnen zag het toilet, de wastafel en de douche er prima uit, alleen een beetje donker (waarschijnlijk expres zodat je alle insecten niet zo goed zag vliegen). Toen we later terugkwamen om naar de wc te gaan, vonden we het belachelijk dat er iemand gebruik had gemaakt van ons toilet en niet eens de moeite had genomen om door te trekken. Echter toen we zelf doortrokken zagen we dat het gewoon het water was. Het water van de wc, douche en wasbak kwam namelijk rechtstreeks uit de naastliggende rivier en was dus ook net zo bruin als de naastliggende rivier. Toch een grappig idee, dat je baddert in hetzelfde water als waar de hippo’s de hele dag in liggen te badderen (poepen en plassen). Omdat het weer begin te regenen zijn we onder het afdakje van het toiletgebouw gaan zitten om een hapje te eten. Na het eten zijn we snel gaan douchen en naar bed gegaan, niet omdat het niet gezellig was maar het stikte van de muggen, dus met name ik werd opgevreten door de muggen. Had er in 1 keer 40 beten bij per voet en zelfs door mijn broek heen hadden ze vele malen in mijn benen gestoken. Nu zijn de muggebeten op zich al erg vervelend want ze jeuken als een malle, maar daarnaast zitten we in zwaar malaria gebied. Ook al slikken we malaria tabletten, dit wil niet zeggen dat je 100% beschermd bent. En wat je vooral niet wil krijgen is malaria. Dus als de antimuggen sprays (ik gebruikte er 3) en alle kleding de muggen niet tegen houdt, dan kun je alleen nog maar veilig naar je tent, waar je beschermd bent door het muggengaas. ’s Nachts hoorden we de hippo’s, maar we konden ze niet zien, dus we wisten niet of ze nu naast ons in het water lagen of naast onze tent stonden te grazen.

De volgende dag was een dag van heerlijk niks doen. Naast de campingplaats van Herman & Janet stond een mooi huisje aan de rivier met keukentje, dus daar hebben we de hele dag gezeten, genietend van het uitzicht, kletsend, schuilend voor de regen etc. Omdat we nu een hutje hadden hoefden we niet meer half in de regen te eten, goede reden dus om de braai weer aan te zetten. Onze laatste avond met Janet en Herman, dat was wel echt jammer. Helaas werden we ’s avonds weer helemaal opgegeten door de muggen en ook de hippo’s klonken steeds zo dichtbij, dat we niet wisten waar ze waren. Daarnaast was het pikkedonker, dus je zag niks. Het was dus alweer vroeg bedtijd.

De volgende ochtend zijn we in de lodge gaan ontbijten en was het weer tijd om nu echt afscheid te nemen van Herman & Janet. Zij gingen terug naar Botswana en waren nu onderweg richting huis en wij gingen Namibië verder in. Nadat we 150 km gereden hadden richting de volgende camping kwam Hoite erachter dat hij bij Namusasha zijn slippers had laten staan, bij het instappen van de auto. Beetje jammer, want 150km was te ver om helemaal terug te rijden. Dus Hoite moest blootvoets verder. Onze volgende doel van Ngepi Camping aan het einde van de Caprivi regio. We hadden op internet gelezen, dat de eigenaren erg grappig waren en hun camping dan ook erg grappig in hadden gericht. Toen we daar aankwamen konden we nog net droog inchecken, maar zodra we op de campingsite aankwamen barste de hemel open en kwam het met enorme bakken water uit de lucht vallen. Toen was de camping niet zo grappig meer, want wat bleek, alle toiletten en douches waren buiten, dus droog plassen ging niet meer. En ook afdrogen na de douche had geen zin omdat je in de stromende regen stond. We hebben daarom de douche maar even overgeslagen en hebben stiekem gebruik gemaakt van het toilet van een huisje iets verderop, omdat daar wel een dak boven zat. Gelukkig was dat huisje die nacht niet verhuurd, dus niemand heeft ons ontdekt. Vanwege de regen lagen we al voor 18u op bed, want er was nergens een plekje om te schuilen. De volgende ochtend waren we dan ook een beetje klaar met Ngepi camp en zijn we gegaan. Een tip voor de volgende keer, ga naar een grappige camping als het mooi weer is, zodat het ook echt grappig is. In Swaziland had ik van iemand gehoord, dat we in Namibië echt naar de Epupa Falls moesten gaan. Toen we aankwamen bij Ngepi Camp zagen we een bordje van de Popa Falls. Omdat Swaziland al een tijdje geleden was, dacht ik oh dat zijn ze daar moeten we naar toe. Dus eerst naar de Popa Falls, dat was een kleine teleurstelling, zie foto.

Onze volgende stop was Rundu, een grotere stad waar we boodschappen konden doen en het kruispunt waar je naar het zuiden af kunt zakken, ook een stad met veel drukte, een groot verschil tussen arm en rijk, dus er liepen heel wat schooiende kinderen rond. In Rundu vonden we camping Kaisosi River Lodge. Een mooie groene camping aan de Okavango rivier. Aan de overkant van de rivier zag je Angola liggen. Een deel van het personeel van de camping kwam uit Angola en ging elke dag met een kano van Angola naar Namibië en ’s avonds weer terug. Elke campingsite had een eigen badkamertje, het stelde niet veel voor en was erg klein, maar wel fijn dat je het voor jezelf hebt. Het was zo’n heerlijke plek, dat we er uiteindelijk 6 dagen zijn gebleven. Op de camping woonden ook paarden, geiten, pauwen, kalkoenen, fazanten etc, die kwamen dan ook de hele dag bij de tent om te grazen of eten te jatten.

De eerste weken hebben we zoveel kilometers gereden en zoveel dingen gedaan, dat we nog geen vakantie hadden gehad. We waren wel toe aan even niks doen. Ik had pas 2 boeken gelezen (beiden in Kaapstad), we hadden bijna nog geen Rummicub gespeeld, dus het was tijd voor wat vrije dagen. De eerste dag hadden we prachtig weer, dus heb ik ook maar meteen een was gedraaid, dat was maar goed ook want de rest van de week hebben we de zon niet meer teruggezien. Dat was helaas na 4 dagen ook te merken. We hadden geen stroom meer voor onze koelkast, dus we moesten gaan rijden. We hebben zonnepanelen die ons van extra stroom moeten voorzien, maar als er geen zon is, is er ook geen extra stroom. Dus we besloten op vrijdag om dan maar door te gaan naar de volgende stop. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want toen Hoite de auto wilde starten, startte deze niet meer. We hadden dus niet alleen een lege huishoudaccu, maar ook twee lege startaccu’s. Gelukkig kwam iemand van de camping ons helpen en binnen no time was de auto gestart. Wel moesten we nu een andere oplossing zoeken, want het zag ernaar uit, dat we de zon echt voorlopig niet meer zouden zien, helaas want al mijn bruinsel van de afgelopen weken was alweer aan het slijten. Omdat we naar Afrika zouden gaan en in Afrika altijd de zon schijnt, hadden we bedacht dat we aan 4 accu’s en zonnepanelen wel genoeg stroom zouden hebben, maar als je dan in Afrika komt en je ziet alleen maar wolken of regen, dan houdt het toch een keertje op, dat was dus nu. Gelukkig zaten we in de buurt van een wat grotere stad, dus zijn we naar Rundu gereden en hebben daar boodschappen gedaan en een accu oplader gekocht. Omdat dit uiteindelijk allemaal veel tijd kostte besloten we terug te gaan naar dezelfde camping, daar konden we alle accu’s gedurende de nacht opladen, kijken of het werkte. En ja hoor de volgende ochtend waren ze allemaal weer vol. We bleven nog een extra dagje en zijn op zondag doorgereden naar Roy’s Camp, net voor Grootfontein.

Onderweg naar Grootfontein kwamen we bij de vleescontrole post tegen. Blijkt dat ze een mond en klauwzeer uitbraak hebben in het noorden van Namibië en dat betekende dat er geen vlees van het noorden naar het zuiden gebracht mocht worden. We hadden die ochtend net boodschappen gedaan en weer een hoop vlees ingeslagen, dus we baalden goed. We moesten de koelkast openen en de diepvries en er werd ons verteld dat we het vlees in moesten leveren. Na een hoop gelul was het ok als we een kwart afgaven en de rest mochten we dan houden. Tja, hoe geloofwaardig is het dan nog? Het is alles of niets toch? Maar goed, wij waren allang blij dat we niet alles kwijt waren. Toen we bij Roy’s camp aankwamen waren we weer alleen op de camping, dat gebeurd nogal eens tijdens deze reis. Hel veel mensen komen we niet tegen, dit omdat het ondanks de zomer ook regenseizoen dus laagseizoen is. De winter is hier het hoogseizoen en dat terwijl er niet eens sneeuw ligt. Roys camp was leuk aangekleed met leuke en grappige details, veel oude verroeste auto’s die als versiering werden gebruikt. Het was een echte bush camp, dus geen gras, wel struiken en zand. Het toiletgebouw was donker en daardoor onaantrekkelijk. Je ziet namelijk niet of iets schoon is en je hoort de insecten maar ziet ze niet. De laatste tijd is het een race tegen de klok, bij aankomst op een camping moeten we snel alles neerzetten, koken en zorgen dat we voor de regenbui alles opgeruimd hebben. Ook hier weer, er brak een denderend onweer uit en het onweer hier is niet zoals bij ons thuis. Je ligt echt te trillen in je tent, zo hard is de donder, het laat de hele auto bewegen. Terwijl we in de tent lagen, wederom lekker vroeg vanwege de regen, waren we beiden een filmpje op onze iPad aan het kijken tot Hoite riep dat er een spin in de tent zat. Nou ik kan wel vertellen, dat een spin in de tent voor mij hetzelfde is alsof er een olifant in de tent zit. Mijn bril was ook in 1 keer verdwenen, dus je ziet met je schele ogen iets bewegen, maar je kunt het niet echt zien. Omdat de spin bij de ingang zat was naar buiten gaan ook geen optie. Hoite kon er alleen maar om lachen, maar ik dus niet. Gelukkig had Hoite hem na een heeeeele lange tijd te pakken en in een plastic zakje gevangen. Gelukkig, de olifant was opgeruimd.

In de buurt van Grootfontein ligt een hele grote meteoriet, die 80.000 jaar geleden op aarde is gestort. De meteoriet meet 3m bij 1m en weegt ca. 50 ton. Hij bestaat uit 82% ijzer, 16% nikkel en verder allerlei andere soorten metaal. Het is de grootste meteoriet op aarde waar mensen weet van hebben. Dus erg bijzonder om te zien. Het is een kolossaal blok ijzer en dat zweeft dan rond onze aarde tot het op onze aarde terecht komt eens in de zoveel jaar.

Na de meteoriet zijn we naar Tsumeb gereden, daar wilden we naar een museum over de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers hebben hier toen ook gevochten. Tegen de tijd dat ze in de gaten kregen dat ze zouden verliezen hebben ze al hun wapens, zoals kanonnen in een diep meer gegooid, zodat de Engelsen er niet mee vandoor konden gaan. De Zuidafrikanen hebben langzaam heel wat wapens uit dit meer kunnen halen, maar sommige kanonnen liggen wel op 70 meter diepte. Het museum bestond ook uit de geschiedenis van alle stammen die nu nog in Namibië leven, dus dat was ook wel interessant. Zodra we het museum uitliepen begon het te regenen, wat snel overging in stortregenen. Snel dus maar naar de camping om de tent op te zetten. De camping was prachtig Kupqueller Resort en ook de badkamers waren erg mooi, zo mooi hebben we ze niet eerder gezien. We stonden op een mooi grasveld, echter hadden we niet in de gaten toen we de auto neerzette, dat als er veel water viel, dat het mooie grasveld dan een mooi moeras zou worden. Daar kwamen later achter toen we naar de badkamer rende om te douchen. Dat rennen ging niet zo makkelijk, dat is hetzelfde als schaatsen op water.

Omdat het de volgende dag ook volop zou blijven regenen in Tsumeb besloten we om de volgende ochtend vroeg te vertrekken naar Etosha. Erg jammer want de camping was zo mooi, hier hadden we wel langer kunnen blijven.

Onze kampeerplekken:

Etosha NP - Kamanjab, Namibië 07.02.2017 - 13.02.2017

Na een aantal weken zonder goede wifi, nu dan eindelijk een update.

Op dinsdag 7 februari waren we dus erg benieuwd hoe we de tent in zouden gaan pakken, nat of droog, omdat het dag en nacht daarvoor zo hard had geregend en het pas net droog was. Helaas was de tent nog niet droog, dus we hebben al het beddengoed eruit gehaald en in de auto gelegd en de tent ingepakt. Op naar Etosha.

Etosha is een Nationaal Park waar we 8 jaar geleden met de overland truck ook geweest zijn. Toen hebben we bijna geen dieren gezien, dus we hoopten die dag meer geluk te hebben. En geluk hadden we, niet met de dieren die we graag wilden zien, zoals cheetahs en luipaarden, maar we hebben wel dieren gezien die we tot nu toe nog niet gezien hadden, zoals de gemsbok, rood hartebeest, baby wildebeesten, flamingo’s, zwarte neushoorn (zeer zeldzaam en bedreigd), witte springbokken (tot nu alleen de bruine gezien) en als toetje 1 leeuw. Dat kan wel een geslaagde dag genoemd worden. Bij de entree van het park hing een waarschuwing voor mond & klauwzeer, dus we wisten dat we controle zouden krijgen bij de gate naar buiten toe. Net voor de gate hebben we dan ook het vlees uit de diepvries gehaald en in de auto verstopt. 1 Gehakt hebben we laten liggen. Bij de uitgang werd ons verteld dat we geen vlees mochten mee nemen, dus ze wilden de koelkast checken. Omdat we maar 1 gehakt bij ons hadden mochten we het uiteindelijk toch meenemen.

Na Etosha hadden we 3 campings die we wilden checken, de eerste was een mooie lodge, maar een vreselijke campsite in de bush, de tweede was erg duur en er was nergens beschutting tegen de regen, die snel zou losbarsten, dus we gingen naar de derde. Dit was een mooie groene campsite bij een boer op het erf, met mooie badkamers. Al snel na het uitklappen van de tent begon het weer hard te regenen, maar dit keer konden we schuilen in het keukentje naast onze plek, dus we zaten heerlijk droog. Het warme water moest door vuur gestookt worden, dus dat kwamen ze snel doen. ’s Avonds toen ik onder de douche stond viel de stroom uit, daar sta je dan in het pikkedonker. Gelukkig kon Hoite snel onze hoofdlampen aanzetten, zodat we nog iets zagen. Best romantisch toch, net alsof je met kaarslicht aan staat te douchen. ’s Nachts was het minder romantisch omdat we op muggenjacht moesten. Dachten we de mug gedood te hebben, werden we later weer wakker van een andere mug, zo hebben we er ’s nachts 4 gevonden. Helaas hebben we geen idee hoe ze telkens binnen komen, we hadden er eerder nooit last van gehad. De laatste tijd komen er allerlei ongedierte de tent in, maar hoe?

De volgende dag scheen de zon een beetje, dat was lang geleden. Omdat we niet meer gewend waren om ons in te moeten smeren, ben ik natuurlijk weer erg verbrand. De camping was bij een boer op het erf, dus er waren allerlei dieren die overdag over de campsite liepen, zoals honden, geiten, koeien en kalfjes. De boerderij ligt dicht bij Etosha en omdat de hekken rondom Etosha niet zo goed zijn, ontsnappen er geregeld wilde dieren. Deze wilde dieren vallen het vee van de omliggende boerderijen aan. De boeren hebben geprobeerd om de wilde dieren terug te brengen naar Etosha, maar omdat ze geroken hebben aan makkelijk eten ontsnappen ze steeds weer. In Etosha zelf moeten ze echt op jacht terwijl het vee een makkelijke prooi is. Vandaar dat de boer van deze boerderij ze op zijn land laat wonen, zodat ze niet meer kunnen ontsnappen. Uiteraard staan er ook hekken omheen, maar de ruimte is redelijk groot, circa 1000 hectare. Inmiddels hebben ze 4 cheetahs, 2 luipaarden, 2 leeuwen, 4 karakals, 1 jackal, 1 genetcat, 2 stekelvarkens en 1 struisvogel naast het normale vee.  De cheetahs, jackal, genetcat en stekelvarkens hebben we gezien, de leeuwen hebben we gedurende de nacht gehoord. 's Avonds konden we genieten van 1 van de mooiste zonsondergangen ooit.

Op 09.02 gingen we verder naar onze volgende stop, Kamanjab. Kamanjab zelf was niet het doel, maar we moesten ergens halverwege stoppen en in Kamanjab was camping Oppi Koppi. Daar gaan veel overlanders heen, omdat het een erg mooie en gezellige camping is. Dus dat vonden wij ook een mooie tussenstop voor en nachtje op onze doorreis. De route erheen was erg mooi, alleen maar zand. Namibië heeft ontzettend veel wegen, omdat het land zo enorm uitgestrekt is, maar een klein percentage (9%) is geasfalteerd, dus de rest zijn gravel en zandwegen. Het dorpje Kamanjab is niet echt een bijzonder mooi dorp, maar je hebt er wel alles, zoals een supermarkt en tankstation, dus dat is het belangrijkste. Echter is het overal erg moeilijk om verse groente en fruit te vinden en als je het vindt is het meestal in slechte staat. Wij hebben dan ook voor de zekerheid wat blikgroenten en fruit bij ons, beter iets dan niets. De camping Oppi Koppi was als een oase in de woestijn. Mooie campingplaatsen met een eigen huisje met wasbak en zonnedak, tafel en bankjes. Daarnaast was het kamperen gratis. De eigenaren komen uit België/Nederland en zij hebben het motto, gratis kamperen, maar kom een drankje en hapje doen in onze bar en restaurant. Toen we net stonden kwamen er naast ons nog 2 overlanders staan. 1 Zwitser en 2 Duitse meiden. We raakten aan de praat en hebben ’s avonds gezellig met zijn allen in het restaurant gegeten. Wat een heerlijkheid, gratis kamperen, niet hoeven koken, Hoite kon lekker pizza eten en we hadden nog gezellig gezelschap ook. Het klikte zo goed met Stefanie en Birgit, dat we i.p.v. 1 nacht 4 nachten zijn gebleven. Zij vonden Rummicub ook erg leuk, dus dat was al snel de hoofdtaak van de dag, veel Rummicubben. Omdat er ook een wasservice was en we nodig onze handdoeken moesten wassen hebben we ook de was weggebracht. Ik ben daar normaal niet een grote fan van en doe veel liever mijn was zelf. Als er geen machine in de buurt is, dan op de hand als ik het maar zelf kan doen. Maar de buren hadden de was gedaan en alles was schoon en rook lekker, dus ach waarom niet. Nou dat hebben we geweten. De machines waren kapot, de wasdames hebber er teveel waspoeder in gedaan en waarschijnlijk alles veel te heet gewassen. Toen we de was op gingen halen was alles verkleurd, nog deels nat en de was plakte. Ze hebben alles nogmaals in de wasmachine gedaan om de was nog een keer uit te spoelen, maar hierdoor is de stof kapot gegaan. Waardoor we nu dus met beddengoed, handdoeken en washandjes zitten die er voorheen als nieuw uitzagen en nu wel 50 jaar oud lijken. Dikke pech dus en precies de reden waarom ik dus altijd zelf wil wassen, als er dan iets mis gaat heb je het tenminste nog zelf gedaan.

Na 4 nachten moesten we toch echt wel weer verder, want we hadden nog wel genoeg tijd, maar we wilden ook nog heel veel zien en doen. Omdat het zo goed klikte met het Duitse stel besloten we om een 4x4 route samen te gaan rijden via Palmwag en richting Warmquelle en de hotsprings daar. We zouden dan bij de hotsprings overnachten. De omgeving moest prachtig zijn en er lopen olifanten, leeuwen en allerlei ander wild echt in het wild rond, zonder hekken eromheen.

Onze kampeerplekken:

Palmwag - Uis - Swakopmund, Namibië 13.02.2017 - 20.02.2017

Eindelijk even naar de bewoonde wereld. Het zou daar een stuk koeler zijn, drukker, leuke restaurantjes etc. Daar waren we wel even aan toe na weken in de niet geciviliseerde wereld rondgereden te hebben. We wilden nog even douchen na het ontbijt, maar het water was op, dus dat zat er niet meer in. Op naar Swakopmund. De gravelroute erheen was wederom weer prachtig, het veranderde van rotsen in zand, van rood naar wit, dus we keken onze ogen weer uit. Het werd ook steeds frisser. We vertrokken met 38 graden en de temperatuur zakte naar uiteindelijk 18 graden, brrrr. Vanaf het moment dat we bij de kust aankwamen was de weg geasfalteerd, in slechte staat, maar wel geasfalteerd. Doordat er behoorlijk wat wolken hingen was het een triest gezicht. Het was koud, grauw, saai, asfalt kapot en in 1 keer veel meer auto’s. Langs de kust van Namibië liggen meerdere scheepswrakken die aan de kust stranden, zo kwamen we op een gegeven moment het schip Zaila tegen. Een Angolees schip wat 8 jaar geleden gestrand is en nog steeds langs de kust ligt. We zijn er even snel een kijkje gaan nemen, maar we werden meteen omsingeld door allerlei mannen die mineralen aan ons wilden verkopen. Dus we zijn maar snel weer gegaan. Uiteindelijk kwamen we in Swakopmund aan. We zijn hier 8 jaar geleden ook geweest, maar ik herkende er niet veel meer van, Hoite wel wat meer, maar er is wel veel veranderd in de afgelopen jaren. Als eerste gingen we naar de camping om alvast een plaatsje uit te zoeken. De camping is erg mooi, wat een luxe. Het lijkt op een bungalowpark, zelfs de campingplaatsen. Je hebt namelijk bij elke campsite een heel gebouw staan, waar je buiten een heel terras, dak, BBQ en afwasbak hebt en binnen een mooie moderne badkamer. Het lijkt net een hotelkamer met je eigen bed, beter kan niet. Birgit en Stefanie moesten ook naar de garage, maar dan de Landrover garage, dus we zijn elk naar de garage gegaan om daarna boodschappen te doen. We wilden ’s avonds gezellig BBQ-en met vis. Wij zouden de boodschappen doen en zij de vis halen. Bij de Toyota garage konden we gelukkig een afspraak maken voor de volgende ochtend. In Nelspruit hebben we 3 dagen in de garage doorgebracht, maar daar was het net alsof we thuiskwamen zo aardig waren ze daar allemaal. Hier in Swakopmund zijn ze ontzettend onaardig en ongeïnteresseerd. Helaas hadden we geen keus en moesten onze wielen gemaakt worden en we hadden een kleine beurt nodig, omdat we er al 12.000km op hebben zitten. ’s Avonds hebben we een verrukkelijke BBQ gehad, compleet met marshmallows, pompoen, salade en heerlijke vis. Het enige wat een beetje tegenviel was dat het ontzettend koud was. De lange broeken moesten achter uit de lades gehaald worden samen met de truien, sokken en alles wat we maar konden vinden wat een beetje warmte gaf. Zelfs de dekens moesten we erbij pakken. Niet echt mijn ding dus, geef mij maar 38 graden en vele zweetdruppeltjes. Alles beter dan het bibberen van de kou. Maar het was een super gezellige avond. Dat hebben we de volgende dag dus gewoon nog een keer gedaan maar nu met sushi als voorgerecht. Vrijdag middag zijn we het stadje in gelopen en hebben we heerlijk geluncht in Village Cafe, omdat we het ’s avonds best wel koud vonden zijn we ’s avonds heerlijk gaan uit eten. De dagen vlogen om in Swakopmund. De zaterdag was onze laatste dag samen, Wij zouden verder naar het zuiden gaan en Stefanie en Birgit moesten weer terug naar het noorden. Dus we hebben er een gezellige dag van gemaakt en ’s avonds zijn we uit eten gegaan. Op zondag was het helaas tijd om afscheid te nemen, wat vonden we dat jammer. Toen waren we weer met zijn tweetjes. We hadden inmiddels heel wat was verzameld, dus tijd voor een grote wasbeurt. Omdat ik de was niet meer wil laten doen, zijn we op zoek gegaan naar een wasserette waar je zelf kunt wassen. Nou de meiden bij de wasserette waren zo ontzettend onvriendelijk en onbeschoft, dat het een lange 4 uur wachten was tot alles gewassen was. Maar dan heb je ook wat. Gelukkig scheen eindelijk het zonnetje in de middag even, zodat alles kon drogen. Klaar om weer verder te gaan. Op naar het zuiden, en dus helaas ook richting huis.

Onze kampeerplekken:

Sesriem, Aus, Luderitz, Keetmanshoop, Namibië 20.02.2017 – 25.02.2017

De ochtend dat we vertrokken uit Swakopmund scheen het zonnetje heerlijk en was het eindelijk niet meer koud. We gingen richting Sesriem, waar de bekende Dune 45 en Sossusvlei zijn. Het eerste stuk was een geasfalteerde weg richting Walvisbay en bij Walvisbay gingen we weer de gravelweg op richting Sesriem. Ongeveer een uur van Walvisbay vandaan zagen we in de greppel een overlandtruck staan, we reden er voorbij denkend dat het een erg vreemde plek was om te stoppen. Toen we er voorbij reden zagen we in 1 keer, dat het voorwiel helemaal dubbel lag en dat de truck door zijn as gezakt was. We zagen geen mensen buiten de truck staan, maar wel in de truck zitten, dus we zijn snel gestopt en teruggereden om te kijken wat er aan de hand was en of ze misschien hulp nodig hadden. De gids liep aan de andere kant van de truck. Hoite vroeg of hij hulp nodig had en hij zei dat hij moest bellen, maar dat hij geen bereik had. Hoite heeft hem toen aangeboden om met onze sateliettelefoon te bellen. De gids was erg verbaasd dat we dat aanboden en nam het aanbod graag aan. Hij heeft de reisorganisatie in Zweden gebeld en die hebben er toen voor gezorgd dat er vervangend vervoer aan zou komen. We zijn nog een tijdje blijven wachten, omdat er heen en weer gebeld moest worden, daarnaast hebben we de mensen, die gelukkig allemaal zo goed als ongedeerd waren maar wel in shock, water aangeboden, aangezien wij 75 liter water bij ons hebben. 1 Vrouw was met haar hoofd tegen de zijkant aangekomen en had een flinke blauwe wang, die hebben we een ijskompres gegeven. Wat waren deze mensen dankbaar dat we ze geholpen hadden, ze stonden zo alleen langs de kant van de weg midden in de woestijn en ze waren zo geschrokken. Wij zijn later weer verder gaan rijden, omdat we nog een flink stuk moesten, door dit op onthoud konden we Sesriem niet meer halen, dus 100km voor Solitaire zijn we gestopt bij camping Sossus on Foot.

We hadden in de reviews gelezen dat deze camping van een Japans/Namibie stel is. We vroegen ons af of de Japanse vrouw de gids zou zijn, die ons 8 jaar geleden door de Sossusvlei begeleid had toen we met de overland truck van Acacia daar waren. En ja hoor dat was ze. Ze waren 7 jaar geleden gestopt met gidsen in de Sossusvlei en hadden dit stuk grond gekocht en zijn een camping begonnen. De omgeving was prachtig, het uitzicht ook, alhoewel we er nooit zouden willen wonen. Nadat we alles hadden neergezet en de tent hadden uitgeklapt begon het uiteraard te regenen en dat terwijl we in de woestijn zaten. Het lijkt wel of we de regen overal mee naar toe nemen. Gelukkig was het niet veel regen, dus we konden lekker buiten blijven zitten onder het afdakje.

De volgende dag gingen we verder naar Sesriem, via de Tropic of Capricorn en Solitaire. Vanaf Sossus on foot was het maar een uurtje rijden naar Solitair. Een oud dorpje midden in de woestijn met alleen een tankstation, een klein winkeltje en een bakkerij. We kenden deze plaats nog van 8 jaar geleden vanwege de oude auto's, die er ook nu nog stonden. De bakkerij staat bekend om zijn goede appeltaart, dus dat wilden we natuurlijk ook wel even proeven. De appeltaart was heerlijk. Daarnaast was het erg grappig dat ze hier wifi hadden en ook nog hele goede wifi ook, dus gelijk maar even wat updates van onze website doen. Dit duurde uiteindelijk nog best wel lang, dus we reden pas laat weg uit Solitair, waardoor we pas rond 16u aankwamen in Sesriem.

We hadden een camping daar bedacht, maar toen we in Sesriem aankwamen kregen we te horen dat de gate naar Dune 45 en de Sossusvlei pas met zonsopgang openging. Alleen vanaf de camping NWR Sesriem Camp kon je een uur voor zonsopgang al naar de duinen. Omdat we van 8 jaar geleden wisten, dat de klim naar de top behoorlijk zwaar was en veel tijd kostten wilden we echt voor zonsopgang al vetrekken. Er zat dus niks anders op, dan naar die camping te gaan. Jammer, want die camping was wat duurder en veel minder mooi. Deze camping was 1 grote zandbak met oude faciliteiten, maar ach we moesten er alleen slapen, het werd toch een korte nacht. Omdat het zo hard waaide en je buiten gezand straalt werd besloten we om wat in het restaurant te gaan eten, daar kregen we rauwe frietjes en hamburgers met zure mayonaise, dus prima maaltijd.

’s Ochtends om 4u ging de wekker, snel alles inpakken en ontbijten, zodat we als eerste bij de gate zouden staan, dat was toendertijd een sport van onze gids op de truck, dus we wilden die traditie in ere houden. We waren een half uur te vroeg bij de gate, die om 05.30u open zou gaan. En zo waren we ook als eerste bij Dune 45. We hadden een kleine voorsprong op alle andere toeristen. De klim naar boven herinnerde ik me nog goed van 8 jaar geleden. En ook dit keer was het een regelrechte hel. Halverwege ben ik gaan zitten en baalde ik zo enorm dat ik niet verder kon, ik was buiten adem, dat krijg je als je nooit sport. Na 10 minuten zitten en boos zijn op mezelf heb ik mezelf weer bij elkaar geraapt en ben ik Hoite achterna gegaan. Verstand op nul en doorlopen en wat ben je dan trots als je toch die top haalt, buiten adem maar ik heb het gehaald, terwijl veel mensen die je eerst hebben ingehaald halverwege zijn blijven steken. Het uitzicht is het dan ook wel waard, dus ik ben blij dat ik toch niet heb opgegeven.

Na de klim omhoog moet je ook weer naar beneden, gelukkig is dat niet zwaar en zelfs erg leuk, want je glijdt als het ware over het zand naar beneden.

Op naar de Sossusvlei. Dit is heel wat jaren geleden een rivier geweest, die droog is komen te staan en waar het zo droog is, dat er niks vergaat, dus ook de dode bomen niet en mocht je er een lijk neer leggen, dan zal deze jaren later nog steeds intact zijn. De weg ernaar toe was door de zachte zandduinen die alleen door 4x4 auto’s gereden mag worden. De mensen met een 2x4 moesten 5 km lopen of met een shuttle mee. We hebben nog twee meiden mee genomen op de treeplank, omdat zij geen 4x4 auto hadden. Aangekomen bij Sossusvlei zagen we mensen weer via een hoge rode duin gaan, dat vonden we raar omdat we dat 8 jaar geleden niet hadden gedaan, maar we zijn ze maar achternagegaan. Het had niet gehoeven, maar we hadden hierdoor wel een mooi uitzicht over de hele Sossus en die hadden we de vorige keer niet. Het omhoog lopen is zwaar, maar naar beneden is erg leuk, dus dat konden we nu voor de tweede keer doen.

Na de duinen zijn we terug naar de camping gereden voor een snelle douche om vervolgens door te rijden naar Aus. Onze volgende stop. De route naar Aus was prachtig, veel zand en rotsen, maar ook veel wild als Gemsbokken, Zebra’s en Springbokken. Omdat de rit naar Aus best lang was zijn we halverwege in Betta gestopt bij een kasteel. Dit kasteel is in 1903 door een Duitse baron (Von Wolf) gebouwd en hij heeft er 5 jaar gewoond. Bij het kasteel hebben ze een camping gemaakt en daar zijn we blijven overnachten. We waren er helemaal alleen, zoals op vele campings al inmiddels. Het was prachtig weer, maar net nadat we klaar waren met koken sloeg het weer om, dus maar snel naar bed. Toen we op bed lagen barste er een heftige regenbui los. Het slechte weer blijft ons achtervolgen zelfs in de woestijn waar het nooit regent, regent het zodra wij er komen.

Gelukkig was het de volgende ochtend weer droog en konden we de tent weer droog inpakken, dat is toch elke dag weer een uitdaging. We hadden het toiletgebouw voor ons alleen dachten we, maar zodra we binnenkwamen struikelden we over de duizendpoten en werden we aangevallen door een bende muggen, waarschijnlijk allemaal schuilend voor de enorme regenbui.

Via een panoramische route, de D707, zijn we weer verder gegaan richting Aus. Een prachtige route met veel verschillende landschappen en veel vrij rondlopend wild als Gemsbokken, zebra’s en een bord met giraffen, maar die hebben we niet gezien. We kwamen lekker op tijd in Aus aan, dus we hadden de tijd om even rond te rijden. Het waaide er enorm, dus we zochten een camping waar je een beetje beschut kon staan. Deze vonden we midden in het centrum, het was zeker niet de mooiste camping, maar we stonden er redelijk beschut tegen de enorme wind. De kinderen in het dorp vonden het maar wat interessant, dus ze stonden al snel bij de poort met zijn allen te giebelen, waarschijnlijk dachten ze: Wie zijn die vreemde mensen die op het dak van een auto slapen, daar waaien ze vast vanaf.

De reden dat we in Aus sliepen was niet vanwege Aus maar vanwege Kolmanskop en Luderitz. Twee dorpen waar we graag heen wilden, maar waar het onmogelijk is om te kamperen. Waaide het in Aus al zo hard, we waren gewaarschuwd voor Luderitz, dat je daar letterlijk wegwaait. Kolmanskop is een oud mijnstadje waar vroeger veel diamanten gevonden werden, de mijn was deels in handen van een Duits bedrijf. Het stadje is nog redelijk intact, dus de mijn, de huisjes, de bakker, slager, ziekenhuis etc staat er nog allemaal. Er woont niemand meer, maar je kunt er dus nog wel heen om te zien hoe de mijnwerkers er vroeger woonden/leefden. Alle huizen zitten vol met zand wat in de jaren allemaal de huizen in is gewaaid, maar je krijgt nog steeds een goed idee hoe het was in die tijd. Het was erg interessant om te zien. Daarna reden we naar Luderitz, de omgeving waarin beide dorpen liggen bestaat alleen uit zand en stenen, heel bijzonder om te zien, het is prachtig, maar je zult er maar wonen elke dag in het zand en tussen de stenen, met die harde wind altijd.

We wilden die dag nog helemaal doorrijden naar Keetmanshoop, zodat we de volgende dag konden proberen om Zuid-Afrika binnen te rijden. Van Aus naar Luderitz was 1,5 uur rijden en dat stuk moesten we ook weer terug. Vanaf Aus was het nog 4 uur rijden naar Keetmanshoop, de laatste plaats in Namibië voor de grens van Zuid-Afrika. Tenminste voor de grensovergang in Mata Mata de Kgalagadi Transfrontier Park in.

Sinds juni 2016 heeft Zuid-Afrika een nieuwe Visum regel, je krijgt bij binnenkomst een 3 maanden toeristenvisum. Daarna moet je eerst terug naar je eigen land voordat je weer in aanmerking komt voor een nieuw 3 maanden visum. Omdat wij via Kaapstad weer terugvliegen naar huis moesten we terug naar Zuid-Afrika. Je kunt wel een transitvisa krijgen, dan heb je 7 dagen om van de grens naar de luchthaven te rijden, maar omdat we zo van Zuid-Afrika houden wilden we eigenlijk een paar weken eerder al naar Zuid-Afrika om daar nog wat dagen door te brengen. We hebben de afgelopen maanden gemerkt, dat het bij de kleine grensovergangen vaak erg rustig is en dat ze er niet zoveel weten, dus we wilden via een kleine grensovergang Zuid-Afrika in proberen te komen in de hoop, dat ze ons gewoon een 3 maanden visum zouden geven, als het niet zou lukken, dan moesten we terug Namibië in en daar nog 3 weken overbruggen. De grensovergang van Mata Mata gaat ook direct het Kgalagadi NP in. Dit is een 3 landen park welke grenst aan Namibië, Botswana en Zuid-Afrika.

Maar goed eerst dus naar Keetsmanshoop. Daar was 1 campsite op de route naar Mata Mata, Quiver Tree Forest. De camping ligt op het terrein van de Giants Playground (allemaal rotsformaties) en in het Quiver Tree Forest. Tegen de avond kwamen we aan bij de camping, welke beheert wordt door de boeren van de boerderij die erbij hoort, niet de meest vriendelijke mensen, maar daar staan de blanke boeren in Namibië ook bekend om. Het was redelijk rustig, dus we konden de auto bij 1 van de toiletgebouwen neerzetten, waar een afdakje bij zat. Het begon namelijk uiteraard net weer te regenen toen we de camping op kwamen rijden. Onder het afdakje konden we mooi koken en toen de zonsondergang begon hoorden we ineens een zwerm muggen. Precies boven onze hoofden zwermden wel honderden muggen. Aan veel muggen waren we al gewend geraakt, maar dit hadden we nog niet meegemaakt. Het lawaai van honderden muggen boven je hoofd werkt ook niet heel erg rustgevend, dus we hebben snel de boel afgeruimd en wilden nog even snel douchen om alle muggenspray van ons af te wassen. Helaas kwam er geen water meer uit de douche, dus moesten we alles met doekjes schoonmaken, maar we konden het bed in. Onze tent is namelijk de enige veilige plek tegen ongedierte, heel af en toe glipt er eentje mee naar binnen als we zelf naar binnen gaan, maar normaal gesproken is de tent de enige veilige plek. Niet lang daarna hoorden we opnieuw de zwerm muggen, net alsof ze weer om ons hoofd heen zoemden. Toen we uit het raam keken, zaten er tientallen muggen voor het muskietengaas naar binnen te gluren, hopend op een gaatje om ook naar binnen te kunnen, zo bizar. Gelukkig heb ik standaard oordoppen in de tent liggen, zodat ik het muggengeschreeuw niet meer hoorde en lekker kon gaan slapen. Ik kon niet wachten tot we van deze vreselijke waterloze, geluidsoverlast veroorzakende camping konden verlaten. We hebben er de volgende dag nog wat van gezegd tegen de eigenaresse, maar die vond het niet zo interessant, het was niet echt haar probleem zeg maar.

Op naar Zuid-Afrika, daar hadden we nu nog meer zin in. De weg naar de grens was qua kilometers niet zo lang, maar niet al te best. Van de 45000km weg in Namibië is maar 6000km geasfalteerd, dus ook deze weg is gravel vol met kuilen, het duurde dus ca. 4 uur voordat we Mata Mata bereikten.

Onze kampeerplekken:

Kgalagadi – Upington – Calitzdorp – Oudsthoorn – Plettenberg – Sedgefield – Onrus – Clanwilliam - Paarl, Zuid-Afrika 25.02.2017 – 15.03.2017Yes we zijn Zuid-Afrika binnen…

Zoals we de vorige keer zeiden, liepen we het risico dat we Zuid-Afrika nog niet binnen zouden komen en dat we dan een heel stuk terug in Namibië moesten rijden. Maar we hebben mazzel gehad. Op 25.02 kwamen we aan bij de grens van Mata Mata. Hier zouden we uit Namibië gestempeld worden. Voordat ze de stempel wilden geven moesten we eerst 2 nachten op een camping in het Kgalagadi Transfrontier Park (een soort niemandsland) boeken. Daar was alleen nog plaats op de camping in Twee Rivieren (2,5 uur rijden verderop), ook gelijk de grensovergang naar Zuid-Afrika en Botswana. Daar hebben we dan ook 2 nachten geboekt om vervolgens weer terug naar de douane in Namibië te gaan. Nu wisten we nog niet of we wel Zuid-Afrika in konden komen en toch waren we nu verplicht om 2 nachten te blijven. Nu was dat natuurlijk niet zo’n straf, want we hadden goede verhalen gehoord over het park. De kans was groot dat we leeuwen zouden spotten. Op naar Twee Rivieren dus, dit was een rit van 2,5 uur. Onderweg hadden we al heel veel geluk met alles wat we zagen, veel Gemsbokken, Wildebeesten, Springbokken, Steenbokken, Giraffen en als klap op de vuurpijl lagen er gewoon 5 cheetahs langs de weg, we konden ze zo aanraken (dat hebben we natuurlijk niet gedaan). We hadden al cheetahs gezien, maar het blijft zo bijzonder mooi. We hebben dan ook een tijdje naar ze zitten kijken, ze zullen wel gedacht hebben. Uiteindelijk zijn we doorgereden en komen we ook nog 2 leeuwen tegen, een mannetje en een vrouwtje. De mannetjes hier hebben veel wildere manen, dan bijvoorbeeld de leeuwen in het Krugerpark en daarnaast hebben ze zwart in de manen zitten, hierdoor zijn ze nog indrukwekkender dan ze al waren. Nou ons bezoek aan dit park kon al niet meer stuk.

De camping lag aan de grensovergang, dus toen we daar in gingen checken, heeft Hoite meteen gevraagd wanneer we de douane formaliteiten konden doen. Dat kon meteen, dus op met onze paspoorten naar de douanecontrole. Binnen een paar minuten stonden we een beetje verbaasd weer buiten, met onze nieuwe visa voor 3 maanden in onze paspoorten. Het was gelukt…en daar hadden we ons dan zo’n zorgen om gemaakt. Nog 2 nachtjes slapen en we konden weer lekker Zuid-Afrika in.

Eerst nog maar even genieten van de Kgalagadi. De camping was top, de faciliteiten ook, dus onze dag was 1 groot feest. De volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan, omdat ze altijd zeggen, dat je dan de meeste dieren spot. Helaas geld dat voor ons meestal niet, maar we waren opnieuw de gelukkige spotters van 6 jackals. Die hadden we nog niet in het wild gezien. De rest van de dag zagen we niet veel meer, tot we rond de middag terugreden naar de camping en nog 6 leeuwen tegenkwamen, 5 vrouwtjes en 1 mannetje. Ze hadden de nacht ervoor een gemsbok gevangen en waren die om de beurt aan het oppeuzelen. Ze lagen een beetje ver weg, dus met onze verrekijker en de camera konden we ze volgen. Ook de volgende ochtend zijn we nog gaan rijden, maar toen hebben we niks meer gezien. Dat mocht de pret niet drukken, omdat we natuurlijk al veel wilde dieren hadden gezien. Dit was dan voorlopig ons laatste park, op naar Zuid-Afrika.

We hoefden maar 2,5 uur te rijden voordat we in Upington aankwamen. De weg van de Kgalagadi naar de kust waar we heen wilden is zo lang, dat we ergens moesten stoppen om de reis te breken, vandaar dat we in Upington stopten. Dat waren weer 2,5 uur minder van de volgende rit. We vonden een camping aan de rivier in het gras, en dat was zo’n verademing na al die weken in de stof, zand, droogte, dat we ook de volgende dag hier zijn gebleven. Even bijkomen, reizen kan best vermoeiend zijn hoe geweldig het ook is. We hebben heerlijk veel gerummikubt en gebraait.

Op 01.03 hadden we een hele lange rit voor de boeg. We wilden naar de Swartberg en dan overnachten in Prince Albert of Calitzdorp, dat hing af van hoe snel alles ging. De weg was eerst geasfalteerd, maar ging al snel weer over in gravel en omdat het flink had geregend de dagen ervoor, zaten er flinke waterputten in de weg. De eerste uren reden we door duinen, het leek net alsof we richting de zee al gingen, maar die was nog ver weg. Na 7 uur kwamen we bij Prince Albert aan, een klein toeristisch dorpje. Het lijkt een beetje op Stellenbosch maar dan in het klein. We waren nog niet moe, dus we wilden toch nog een stukje doorrijden naar Calitzdorp, zodat we de volgende dag niet maar 2 uur hoefden te rijden. De weg ging door het Swartberg gebergte en wauw wat een mooie route, ook erg geliefd bij motorrijders. Na 2 uur kwamen we dan bij de camping aan in Calitzdorp, Het Station. Een oud treinstation wat al sinds 1994 niet meer operatief is, maar wel nog in zijn oude staat is en nu dus een camping is. Het stationsgebouw is nu de bar en de bijgebouwen, zijn de toiletgebouwen, keuken etc. De eigenaresse is echt een schat van een vrouw en houdt de boel bijzonder schoon. Je voelt je er meteen thuis. De oude treintrolleys stonden nog op het spoor, dus daar hebben we een stukje mee gereden. We zijn een dagje extra gebleven, omdat we nu de tijd hebben om het rustig aan te doen. De ochtend dat we doorgingen naar Oudtshoorn hebben we heerlijk ontbeten bij de buren Wijnmakerij De Krans. Zij zijn beroemd vanwege de prijswinnende portwijnen die ze er maken. De twee Duitse meiden hadden het ons aangeraden, dus Hoite zat om 10u ’s ochtends al aan de portproeverij.

Na het heerlijke ontbijt en de vroege portjes zijn we naar Oudtshoorn gereden. We zijn daar naar de camping gegaan, waar we aan het begin van deze reis ook waren geweest, die camping van de fijne wasmachines. We hadden inmiddels weer een hoop was verzameld, dus het was weer tijd voor een wasdag. Wat kun je genieten van schone lekker ruikende was, het wordt bijna een hobby van me. Wat zal ik straks thuis weer genieten van mijn eigen wasmachine en droger. Op Hoites verjaardag 5 maart gingen we weer verder. We wilden graag terug naar Plettenberg Bay, naar de pizzeria Enrico’s die de vorige keer dat we er waren dicht was. De camping waar we toen stonden was een mooie camping, maar toen we daar aankwamen werden we zowat weggewaaid door de enorme harde wind. De wind kwam van alle kanten, dus zelfs een broodje smeren was een hele uitdaging. Vanwege de wind wilden we nog even verder kijken naar een andere camping, misschien dat we een plekje ergens in de luwte konden vinden. Toevallig zat er een camping naar het restaurant Enrico’s, welke ons nooit was opgevallen. Direct aan zee en toch grotendeels in de luwte. De faciliteiten waren niet top, maar ach we konden nu lopend naar het restaurant toe. We hebben er heerlijk gegeten aan het water. Dat was een mooie afsluiter van Hoite zijn verjaardag. Voordat we de volgende ochtend vertrokken zijn we eerst nog een strandwandeling gaan maken, over het prachtige strand.

Via Knysna waar we aan het water tussen de middag hebben gepicknickt kwamen we aan het einde van de middag bij Lake Pleasant aan in Sedgefield. Een prachtige camping aan een meer. Met onze voeten in het zachte gras hebben we de tent uitgeklapt en meteen maar besloten, dat we hier wel een dagje extra zouden gaan staan.

Na Sedgefield moesten we een stuk van de kust af om in Swellendam te komen, waar we ook een nacht wilden overnachten. Zodra we in de buurt van Swellendam aankwamen, begon het weer enorm hard te waaien en omdat het hier heel erg droog was, was het ook ontzettend stoffig. Tijd om de ramen dicht te doen en de airco aan te zetten. Vlak voor de camping moesten we plotseling stoppen, omdat er een vrachtwagentje door de wind was omgewaaid. De camping was erg mooi aan een rivier, maar door de harde wind en de regen die later viel hebben we er helaas niet echt van kunnen genieten, omdat we al vroeg op bed lagen hierdoor. De volgende ochtend was het weer mooi weer, minder wind, geen regen en een stralend zonnetje. De perfecte dag om naar het zuidelijkste puntje van Africa te rijden, L’Agulhas. Het dorpje zelf vonden we verrassend leuk, er stonden mooie huizen en leuke restaurantjes. Bij het zuidelijkste puntje hebben we natuurlijk wat foto’s gemaakt om vervolgens door te rijden naar Hermanus. Hier waren we 8 jaar geleden ook geweest, dus het was erg leuk om weer even terug te zijn. Aan de zee hebben we heerlijke broodjes gegeten en daarna zijn we doorgereden naar Onrus. De camping lag direct aan zee, dus ook hier waaide het erg hard, en lagen we alweer vroeg op bed. ’s Nachts ging het hard tekeer en soms dachten we dat ons dak eraf zou waaien, maar dat is gelukkig niet gebeurd.

Door alle wind langs de kust hebben we besloten om eerder van de kust weg te gaan en dus eerder richting het Cedergebergte te gaan in de hoop dat het in het binnenland minder zou waaien. Vrijdag 10.03 stond eerst een bezoekje aan de storage op de planning in Kaapstad. De plek waar we straks onze auto gaan stallen. Het was erg raar om Kaapstad binnen te rijden, wetende dat we niet zouden blijven. Bij de storage was alles snel geregeld, dus we konden al vroeg doorrijden naar Clanwilliam een plaatsje aan de Cederberg en een groot meer. Wat een pracht van een camping. Heerlijk aan het water, met veel gras en veel mensen die het weekend kwamen met hun boten, speedboten, rubberboten, kano’s etc. Wat een oase, nu zijn de Zuid-Afrikanen niet de meest rustige mensen, maar toch heerste er een soort rust op deze camping. We zijn dus maar een paar nachtjes extra gebleven. Op zondag zijn alle Zuid-Afrikanen weer naar huis gegaan en konden wij nog even van deze prachtige camping in alle rust genieten. Dinsdagochtend moesten we dan toch echt verder, we hadden inmiddels besloten om een paar dagen eerder naar Kaapstad te gaan, omdat er nog heel veel schoon gemaakt moest worden en in het weekend zijn veel bedrijven dicht. Dus dinsdag zou onze laatste nacht kamperen worden, tenminste voorlopig. We stonden dinsdag ochtend vroeg op en voor het eerst zagen we wat wolkjes en op het moment dat we de tent in wilden klappen kwamen er een hoop waterdruppels uit deze wolkjes. Dat werd nog even wachten, gelukkig startte onze auto ook niet meer, waardoor we nog een uurtje extra hadden op deze camping. Accu’s aan de stroom, tent drogen met een theedoek, zonnetje er even op en na een uur waren we er dan toch echt klaar voor. Op naar Paarl, naar de camping waar we ook onze eerste nacht hadden doorgebracht. In Paarl hebben we de tent schoongemaakt en de laatste wassen gedraaid. De volgende dag wilden we vroeg op, zodat we het beddengoed nog konden wassen en zodat we op tijd bij de storage aan zouden komen om alvast de tent, dakkist en reservewiel op te bergen. Dat zou weer schelen voor de dag van ons vertrek. Maar om 6u ’s ochtend begon het keihard te regenen. Het is toch niet te geloven?

We hebben tot 12u moeten wachten tot het droog was en onze tent en matras ook, want nat inpakken om hem vervolgens later op de dag weer open te kunnen zetten was nog wel ok, maar nu moest de tent opgeborgen worden voor lange tijd. Om 12u konden we dan eindelijk naar de storage, daar hebben we de tent eraf gehaald, de dakkist en het reserviewiel. Het reservewiel was iets te zwaar dus die heeft Hoite van het dak gegooid met de bedoeling dat ik hem tegen de grond zou duwen, zodat ie kwam te liggen. Dat ging natuurlijk niet helemaal goed, het reservewiel landde op mijn knie, waardoor ik nu een reserveknie heb. Maar alles wat op het dak stond ligt nu in de storage en dat was de bedoeling. Nog even langs een autoschoonmaakbedrijf, die onze auto vrijdag helemaal gaan schoonmaken van buiten. Bill heeft namelijk behoorlijk wat modder, zand en stof gegeten de afgelopen maanden en dat zit vastgekoekt aan voornamelijk de onderkant. Dat krijgen we er zelf niet meer af. Dus we hebben voor Bill voor vrijdag een afspraak gemaakt voor een grondige schoonmaakbeurt bij de autoschoonheidsspecialiste.

Onze kampeerplekken:

 

Daarna konden we dan eindelijk naar onze AirBnB in Houtbaai. Wat hadden we daarnaar uitgekeken. Het was een klein beetje als thuiskomen. Een echt bed om in te slapen, een waterkoker, zodat je heel snel thee kunt zetten, een broodrooster, een magnetron alle luxe was nog steeds aanwezig. De eerste nacht hebben we heerlijk, maar een beetje onwennig geslapen. Ik ben er wel 3 keer uit geweest om naar de wc te gaan, gewoon omdat het kon. En elke keer als je wakker werd was je eerst op zoek naar de rits om de tent open te maken, om je dan te realiseren, dat je gewoon uit bed kan stappen zonder iets te moeten doen. Wat kan een mens daarvan genieten. Dat gaan we dan ook de komende dagen volop doen. Wetende dat we over een weekje weer thuis zijn, wat we heerlijk vinden, maar waar ook de realiteit weer begint. Tot snel!