Woestijn rit Merzouga – Mhamid – Foum Zguid

13.03.18 - 15.03.18

In Merzouga werden we weer net na 5 uur 's ochtends gewekt door twee moskeeën. We konden er dus vroeg uit, eindelijk de woestijn in. We hadden nog wel even willen blijven hier, maar er was een nieuwe zandstorm voorspeld. Daar wilden we niet in terecht komen. We reden liever voor de zandstorm uit, er ligt namelijk best veel zand hier in de woestijn. Ons doel was om van Merzouga naar Mhamid te rijden. Hier gaat ook een normale weg heen, maar we wilden graag de weg door de woestijn pakken.

In Merzouga hebben we aan een aantal mensen gevraagd of de weg begaanbaar was en de meeste raadden aan om met een gids te gaan rijden, maar het kon met onze auto ook wel. Dus kozen we daarvoor. Hoite had de route met onze Garmin GPS en de Tracks4Africa kaart bepaald, voor zover er een route is, want die wil in de woestijn ook weleens gewoon verdwijnen of verplaatsen. Je volgt eigenlijk gewoon de tracks die voorgangers er achter hebben gelaten.

Al vrij snel terwijl we in de duinen reden waren we de weg kwijt. Het spoor hield gewoon in 1 keer op en alles wat we om ons heen zagen was zand en duinen. Waarschijnlijk door de laatste zandstorm is al het zand over de oude tracks gewaaid. Via de GPS kun je wel zien welke richting je dan op moet, maar je moet er wel kunnen rijden. Hoite is toen uitgestapt en vooruit gelopen om te kijken waar we wel en niet konden rijden. Met duinen weet je het namelijk nooit, je ziet wel hoe hoog hij is, maar je ziet niet wat er achter de duinen is, dus je kunt niet zomaar blind gaan rijden.

Even later konden we weer verder rijden, achter de duinen was er ook weer een track te zien, dus gelukkig reden we weer de goede kant op. Onderweg veranderd het landschap continue en hiermee ook de ondergrond waar je op rijdt. Of alles is zand, of stenen, of keien, of gravel, alles behalve asfalt. Het trilt dus vaak als een malle, maar de omgeving maakt alles goed. We kwamen zelfs nog wilde dieren tegen, Marokkaanse zebras (ezels), giraffen (kamelen) en Marokkaanse springbokken (geiten).

Net als de vorige keer moesten we ons bij meerdere militaire posten melden. Daar moet je al je gegevens doorgeven en alle autogegevens. Hiermee controleren zij of je niet ergens in de woestijn rond blijft hangen. Omdat we dit van te voren wisten hadden we thuis fiches gemaakt, hier staan alle gegevens op. Zo konden we meteen door rijden ipv dat je een half uur wacht tot zij alles handmatig door hebben gegeven. Bij de volgende post vinken ze je dan weer af, dat je er voorbij bent.

Na 10 uur over 262km gereden te hebben, het is geen formule1 baan in de woestijn, reden we aan het einde van de dag we Mhamid binnen. In Mhamid begon de vorige keer onze woestijnrit. We zagen dat in de afgelopen 2 jaar er veel opgeknapt was, het is duidelijk dat hier ook steeds meer toeristen komen. De vorige keer zaten we in een luxe hotel, dit keer gingen we naar de camping naast datzelfde hotel.

De volgende ochtend zijn we weer verder door de woestijn gaan rijden, we vertrokken uit Mhamid naar Foum Zguid, een rit van ca. 170km. En weer hebben we genoten van het mooie landschap, de rust, de uitgestrektheid en de bizarre tracks.

Op een gegeven moment hoorden we iets piepen en na goed te luisteren hoorden we dat het de remmen waren. Toen we dat gingen checken bleek dat de remblokken van het rechtervoorwiel tegen de remschijf aanliep. Waardoor dat kwam wisten we toen nog niet. We hadden 2 opties. Ofwel doorrijden en hopen dat we Foum Zguid, een dorpje 80km verderop,  zouden halen. Ofwel met de satelliettelefoon een garage proberen te bellen. Omdat we ver in de woestijn waren leek ons optie 1 beter, dus we reden voorzichtig door en probeerden zo min mogelijk te remmen.

Niet snel daarna merkten we dat de remdruk volledig weg viel, met andere woorden, we konden niet meer remmen. Nu is dat in de woestijn niet zo erg, omdat je daar geen ander verkeer hebt en gelukkig op dat stuk ook geen afgronden of iets dergelijks. We reden dus gewoon nog steeds rustig door. Nog iets verder remde de auto in één keer vanzelf af en toen bleek dat onze automatische versnelling niet meer werkten, kregen we het wel even benauwd.

En nu? Daar sta je dan midden in de woestijn, zonder remmen en versnelling. We moesten nog 25km rijden naar Foum Zguid en stoppen was eigenlijk geen optie. Een auto maken in de woestijn wordt echt een beetje moeilijk, dat zou dagen gaan duren. Nu hebben we wel altijd genoeg eten en water bij ons en ons bed staat op ons dak, maar toch is het geen ideale situatie. Hoite probeerde de lage giering nog en gelukkig werkte die nog wel, dus we konden weer rijden. Nu nog langzamer, max 15km per uur, omdat je in de lage giering niet harder kan rijden.

Die 25 kilometers leken dan ook uren te duren, helemaal omdat je niet weet of je het gaat halen. Vlak voordat we de woestijn uitreden moesten we nog langs een militaire controle post. We reden er langzaam op af, maar het laatste stukje liep iets naar beneden, omdat we niet konden remmen reed Hoite per ongeluk zachtjes tegen de slagboom aan. Hierop reageerde de militair geïrriteerd dat we moesten stoppen. We probeerden uit te leggen, dat we dat niet konden maar ons Frans is niet goed genoeg. De militair bleef maar van alles in het Frans en Arabisch tegen ons zeggen en omdat we nergens antwoord op konden geven mochten we gelukkig toch door rijden. Niet lang daarna reden we eindelijk het asfalt op en Foum Zguid binnen, dat was maar goed ook, want onze Bill ging steeds moeilijker rijden. Aan de hoofdstraat zat een hele kleine garage, die je in Europa geen garage zou hebben genoemd. Precies op tijd, want het voorwiel begon steeds losser te raken.

Ali van de garage sprak alleen Arabisch en Frans, dus met handen en voeten hebben we uitgelegd wat er aan de hand was. Ali keek er met een schuin oog naar en wist meteen wat er kapot was en hoe hij dit kon repareren. We hebben onze hulplijn Michel nog ingeschakeld via de satelliettelefoon en ook Michel dacht dat dit de beste en eigenlijk enigste optie was, omdat de andere optie op 10 uur rijden verderop lag. We hebben daarnaast ook Alex in Lloret even gebeld, want Alex spreekt vloeiend Frans. Misschien dat hij nog meer info kon achterhalen van Ali, maar de verbinding was erg slecht. Ali was er heilig van overtuigt dat hij alles kon maken, dus we hebben dan ook maar tegen Ali gezegd, ga je gang maar.

Het moest provisorisch, omdat Ali niet de juiste onderdelen had, dus er kwam wat slijp en las werk aan te pas i.p.v. 2 simpele moeren. We hadden niet veel hoop dat het ook daadwerkelijk ging lukken. Wat kan zo'n kleine garage zonder bok, zonder materiaal nou doen aan een auto met een wiel die scheef staat, remmen die het niet meer doen en een versnellingsbak die niet meer werkt? En daarnaast als je de werkplaats zag, dan ging je geloof nog verder naar beneden. Ali's garage was namelijk een shop ter grootte van de helft van onze woonkamer, met een vloerkleed van olie en gereedschap wat in onze gereedschapskist zou passen.

Maar, ze zeggen altijd dat ze in Afrika alles fixen, en dat bewees ook Ali maar weer eens. Na ruim 3 uur sleutelen, lassen en slijpen reed Bill weer alsof er niks aan de hand was. Blijkbaar staan de wiellager, de remmen en de versnellingsbak zodanig aan elkaar gekoppeld, dat als de wiellager losraakt, de rest er ook mee stopt. Dat wist Ali en wij nu ook. We gingen er ook vanuit dat we hier in Spanje nog wel een prijskaartje voor moesten gaan betalen, maar we konden in ieder geval weer rijden. Helaas betekende dit wel het einde van onze reis, want met een gelast voorwiel is het niet heel verstandig om weer terug de woestijn in te gaan of om nog verder van alle garages af te gaan rijden.

Op naar huis dus in een langzaam tempo. Het stuk wat we nu moesten overslaan blijft op ons lijstje staan voor de volgende keer. Want terug gaan naar Marokko doen we zeker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *