1 Comment

Inmiddels zijn we alweer een ruime week thuis in Spanje. De tijd vliegt echt voorbij. We hebben een paar mooie dagen in Kaapstad gehad, wat houden we van die stad. In Kaapstad hebben we alle plekjes waar we zo dol op zijn nog eens bezocht, Camps Bay, V&A Waterfront, Llandudno Beach en natuurlijk de Houtbay Harbour Market. Ook hebben we Bill een grote schoonmaakbeurt gegeven, zowel van buiten als van binnen. En toen zat het erop. Het was tijd om terug naar huis te gaan. Het moment dat we Bill in de garagebox hadden gezet en de deur dicht hadden gedaan vonden we het minst fijne moment van onze hele reis, echter betekend het wel dat we terug moeten komen en dat is dan wel weer een mooi idee. De vluchten terug naar Spanje zijn allebei goed verlopen, het blijft lang, maar het is ook zo weer voorbij. Het moment dat we aankwamen bij ons appartement was vreemd. We zijn 4 maanden weggeweest en hebben voornamelijk buiten geleefd en genoten van het mooie Afrika, dus het thuiskomen voelde raar aan. Nu na ruim een week, zijn we weer helemaal gewend en lijkt het net alsof we niet weg zijn geweest. Gelukkig hebben we alle mooie herinneringen nog en al onze prachtige foto's. Uiteraard zijn we alweer druk aan het nadenken waar onze volgende reis naar toe zal gaan, dus onze Roadtrip2Adventure gaat zeker een vervolg krijgen....Tot de volgende keer!

 

1 Comment

Yes we zijn Zuid-Afrika binnen…

Zoals we de vorige keer zeiden, liepen we het risico dat we Zuid-Afrika nog niet binnen zouden komen en dat we dan een heel stuk terug in Namibië moesten rijden. Maar we hebben mazzel gehad. Op 25.02 kwamen we aan bij de grens van Mata Mata. Hier zouden we uit Namibië gestempeld worden. Voordat ze de stempel wilden geven moesten we eerst 2 nachten op een camping in het Kgalagadi Transfrontier Park (een soort niemandsland) boeken. Daar was alleen nog plaats op de camping in Twee Rivieren (2,5 uur rijden verderop), ook gelijk de grensovergang naar Zuid-Afrika en Botswana. Daar hebben we dan ook 2 nachten geboekt om vervolgens weer terug naar de douane in Namibië te gaan. Nu wisten we nog niet of we wel Zuid-Afrika in konden komen en toch waren we nu verplicht om 2 nachten te blijven. Nu was dat natuurlijk niet zo’n straf, want we hadden goede verhalen gehoord over het park. De kans was groot dat we leeuwen zouden spotten. Op naar Twee Rivieren dus, dit was een rit van 2,5 uur. Onderweg hadden we al heel veel geluk met alles wat we zagen, veel Gemsbokken, Wildebeesten, Springbokken, Steenbokken, Giraffen en als klap op de vuurpijl lagen er gewoon 5 cheetahs langs de weg, we konden ze zo aanraken (dat hebben we natuurlijk niet gedaan). We hadden al cheetahs gezien, maar het blijft zo bijzonder mooi. We hebben dan ook een tijdje naar ze zitten kijken, ze zullen wel gedacht hebben. Uiteindelijk zijn we doorgereden en komen we ook nog 2 leeuwen tegen, een mannetje en een vrouwtje. De mannetjes hier hebben veel wildere manen, dan bijvoorbeeld de leeuwen in het Krugerpark en daarnaast hebben ze zwart in de manen zitten, hierdoor zijn ze nog indrukwekkender dan ze al waren. Nou ons bezoek aan dit park kon al niet meer stuk.

De camping lag aan de grensovergang, dus toen we daar in gingen checken, heeft Hoite meteen gevraagd wanneer we de douane formaliteiten konden doen. Dat kon meteen, dus op met onze paspoorten naar de douanecontrole. Binnen een paar minuten stonden we een beetje verbaasd weer buiten, met onze nieuwe visa voor 3 maanden in onze paspoorten. Het was gelukt…en daar hadden we ons dan zo’n zorgen om gemaakt. Nog 2 nachtjes slapen en we konden weer lekker Zuid-Afrika in.

Eerst nog maar even genieten van de Kgalagadi. De camping was top, de faciliteiten ook, dus onze dag was 1 groot feest. De volgende ochtend zijn we vroeg opgestaan, omdat ze altijd zeggen, dat je dan de meeste dieren spot. Helaas geld dat voor ons meestal niet, maar we waren opnieuw de gelukkige spotters van 6 jackals. Die hadden we nog niet in het wild gezien. De rest van de dag zagen we niet veel meer, tot we rond de middag terugreden naar de camping en nog 6 leeuwen tegenkwamen, 5 vrouwtjes en 1 mannetje. Ze hadden de nacht ervoor een gemsbok gevangen en waren die om de beurt aan het oppeuzelen. Ze lagen een beetje ver weg, dus met onze verrekijker en de camera konden we ze volgen. Ook de volgende ochtend zijn we nog gaan rijden, maar toen hebben we niks meer gezien. Dat mocht de pret niet drukken, omdat we natuurlijk al veel wilde dieren hadden gezien. Dit was dan voorlopig ons laatste park, op naar Zuid-Afrika.

We hoefden maar 2,5 uur te rijden voordat we in Upington aankwamen. De weg van de Kgalagadi naar de kust waar we heen wilden is zo lang, dat we ergens moesten stoppen om de reis te breken, vandaar dat we in Upington stopten. Dat waren weer 2,5 uur minder van de volgende rit. We vonden een camping aan de rivier in het gras, en dat was zo’n verademing na al die weken in de stof, zand, droogte, dat we ook de volgende dag hier zijn gebleven. Even bijkomen, reizen kan best vermoeiend zijn hoe geweldig het ook is. We hebben heerlijk veel gerummikubt en gebraait.

Op 01.03 hadden we een hele lange rit voor de boeg. We wilden naar de Swartberg en dan overnachten in Prince Albert of Calitzdorp, dat hing af van hoe snel alles ging. De weg was eerst geasfalteerd, maar ging al snel weer over in gravel en omdat het flink had geregend de dagen ervoor, zaten er flinke waterputten in de weg. De eerste uren reden we door duinen, het leek net alsof we richting de zee al gingen, maar die was nog ver weg. Na 7 uur kwamen we bij Prince Albert aan, een klein toeristisch dorpje. Het lijkt een beetje op Stellenbosch maar dan in het klein. We waren nog niet moe, dus we wilden toch nog een stukje doorrijden naar Calitzdorp, zodat we de volgende dag niet maar 2 uur hoefden te rijden. De weg ging door het Swartberg gebergte en wauw wat een mooie route, ook erg geliefd bij motorrijders. Na 2 uur kwamen we dan bij de camping aan in Calitzdorp, Het Station. Een oud treinstation wat al sinds 1994 niet meer operatief is, maar wel nog in zijn oude staat is en nu dus een camping is. Het stationsgebouw is nu de bar en de bijgebouwen, zijn de toiletgebouwen, keuken etc. De eigenaresse is echt een schat van een vrouw en houdt de boel bijzonder schoon. Je voelt je er meteen thuis. De oude treintrolleys stonden nog op het spoor, dus daar hebben we een stukje mee gereden. We zijn een dagje extra gebleven, omdat we nu de tijd hebben om het rustig aan te doen. De ochtend dat we doorgingen naar Oudtshoorn hebben we heerlijk ontbeten bij de buren Wijnmakerij De Krans. Zij zijn beroemd vanwege de prijswinnende portwijnen die ze er maken. De twee Duitse meiden hadden het ons aangeraden, dus Hoite zat om 10u ’s ochtends al aan de portproeverij.

Na het heerlijke ontbijt en de vroege portjes zijn we naar Oudtshoorn gereden. We zijn daar naar de camping gegaan, waar we aan het begin van deze reis ook waren geweest, die camping van de fijne wasmachines. We hadden inmiddels weer een hoop was verzameld, dus het was weer tijd voor een wasdag. Wat kun je genieten van schone lekker ruikende was, het wordt bijna een hobby van me. Wat zal ik straks thuis weer genieten van mijn eigen wasmachine en droger. Op Hoites verjaardag 5 maart gingen we weer verder. We wilden graag terug naar Plettenberg Bay, naar de pizzeria Enrico’s die de vorige keer dat we er waren dicht was. De camping waar we toen stonden was een mooie camping, maar toen we daar aankwamen werden we zowat weggewaaid door de enorme harde wind. De wind kwam van alle kanten, dus zelfs een broodje smeren was een hele uitdaging. Vanwege de wind wilden we nog even verder kijken naar een andere camping, misschien dat we een plekje ergens in de luwte konden vinden. Toevallig zat er een camping naar het restaurant Enrico’s, welke ons nooit was opgevallen. Direct aan zee en toch grotendeels in de luwte. De faciliteiten waren niet top, maar ach we konden nu lopend naar het restaurant toe. We hebben er heerlijk gegeten aan het water. Dat was een mooie afsluiter van Hoite zijn verjaardag. Voordat we de volgende ochtend vertrokken zijn we eerst nog een strandwandeling gaan maken, over het prachtige strand.

Via Knysna waar we aan het water tussen de middag hebben gepicknickt kwamen we aan het einde van de middag bij Lake Pleasant aan in Sedgefield. Een prachtige camping aan een meer. Met onze voeten in het zachte gras hebben we de tent uitgeklapt en meteen maar besloten, dat we hier wel een dagje extra zouden gaan staan.

Na Sedgefield moesten we een stuk van de kust af om in Swellendam te komen, waar we ook een nacht wilden overnachten. Zodra we in de buurt van Swellendam aankwamen, begon het weer enorm hard te waaien en omdat het hier heel erg droog was, was het ook ontzettend stoffig. Tijd om de ramen dicht te doen en de airco aan te zetten. Vlak voor de camping moesten we plotseling stoppen, omdat er een vrachtwagentje door de wind was omgewaaid. De camping was erg mooi aan een rivier, maar door de harde wind en de regen die later viel hebben we er helaas niet echt van kunnen genieten, omdat we al vroeg op bed lagen hierdoor. De volgende ochtend was het weer mooi weer, minder wind, geen regen en een stralend zonnetje. De perfecte dag om naar het zuidelijkste puntje van Africa te rijden, L’Agulhas. Het dorpje zelf vonden we verrassend leuk, er stonden mooie huizen en leuke restaurantjes. Bij het zuidelijkste puntje hebben we natuurlijk wat foto’s gemaakt om vervolgens door te rijden naar Hermanus. Hier waren we 8 jaar geleden ook geweest, dus het was erg leuk om weer even terug te zijn. Aan de zee hebben we heerlijke broodjes gegeten en daarna zijn we doorgereden naar Onrus. De camping lag direct aan zee, dus ook hier waaide het erg hard, en lagen we alweer vroeg op bed. ’s Nachts ging het hard tekeer en soms dachten we dat ons dak eraf zou waaien, maar dat is gelukkig niet gebeurd.

Door alle wind langs de kust hebben we besloten om eerder van de kust weg te gaan en dus eerder richting het Cedergebergte te gaan in de hoop dat het in het binnenland minder zou waaien. Vrijdag 10.03 stond eerst een bezoekje aan de storage op de planning in Kaapstad. De plek waar we straks onze auto gaan stallen. Het was erg raar om Kaapstad binnen te rijden, wetende dat we niet zouden blijven. Bij de storage was alles snel geregeld, dus we konden al vroeg doorrijden naar Clanwilliam een plaatsje aan de Cederberg en een groot meer. Wat een pracht van een camping. Heerlijk aan het water, met veel gras en veel mensen die het weekend kwamen met hun boten, speedboten, rubberboten, kano’s etc. Wat een oase, nu zijn de Zuid-Afrikanen niet de meest rustige mensen, maar toch heerste er een soort rust op deze camping. We zijn dus maar een paar nachtjes extra gebleven. Op zondag zijn alle Zuid-Afrikanen weer naar huis gegaan en konden wij nog even van deze prachtige camping in alle rust genieten. Dinsdagochtend moesten we dan toch echt verder, we hadden inmiddels besloten om een paar dagen eerder naar Kaapstad te gaan, omdat er nog heel veel schoon gemaakt moest worden en in het weekend zijn veel bedrijven dicht. Dus dinsdag zou onze laatste nacht kamperen worden, tenminste voorlopig. We stonden dinsdag ochtend vroeg op en voor het eerst zagen we wat wolkjes en op het moment dat we de tent in wilden klappen kwamen er een hoop waterdruppels uit deze wolkjes. Dat werd nog even wachten, gelukkig startte onze auto ook niet meer, waardoor we nog een uurtje extra hadden op deze camping. Accu’s aan de stroom, tent drogen met een theedoek, zonnetje er even op en na een uur waren we er dan toch echt klaar voor. Op naar Paarl, naar de camping waar we ook onze eerste nacht hadden doorgebracht. In Paarl hebben we de tent schoongemaakt en de laatste wassen gedraaid. De volgende dag wilden we vroeg op, zodat we het beddengoed nog konden wassen en zodat we op tijd bij de storage aan zouden komen om alvast de tent, dakkist en reservewiel op te bergen. Dat zou weer schelen voor de dag van ons vertrek. Maar om 6u ’s ochtend begon het keihard te regenen. Het is toch niet te geloven?

We hebben tot 12u moeten wachten tot het droog was en onze tent en matras ook, want nat inpakken om hem vervolgens later op de dag weer open te kunnen zetten was nog wel ok, maar nu moest de tent opgeborgen worden voor lange tijd. Om 12u konden we dan eindelijk naar de storage, daar hebben we de tent eraf gehaald, de dakkist en het reserviewiel. Het reservewiel was iets te zwaar dus die heeft Hoite van het dak gegooid met de bedoeling dat ik hem tegen de grond zou duwen, zodat ie kwam te liggen. Dat ging natuurlijk niet helemaal goed, het reservewiel landde op mijn knie, waardoor ik nu een reserveknie heb. Maar alles wat op het dak stond ligt nu in de storage en dat was de bedoeling. Nog even langs een autoschoonmaakbedrijf, die onze auto vrijdag helemaal gaan schoonmaken van buiten. Bill heeft namelijk behoorlijk wat modder, zand en stof gegeten de afgelopen maanden en dat zit vastgekoekt aan voornamelijk de onderkant. Dat krijgen we er zelf niet meer af. Dus we hebben voor Bill voor vrijdag een afspraak gemaakt voor een grondige schoonmaakbeurt bij de autoschoonheidsspecialiste.

Onze kampeerplekken:

 

Daarna konden we dan eindelijk naar onze AirBnB in Houtbaai. Wat hadden we daarnaar uitgekeken. Het was een klein beetje als thuiskomen. Een echt bed om in te slapen, een waterkoker, zodat je heel snel thee kunt zetten, een broodrooster, een magnetron alle luxe was nog steeds aanwezig. De eerste nacht hebben we heerlijk, maar een beetje onwennig geslapen. Ik ben er wel 3 keer uit geweest om naar de wc te gaan, gewoon omdat het kon. En elke keer als je wakker werd was je eerst op zoek naar de rits om de tent open te maken, om je dan te realiseren, dat je gewoon uit bed kan stappen zonder iets te moeten doen. Wat kan een mens daarvan genieten. Dat gaan we dan ook de komende dagen volop doen. Wetende dat we over een weekje weer thuis zijn, wat we heerlijk vinden, maar waar ook de realiteit weer begint. Tot snel!

De ochtend dat we vertrokken uit Swakopmund scheen het zonnetje heerlijk en was het eindelijk niet meer koud. We gingen richting Sesriem, waar de bekende Dune 45 en Sossusvlei zijn. Het eerste stuk was een geasfalteerde weg richting Walvisbay en bij Walvisbay gingen we weer de gravelweg op richting Sesriem. Ongeveer een uur van Walvisbay vandaan zagen we in de greppel een overlandtruck staan, we reden er voorbij denkend dat het een erg vreemde plek was om te stoppen. Toen we er voorbij reden zagen we in 1 keer, dat het voorwiel helemaal dubbel lag en dat de truck door zijn as gezakt was. We zagen geen mensen buiten de truck staan, maar wel in de truck zitten, dus we zijn snel gestopt en teruggereden om te kijken wat er aan de hand was en of ze misschien hulp nodig hadden. De gids liep aan de andere kant van de truck. Hoite vroeg of hij hulp nodig had en hij zei dat hij moest bellen, maar dat hij geen bereik had. Hoite heeft hem toen aangeboden om met onze sateliettelefoon te bellen. De gids was erg verbaasd dat we dat aanboden en nam het aanbod graag aan. Hij heeft de reisorganisatie in Zweden gebeld en die hebben er toen voor gezorgd dat er vervangend vervoer aan zou komen. We zijn nog een tijdje blijven wachten, omdat er heen en weer gebeld moest worden, daarnaast hebben we de mensen, die gelukkig allemaal zo goed als ongedeerd waren maar wel in shock, water aangeboden, aangezien wij 75 liter water bij ons hebben. 1 Vrouw was met haar hoofd tegen de zijkant aangekomen en had een flinke blauwe wang, die hebben we een ijskompres gegeven. Wat waren deze mensen dankbaar dat we ze geholpen hadden, ze stonden zo alleen langs de kant van de weg midden in de woestijn en ze waren zo geschrokken. Wij zijn later weer verder gaan rijden, omdat we nog een flink stuk moesten, door dit op onthoud konden we Sesriem niet meer halen, dus 100km voor Solitaire zijn we gestopt bij camping Sossus on Foot.

We hadden in de reviews gelezen dat deze camping van een Japans/Namibie stel is. We vroegen ons af of de Japanse vrouw de gids zou zijn, die ons 8 jaar geleden door de Sossusvlei begeleid had toen we met de overland truck van Acacia daar waren. En ja hoor dat was ze. Ze waren 7 jaar geleden gestopt met gidsen in de Sossusvlei en hadden dit stuk grond gekocht en zijn een camping begonnen. De omgeving was prachtig, het uitzicht ook, alhoewel we er nooit zouden willen wonen. Nadat we alles hadden neergezet en de tent hadden uitgeklapt begon het uiteraard te regenen en dat terwijl we in de woestijn zaten. Het lijkt wel of we de regen overal mee naar toe nemen. Gelukkig was het niet veel regen, dus we konden lekker buiten blijven zitten onder het afdakje.

De volgende dag gingen we verder naar Sesriem, via de Tropic of Capricorn en Solitaire. Vanaf Sossus on foot was het maar een uurtje rijden naar Solitair. Een oud dorpje midden in de woestijn met alleen een tankstation, een klein winkeltje en een bakkerij. We kenden deze plaats nog van 8 jaar geleden vanwege de oude auto's, die er ook nu nog stonden. De bakkerij staat bekend om zijn goede appeltaart, dus dat wilden we natuurlijk ook wel even proeven. De appeltaart was heerlijk. Daarnaast was het erg grappig dat ze hier wifi hadden en ook nog hele goede wifi ook, dus gelijk maar even wat updates van onze website doen. Dit duurde uiteindelijk nog best wel lang, dus we reden pas laat weg uit Solitair, waardoor we pas rond 16u aankwamen in Sesriem.

We hadden een camping daar bedacht, maar toen we in Sesriem aankwamen kregen we te horen dat de gate naar Dune 45 en de Sossusvlei pas met zonsopgang openging. Alleen vanaf de camping NWR Sesriem Camp kon je een uur voor zonsopgang al naar de duinen. Omdat we van 8 jaar geleden wisten, dat de klim naar de top behoorlijk zwaar was en veel tijd kostten wilden we echt voor zonsopgang al vetrekken. Er zat dus niks anders op, dan naar die camping te gaan. Jammer, want die camping was wat duurder en veel minder mooi. Deze camping was 1 grote zandbak met oude faciliteiten, maar ach we moesten er alleen slapen, het werd toch een korte nacht. Omdat het zo hard waaide en je buiten gezand straalt werd besloten we om wat in het restaurant te gaan eten, daar kregen we rauwe frietjes en hamburgers met zure mayonaise, dus prima maaltijd.

’s Ochtends om 4u ging de wekker, snel alles inpakken en ontbijten, zodat we als eerste bij de gate zouden staan, dat was toendertijd een sport van onze gids op de truck, dus we wilden die traditie in ere houden. We waren een half uur te vroeg bij de gate, die om 05.30u open zou gaan. En zo waren we ook als eerste bij Dune 45. We hadden een kleine voorsprong op alle andere toeristen. De klim naar boven herinnerde ik me nog goed van 8 jaar geleden. En ook dit keer was het een regelrechte hel. Halverwege ben ik gaan zitten en baalde ik zo enorm dat ik niet verder kon, ik was buiten adem, dat krijg je als je nooit sport. Na 10 minuten zitten en boos zijn op mezelf heb ik mezelf weer bij elkaar geraapt en ben ik Hoite achterna gegaan. Verstand op nul en doorlopen en wat ben je dan trots als je toch die top haalt, buiten adem maar ik heb het gehaald, terwijl veel mensen die je eerst hebben ingehaald halverwege zijn blijven steken. Het uitzicht is het dan ook wel waard, dus ik ben blij dat ik toch niet heb opgegeven.

Na de klim omhoog moet je ook weer naar beneden, gelukkig is dat niet zwaar en zelfs erg leuk, want je glijdt als het ware over het zand naar beneden.

Op naar de Sossusvlei. Dit is heel wat jaren geleden een rivier geweest, die droog is komen te staan en waar het zo droog is, dat er niks vergaat, dus ook de dode bomen niet en mocht je er een lijk neer leggen, dan zal deze jaren later nog steeds intact zijn. De weg ernaar toe was door de zachte zandduinen die alleen door 4x4 auto’s gereden mag worden. De mensen met een 2x4 moesten 5 km lopen of met een shuttle mee. We hebben nog twee meiden mee genomen op de treeplank, omdat zij geen 4x4 auto hadden. Aangekomen bij Sossusvlei zagen we mensen weer via een hoge rode duin gaan, dat vonden we raar omdat we dat 8 jaar geleden niet hadden gedaan, maar we zijn ze maar achternagegaan. Het had niet gehoeven, maar we hadden hierdoor wel een mooi uitzicht over de hele Sossus en die hadden we de vorige keer niet. Het omhoog lopen is zwaar, maar naar beneden is erg leuk, dus dat konden we nu voor de tweede keer doen.

Na de duinen zijn we terug naar de camping gereden voor een snelle douche om vervolgens door te rijden naar Aus. Onze volgende stop. De route naar Aus was prachtig, veel zand en rotsen, maar ook veel wild als Gemsbokken, Zebra’s en Springbokken. Omdat de rit naar Aus best lang was zijn we halverwege in Betta gestopt bij een kasteel. Dit kasteel is in 1903 door een Duitse baron (Von Wolf) gebouwd en hij heeft er 5 jaar gewoond. Bij het kasteel hebben ze een camping gemaakt en daar zijn we blijven overnachten. We waren er helemaal alleen, zoals op vele campings al inmiddels. Het was prachtig weer, maar net nadat we klaar waren met koken sloeg het weer om, dus maar snel naar bed. Toen we op bed lagen barste er een heftige regenbui los. Het slechte weer blijft ons achtervolgen zelfs in de woestijn waar het nooit regent, regent het zodra wij er komen.

Gelukkig was het de volgende ochtend weer droog en konden we de tent weer droog inpakken, dat is toch elke dag weer een uitdaging. We hadden het toiletgebouw voor ons alleen dachten we, maar zodra we binnenkwamen struikelden we over de duizendpoten en werden we aangevallen door een bende muggen, waarschijnlijk allemaal schuilend voor de enorme regenbui.

Via een panoramische route, de D707, zijn we weer verder gegaan richting Aus. Een prachtige route met veel verschillende landschappen en veel vrij rondlopend wild als Gemsbokken, zebra’s en een bord met giraffen, maar die hebben we niet gezien. We kwamen lekker op tijd in Aus aan, dus we hadden de tijd om even rond te rijden. Het waaide er enorm, dus we zochten een camping waar je een beetje beschut kon staan. Deze vonden we midden in het centrum, het was zeker niet de mooiste camping, maar we stonden er redelijk beschut tegen de enorme wind. De kinderen in het dorp vonden het maar wat interessant, dus ze stonden al snel bij de poort met zijn allen te giebelen, waarschijnlijk dachten ze: Wie zijn die vreemde mensen die op het dak van een auto slapen, daar waaien ze vast vanaf.

De reden dat we in Aus sliepen was niet vanwege Aus maar vanwege Kolmanskop en Luderitz. Twee dorpen waar we graag heen wilden, maar waar het onmogelijk is om te kamperen. Waaide het in Aus al zo hard, we waren gewaarschuwd voor Luderitz, dat je daar letterlijk wegwaait. Kolmanskop is een oud mijnstadje waar vroeger veel diamanten gevonden werden, de mijn was deels in handen van een Duits bedrijf. Het stadje is nog redelijk intact, dus de mijn, de huisjes, de bakker, slager, ziekenhuis etc staat er nog allemaal. Er woont niemand meer, maar je kunt er dus nog wel heen om te zien hoe de mijnwerkers er vroeger woonden/leefden. Alle huizen zitten vol met zand wat in de jaren allemaal de huizen in is gewaaid, maar je krijgt nog steeds een goed idee hoe het was in die tijd. Het was erg interessant om te zien. Daarna reden we naar Luderitz, de omgeving waarin beide dorpen liggen bestaat alleen uit zand en stenen, heel bijzonder om te zien, het is prachtig, maar je zult er maar wonen elke dag in het zand en tussen de stenen, met die harde wind altijd.

We wilden die dag nog helemaal doorrijden naar Keetmanshoop, zodat we de volgende dag konden proberen om Zuid-Afrika binnen te rijden. Van Aus naar Luderitz was 1,5 uur rijden en dat stuk moesten we ook weer terug. Vanaf Aus was het nog 4 uur rijden naar Keetmanshoop, de laatste plaats in Namibië voor de grens van Zuid-Afrika. Tenminste voor de grensovergang in Mata Mata de Kgalagadi Transfrontier Park in.

Sinds juni 2016 heeft Zuid-Afrika een nieuwe Visum regel, je krijgt bij binnenkomst een 3 maanden toeristenvisum. Daarna moet je eerst terug naar je eigen land voordat je weer in aanmerking komt voor een nieuw 3 maanden visum. Omdat wij via Kaapstad weer terugvliegen naar huis moesten we terug naar Zuid-Afrika. Je kunt wel een transitvisa krijgen, dan heb je 7 dagen om van de grens naar de luchthaven te rijden, maar omdat we zo van Zuid-Afrika houden wilden we eigenlijk een paar weken eerder al naar Zuid-Afrika om daar nog wat dagen door te brengen. We hebben de afgelopen maanden gemerkt, dat het bij de kleine grensovergangen vaak erg rustig is en dat ze er niet zoveel weten, dus we wilden via een kleine grensovergang Zuid-Afrika in proberen te komen in de hoop, dat ze ons gewoon een 3 maanden visum zouden geven, als het niet zou lukken, dan moesten we terug Namibië in en daar nog 3 weken overbruggen. De grensovergang van Mata Mata gaat ook direct het Kgalagadi NP in. Dit is een 3 landen park welke grenst aan Namibië, Botswana en Zuid-Afrika.

Maar goed eerst dus naar Keetsmanshoop. Daar was 1 campsite op de route naar Mata Mata, Quiver Tree Forest. De camping ligt op het terrein van de Giants Playground (allemaal rotsformaties) en in het Quiver Tree Forest. Tegen de avond kwamen we aan bij de camping, welke beheert wordt door de boeren van de boerderij die erbij hoort, niet de meest vriendelijke mensen, maar daar staan de blanke boeren in Namibië ook bekend om. Het was redelijk rustig, dus we konden de auto bij 1 van de toiletgebouwen neerzetten, waar een afdakje bij zat. Het begon namelijk uiteraard net weer te regenen toen we de camping op kwamen rijden. Onder het afdakje konden we mooi koken en toen de zonsondergang begon hoorden we ineens een zwerm muggen. Precies boven onze hoofden zwermden wel honderden muggen. Aan veel muggen waren we al gewend geraakt, maar dit hadden we nog niet meegemaakt. Het lawaai van honderden muggen boven je hoofd werkt ook niet heel erg rustgevend, dus we hebben snel de boel afgeruimd en wilden nog even snel douchen om alle muggenspray van ons af te wassen. Helaas kwam er geen water meer uit de douche, dus moesten we alles met doekjes schoonmaken, maar we konden het bed in. Onze tent is namelijk de enige veilige plek tegen ongedierte, heel af en toe glipt er eentje mee naar binnen als we zelf naar binnen gaan, maar normaal gesproken is de tent de enige veilige plek. Niet lang daarna hoorden we opnieuw de zwerm muggen, net alsof ze weer om ons hoofd heen zoemden. Toen we uit het raam keken, zaten er tientallen muggen voor het muskietengaas naar binnen te gluren, hopend op een gaatje om ook naar binnen te kunnen, zo bizar. Gelukkig heb ik standaard oordoppen in de tent liggen, zodat ik het muggengeschreeuw niet meer hoorde en lekker kon gaan slapen. Ik kon niet wachten tot we van deze vreselijke waterloze, geluidsoverlast veroorzakende camping konden verlaten. We hebben er de volgende dag nog wat van gezegd tegen de eigenaresse, maar die vond het niet zo interessant, het was niet echt haar probleem zeg maar.

Op naar Zuid-Afrika, daar hadden we nu nog meer zin in. De weg naar de grens was qua kilometers niet zo lang, maar niet al te best. Van de 45000km weg in Namibië is maar 6000km geasfalteerd, dus ook deze weg is gravel vol met kuilen, het duurde dus ca. 4 uur voordat we Mata Mata bereikten.

Onze kampeerplekken:

1 Comment

Op 13.02 vertrokken we dan ’s ochtends. Helaas hadden we weer een probleem met de startaccu’s doordat we 4 dagen stil hadden gestaan. Dus Stefanie hielp ons met hun Landrover om onze auto te starten. Dat is natuurlijk altijd grappig als een Landrover een Landcruiser moet helpen of andersom, omdat normaal gesproken deze twee auto’s en hun eigenaren een soort van rivalen zijn in overlanders land. De route via Palmwag was echt prachtig, wat een mooie omgeving, dit was echt een zeer aangename verrassing. Het is ook best bijzonder hoe groot dit land is met zoveel woestijn. Je kunt echt uren rijden zonder een andere auto tegen te komen. Het is soms net alsof je alleen op de wereld bent, nou ja met zijn tweeën dan want we zitten natuurlijk met zijn tweeën in de auto. Net voor Palmwag was een zeer officiële food & mouth desease controle (mond en klauwzeer). Daar werden we gewaarschuwd dat we nu al het vlees en eieren mee mochten nemen naar het noorden, maar als we terugkwamen, dan moest alles opgegeten of gekookt zijn. Omdat de controle zo serieus leek, besloten we om inderdaad alles te gaan koken die avond.

Na de controle reden we langs Palmwag, een dorpje met 1 tankstation en 1 lodge/camping. 15 Minuten later dacht Hoite olifanten te zien, dus we stopten. Terwijl Hoite aan het kijken was zag hij in 1 keer dat we een lekke band hadden. De linker achterband was flink aan het sissen en inmiddels bijna compleet leeg. Dat werd dus de eerste lekke band plakken. Best spannend, want je staat toch in een omgeving waar olifanten en leeuwen zijn. Het duurde allemaal even, want het was de eerste keer, we moesten alle spullen die we nodig hadden bij elkaar zoeken, er was geen schaduw en wel een temperatuur van 38 graden. De bouten van de velg zaten zo vast dat we die met geen mogelijkheid los kregen, we hebben het alle 4 geprobeerd maar er was geen beweging in te krijgen. Uiteindelijk is het gelukt, maar braken er 2 bouten af. Dat betekende nog een probleem erbij, maar daar zouden we later wel naar kijken. Eerst maar even de band plakken, wat vrij vlot ging maar ondertussen kwam er een storm opzetten. Het begon inmiddels hard te waaien en iets verderop was de lucht pikzwart en zagen we de regen en onweer uit komen. Het zou dan ook niet lang duren voordat wij in de storm zouden staan. Omdat we niet wisten of we met een wiel konden gaan rijden die met maar 3 i.p.v. 5 bouten vast zat hebben we met de sateliettelefoon Rijk Verkerk gebeld, de 4x4 garage in Harderwijk. Daar zeiden ze dat het niet verstandig was, maar als er niks anders op zat, dan moesten we naar de eerstvolgende garage rijden met max 20 km per uur. Net na het telefoongesprek kwam de politie voorbij rijden, die stopten en kwamen kijken wat er aan de hand was. Zij wilden wel even ter plaatse de remschrijven eraf halen om de reserve bouten die we hadden erin te zetten. Maar dat vonden we natuurlijk niet zo’n goed idee, met de storm op komst en het gebrek aan materialen. De politie vertelde ons dat de dichts bij zijnde garage in Sesfontein zou zijn 80 km verderop. Gelukkig kwam er daarna nog een auto voorbij, die ons kon vertellen dat er in Palmwag ook een kleine werkplaats was bij de Lodge die we voorbij waren gereden. Omdat dat maar 15 km was besloten we dat dat de beste optie was. Birgit en Stefanie waren zo lief om met ons mee te gaan, want ze hadden ook zelf door kunnen rijden. Terug naar Palmwag dus. Omdat we maar 20km per uur konden rijden, duurde dat toch nog bijna een uur. De lodge zag er erg mooi uit, de campsite was vrij duur maar ja dit was de enige optie.

De volgende ochtend om 8u konden we meteen bij de werkplaats van Magnus terecht. Omdat er geen hek om de camping heen stond en er toch leeuwen en olifanten vrij rondlopen in de omgeving en omdat we de olifanten poep overal op de camping tegen kwamen hebben we de auto’s zo neergezet dat we achter de auto’s veilig konden zitten. Doordat het inmiddels regende dachten we dat de enorme stank die er hing van de regen kwam, maar de volgende dag toen het droog was stonk het nog bijna erger. We hebben de BBQ aangezet en hebben ons vlees opgemaakt, omdat we het anders weg moesten gooien als we Palmwag weer uit zouden gaan. Birgit en Stefanie hadden pompoenen, dus we hadden er ook heerlijke groenten bij. Het gehakt en de kip hebben we opgebakken en terug in de diepvries gelegd. De elektriciteit werkte niet, dus we moesten in het donker douchen, dat is best onhandig, want als het hier donker is, is het ook echt donker.

De volgende ochtend waren we vroeg op en stonden we stipt om 8u bij de werkplaats. In Europa zou dit de naam garage of werkplaats niet mogen hebben, maar hier in Afrika kan alles. Wat ook bijzonder is, is dat ze hier met heel weinig gereedschap heel veel kunnen. Ze zijn ontzettend oplossend gericht en vinden voor alles wel een oplossing. De reserve bouten en moeren die we bij de Toyota in Spanje hadden besteld waren niet de juiste moeren, dus ze pasten niet. Het beste zou dan ook zijn om de nieuwe bouten erin te zetten en de oude moeren daarop te zetten, alleen zat de afgebroken bout nog in de oude moeren. Ze kwamen met het idee om er een andere bout op te lassen en hem dan er zo uit te draaien. Het idee was top, maar helaas werkte het niet, want bij de eerste draai brak de bout alweer af. Dan met de boor de bout eruit boren. Ook een mooi idee, maar het werkte helaas ook niet. De enige oplossing die dan nog zou kunnen was de nieuwe bouten gebruiken samen met de verkeerde moeren en hier dan de oude ring van de kapotte moer bij gebruiken, omdat de nieuwe moer door het gat van de velg ging, dus de ring moest dat tegenhouden. Daarnaast wilden we 1 goede moer van de rechterachterband wisselen met 1 slechte van de linker velg, zodat we aan beide kanten maar 1 slechte bout hadden zitten. Omdat we al een paar weken lucht verloren uit de rechterachterband wilden we deze ook gelijk laten checken. Dat was maar goed ook, want er zat een spijker in, dus ook die bleek lek te zijn. Helaas brak er ook van de rechter achter velg 1 bout af bij het eraf halen van die velg. Dus nu zaten we ineens met 3 kapotte bouten i.p.v. 2. Waarschijnlijk hebben ze bij het laatste Toyota garage bezoek de bouten te strak aangedraaid, waardoor ze dus nu afbraken. We moesten dus verder met 2 geplakte banden en 3 velgen die maar met 4 bouten vast zaten. Omdat de wegen hier niet al te best zijn en we niet met 50km per uur verder wilden, konden we dus helaas niet bij ons oude plan blijven. We wilden heel graag doorrijden door deze prachtige omgeving naar Warmquelle, maar het was gewoon niet verstandig, we moesten echt richting Swakopmund aan de kust, omdat daar de dichts bij zijnde Toyota garage zat. Stefanie en Birgit waren daar al geweest, maar we hadden het zo leuk met zijn vieren, dat ze besloten om toch met ons mee te gaan, top.

Rond 12u vertrokken we richting Twyfelfontein, daar zouden we de nacht doorbrengen om de volgende dag door te rijden naar Swakopmund, in totaal was het ca. 430 km. Voor de mond en klauwzeer controle hebben we bij een klein huisje onze struisvogel burgers en alle eieren afgegeven. We dachten dat zij het beter konden gebruiken, dan de militairen bij de controle post. Hadden ze de dag ervoor zo serieus uitgezien, nu kregen we alleen de vraag of we vlees bij ons hadden en we mochten gewoon doorrijden, zonder dat het echt gecontroleerd werd. De route naar Twyfelfontein was wederom erg mooi, we mochten max 70km per uur rijden, dus het duurde langer dan normaal, maar ach dan geniet je ook beter van de omgeving. Onderweg kwam onze snorkel nog los te zitten, dus die moest Hoite even provisorisch vastmaken. In Swakopmund zou de garage genoeg te doen hebben. Toen we bij Twyfelfontein aankwamen waren we alle vier nog heel erg fit en dachten we dat het beter was om nog even door te rijden naar de Brandberg omgeving, zodat we de volgende dag een kortere rit hadden. Zo gezegd zo gedaan. Aan het einde van de middag kwamen we bij de Brandberg aan in Uis.

We hadden een camping opgeslagen en zijn daar als eerste gaan kijken, echter terwijl we op de camping stonden om te kijken werden we meteen lastig gevallen door allerlei mineralen verkopers, waar we nauwelijks vanaf kwamen. De camping was verlaten en ook de toiletgebouwen waren niet het mooist. We hadden er niet echt een goed gevoel bij. Er was nog een andere camping, maar die had geen goede reviews, dus die hoefde ook niet persé. Bij binnenkomst in Uis hadden we een bord zien staan van een nieuwe camping, dus we wilden die eerst nog even checken. Hij leek gesloten, maar bleek toch open te zijn en toen we daar een kijkje namen waren we meteen verkocht. Het was een kleine camping met bij elke campsite een huisje met een terras met tafel en stoelen, een afwasbak en een buitendouche en toilet. Echt mooi gemaakt. De camping was wat duurder, maar zo mooi dat we ervoor gingen. We waren helemaal alleen, dus we hebben de auto’s bij 1 huisje neer gezet en gebruik gemaakt van twee verschillende badkamers, zodat we wel ieder een eigen badkamer hadden. We hebben snel alles neergezet en zijn toen met zonsondergang bij/in het zwembad gaan zitten, wijntje en wat chips erbij en het was de perfecte zonsondergang. De Brandberg op de achtergrond, die door de zonsondergang helemaal rood werd, wat wil je nog meer. We hebben wraps gemaakt met zijn vieren en heerlijk gegeten. De volgende ochtend werden we al vroeg de tent uitgebrand door de zon, dus we waren lekker vroeg op. Bij de camping zat ook een tea garden, dus we wilden daar een kijkje nemen of we misschien lekker konden ontbijten. Het was echt een heel leuk cafeetje waar we heerlijke pannenkoeken hebben gegeten onder het genot van een lekker kopje thee. Het was echt een gouden plekje. We dachten nog even een extra dagje te blijven, maar vonden toch dat we door moesten naar Swakopmund, waar we ook erg zin in hadden.

Eindelijk even naar de bewoonde wereld. Het zou daar een stuk koeler zijn, drukker, leuke restaurantjes etc. Daar waren we wel even aan toe na weken in de niet geciviliseerde wereld rondgereden te hebben. We wilden nog even douchen na het ontbijt, maar het water was op, dus dat zat er niet meer in. Op naar Swakopmund. De gravelroute erheen was wederom weer prachtig, het veranderde van rotsen in zand, van rood naar wit, dus we keken onze ogen weer uit. Het werd ook steeds frisser. We vertrokken met 38 graden en de temperatuur zakte naar uiteindelijk 18 graden, brrrr. Vanaf het moment dat we bij de kust aankwamen was de weg geasfalteerd, in slechte staat, maar wel geasfalteerd. Doordat er behoorlijk wat wolken hingen was het een triest gezicht. Het was koud, grauw, saai, asfalt kapot en in 1 keer veel meer auto’s. Langs de kust van Namibië liggen meerdere scheepswrakken die aan de kust stranden, zo kwamen we op een gegeven moment het schip Zaila tegen. Een Angolees schip wat 8 jaar geleden gestrand is en nog steeds langs de kust ligt. We zijn er even snel een kijkje gaan nemen, maar we werden meteen omsingeld door allerlei mannen die mineralen aan ons wilden verkopen. Dus we zijn maar snel weer gegaan. Uiteindelijk kwamen we in Swakopmund aan. We zijn hier 8 jaar geleden ook geweest, maar ik herkende er niet veel meer van, Hoite wel wat meer, maar er is wel veel veranderd in de afgelopen jaren. Als eerste gingen we naar de camping om alvast een plaatsje uit te zoeken. De camping is erg mooi, wat een luxe. Het lijkt op een bungalowpark, zelfs de campingplaatsen. Je hebt namelijk bij elke campsite een heel gebouw staan, waar je buiten een heel terras, dak, BBQ en afwasbak hebt en binnen een mooie moderne badkamer. Het lijkt net een hotelkamer met je eigen bed, beter kan niet. Birgit en Stefanie moesten ook naar de garage, maar dan de Landrover garage, dus we zijn elk naar de garage gegaan om daarna boodschappen te doen. We wilden ’s avonds gezellig BBQ-en met vis. Wij zouden de boodschappen doen en zij de vis halen. Bij de Toyota garage konden we gelukkig een afspraak maken voor de volgende ochtend. In Nelspruit hebben we 3 dagen in de garage doorgebracht, maar daar was het net alsof we thuiskwamen zo aardig waren ze daar allemaal. Hier in Swakopmund zijn ze ontzettend onaardig en ongeïnteresseerd. Helaas hadden we geen keus en moesten onze wielen gemaakt worden en we hadden een kleine beurt nodig, omdat we er al 12.000km op hebben zitten. ’s Avonds hebben we een verrukkelijke BBQ gehad, compleet met marshmallows, pompoen, salade en heerlijke vis. Het enige wat een beetje tegenviel was dat het ontzettend koud was. De lange broeken moesten achter uit de lades gehaald worden samen met de truien, sokken en alles wat we maar konden vinden wat een beetje warmte gaf. Zelfs de dekens moesten we erbij pakken. Niet echt mijn ding dus, geef mij maar 38 graden en vele zweetdruppeltjes. Alles beter dan het bibberen van de kou. Maar het was een super gezellige avond. Dat hebben we de volgende dag dus gewoon nog een keer gedaan maar nu met sushi als voorgerecht. Vrijdag middag zijn we het stadje in gelopen en hebben we heerlijk geluncht in Village Cafe, omdat we het ’s avonds best wel koud vonden zijn we ’s avonds heerlijk gaan uit eten. De dagen vlogen om in Swakopmund. De zaterdag was onze laatste dag samen, Wij zouden verder naar het zuiden gaan en Stefanie en Birgit moesten weer terug naar het noorden. Dus we hebben er een gezellige dag van gemaakt en ’s avonds zijn we uit eten gegaan. Op zondag was het helaas tijd om afscheid te nemen, wat vonden we dat jammer. Toen waren we weer met zijn tweetjes. We hadden inmiddels heel wat was verzameld, dus tijd voor een grote wasbeurt. Omdat ik de was niet meer wil laten doen, zijn we op zoek gegaan naar een wasserette waar je zelf kunt wassen. Nou de meiden bij de wasserette waren zo ontzettend onvriendelijk en onbeschoft, dat het een lange 4 uur wachten was tot alles gewassen was. Maar dan heb je ook wat. Gelukkig scheen eindelijk het zonnetje in de middag even, zodat alles kon drogen. Klaar om weer verder te gaan. Op naar het zuiden, en dus helaas ook richting huis.

Onze kampeerplekken:

Na een aantal weken zonder goede wifi, nu dan eindelijk een update.

Op dinsdag 7 februari waren we dus erg benieuwd hoe we de tent in zouden gaan pakken, nat of droog, omdat het dag en nacht daarvoor zo hard had geregend en het pas net droog was. Helaas was de tent nog niet droog, dus we hebben al het beddengoed eruit gehaald en in de auto gelegd en de tent ingepakt. Op naar Etosha.

Etosha is een Nationaal Park waar we 8 jaar geleden met de overland truck ook geweest zijn. Toen hebben we bijna geen dieren gezien, dus we hoopten die dag meer geluk te hebben. En geluk hadden we, niet met de dieren die we graag wilden zien, zoals cheetahs en luipaarden, maar we hebben wel dieren gezien die we tot nu toe nog niet gezien hadden, zoals de gemsbok, rood hartebeest, baby wildebeesten, flamingo’s, zwarte neushoorn (zeer zeldzaam en bedreigd), witte springbokken (tot nu alleen de bruine gezien) en als toetje 1 leeuw. Dat kan wel een geslaagde dag genoemd worden. Bij de entree van het park hing een waarschuwing voor mond & klauwzeer, dus we wisten dat we controle zouden krijgen bij de gate naar buiten toe. Net voor de gate hebben we dan ook het vlees uit de diepvries gehaald en in de auto verstopt. 1 Gehakt hebben we laten liggen. Bij de uitgang werd ons verteld dat we geen vlees mochten mee nemen, dus ze wilden de koelkast checken. Omdat we maar 1 gehakt bij ons hadden mochten we het uiteindelijk toch meenemen.

Na Etosha hadden we 3 campings die we wilden checken, de eerste was een mooie lodge, maar een vreselijke campsite in de bush, de tweede was erg duur en er was nergens beschutting tegen de regen, die snel zou losbarsten, dus we gingen naar de derde. Dit was een mooie groene campsite bij een boer op het erf, met mooie badkamers. Al snel na het uitklappen van de tent begon het weer hard te regenen, maar dit keer konden we schuilen in het keukentje naast onze plek, dus we zaten heerlijk droog. Het warme water moest door vuur gestookt worden, dus dat kwamen ze snel doen. ’s Avonds toen ik onder de douche stond viel de stroom uit, daar sta je dan in het pikkedonker. Gelukkig kon Hoite snel onze hoofdlampen aanzetten, zodat we nog iets zagen. Best romantisch toch, net alsof je met kaarslicht aan staat te douchen. ’s Nachts was het minder romantisch omdat we op muggenjacht moesten. Dachten we de mug gedood te hebben, werden we later weer wakker van een andere mug, zo hebben we er ’s nachts 4 gevonden. Helaas hebben we geen idee hoe ze telkens binnen komen, we hadden er eerder nooit last van gehad. De laatste tijd komen er allerlei ongedierte de tent in, maar hoe?

De volgende dag scheen de zon een beetje, dat was lang geleden. Omdat we niet meer gewend waren om ons in te moeten smeren, ben ik natuurlijk weer erg verbrand. De camping was bij een boer op het erf, dus er waren allerlei dieren die overdag over de campsite liepen, zoals honden, geiten, koeien en kalfjes. De boerderij ligt dicht bij Etosha en omdat de hekken rondom Etosha niet zo goed zijn, ontsnappen er geregeld wilde dieren. Deze wilde dieren vallen het vee van de omliggende boerderijen aan. De boeren hebben geprobeerd om de wilde dieren terug te brengen naar Etosha, maar omdat ze geroken hebben aan makkelijk eten ontsnappen ze steeds weer. In Etosha zelf moeten ze echt op jacht terwijl het vee een makkelijke prooi is. Vandaar dat de boer van deze boerderij ze op zijn land laat wonen, zodat ze niet meer kunnen ontsnappen. Uiteraard staan er ook hekken omheen, maar de ruimte is redelijk groot, circa 1000 hectare. Inmiddels hebben ze 4 cheetahs, 2 luipaarden, 2 leeuwen, 4 karakals, 1 jackal, 1 genetcat, 2 stekelvarkens en 1 struisvogel naast het normale vee.  De cheetahs, jackal, genetcat en stekelvarkens hebben we gezien, de leeuwen hebben we gedurende de nacht gehoord. 's Avonds konden we genieten van 1 van de mooiste zonsondergangen ooit.

Op 09.02 gingen we verder naar onze volgende stop, Kamanjab. Kamanjab zelf was niet het doel, maar we moesten ergens halverwege stoppen en in Kamanjab was camping Oppi Koppi. Daar gaan veel overlanders heen, omdat het een erg mooie en gezellige camping is. Dus dat vonden wij ook een mooie tussenstop voor en nachtje op onze doorreis. De route erheen was erg mooi, alleen maar zand. Namibië heeft ontzettend veel wegen, omdat het land zo enorm uitgestrekt is, maar een klein percentage (9%) is geasfalteerd, dus de rest zijn gravel en zandwegen. Het dorpje Kamanjab is niet echt een bijzonder mooi dorp, maar je hebt er wel alles, zoals een supermarkt en tankstation, dus dat is het belangrijkste. Echter is het overal erg moeilijk om verse groente en fruit te vinden en als je het vindt is het meestal in slechte staat. Wij hebben dan ook voor de zekerheid wat blikgroenten en fruit bij ons, beter iets dan niets. De camping Oppi Koppi was als een oase in de woestijn. Mooie campingplaatsen met een eigen huisje met wasbak en zonnedak, tafel en bankjes. Daarnaast was het kamperen gratis. De eigenaren komen uit België/Nederland en zij hebben het motto, gratis kamperen, maar kom een drankje en hapje doen in onze bar en restaurant. Toen we net stonden kwamen er naast ons nog 2 overlanders staan. 1 Zwitser en 2 Duitse meiden. We raakten aan de praat en hebben ’s avonds gezellig met zijn allen in het restaurant gegeten. Wat een heerlijkheid, gratis kamperen, niet hoeven koken, Hoite kon lekker pizza eten en we hadden nog gezellig gezelschap ook. Het klikte zo goed met Stefanie en Birgit, dat we i.p.v. 1 nacht 4 nachten zijn gebleven. Zij vonden Rummicub ook erg leuk, dus dat was al snel de hoofdtaak van de dag, veel Rummicubben. Omdat er ook een wasservice was en we nodig onze handdoeken moesten wassen hebben we ook de was weggebracht. Ik ben daar normaal niet een grote fan van en doe veel liever mijn was zelf. Als er geen machine in de buurt is, dan op de hand als ik het maar zelf kan doen. Maar de buren hadden de was gedaan en alles was schoon en rook lekker, dus ach waarom niet. Nou dat hebben we geweten. De machines waren kapot, de wasdames hebber er teveel waspoeder in gedaan en waarschijnlijk alles veel te heet gewassen. Toen we de was op gingen halen was alles verkleurd, nog deels nat en de was plakte. Ze hebben alles nogmaals in de wasmachine gedaan om de was nog een keer uit te spoelen, maar hierdoor is de stof kapot gegaan. Waardoor we nu dus met beddengoed, handdoeken en washandjes zitten die er voorheen als nieuw uitzagen en nu wel 50 jaar oud lijken. Dikke pech dus en precies de reden waarom ik dus altijd zelf wil wassen, als er dan iets mis gaat heb je het tenminste nog zelf gedaan.

Na 4 nachten moesten we toch echt wel weer verder, want we hadden nog wel genoeg tijd, maar we wilden ook nog heel veel zien en doen. Omdat het zo goed klikte met het Duitse stel besloten we om een 4x4 route samen te gaan rijden via Palmwag en richting Warmquelle en de hotsprings daar. We zouden dan bij de hotsprings overnachten. De omgeving moest prachtig zijn en er lopen olifanten, leeuwen en allerlei ander wild echt in het wild rond, zonder hekken eromheen.

Onze kampeerplekken:

1 Comment

Inmiddels zijn we al 3 weken in Namibië, maar wifi is erg schaars hier, dus onze blogs lopen een beetje achter. We beginnen bij het begin.

In Namibië zagen we gelijk de meest armoedige dorpjes, erger dan we tot nu toe hadden gezien. Nu is de grensstreek nooit de beste streek, maar dit was wel echt heel armoedig. Wat ook opviel was dat het allemaal kleine dorpjes waren, met kleine armoedige hutjes. Wat ook opviel was dat er nergens afval lag. Dit is in Zuid-Afrika bijvoorbeeld wel anders. Ook zagen we ontzettend veel jonge kinderen. Ze doen hier duidelijk niet aan geboortebeperking. Toevallig reden we er net tijdens het uitgaan van de scholen en zagen we dan ook honderden kinderen langs de grote weg lopen van school terug naar hun dorpje. Ook stonden er langs de weg verkeersborden, Let op Olifanten of Wilde honden of koeien. In Europa is het ondenkbaar dat de kinderen zonder begeleiding gewoon langs de weg lopen, terwijl ze allerlei wilde dieren tegen kunnen komen. Maar dit is Afrika hier werkt alles anders.

We moesten nog lunchen, dus we stopten bij een picknick plaats, waar wel een groot bord staat dat uit de auto stappen op eigen risico is i.v.m. de wilde dieren. Heel relaxed sta je dan niet je broodje te smeren, ook zit je niet relaxed een plasje te doen. Dus de een plast en de ander staat op wacht. Terwijl ik de broodjes smeerde hoorde ik in 1 keer iets naast me en toen ik opkeek zag ik iets achter de boom weg schieten. Hoite had het niet gezien, dus we wisten niet wat het was, later bleek het een wild zwijn te zijn, altijd beter dan een olifant.

Na 3 uur kwamen we aan bij Namusasha Lodge net voorbij Ngonga. De camping waar we met Herman & Janet hadden afgesproken. We moesten een lang zandpad rijden en Hoite zei nog dat ie een vers autospoor zag. Bij de gate zagen we dat Herman & Janet net 5 minuten eerder aan waren gekomen. Bij de receptie kwamen we ze tegen, dat was een zeer leuk weerzien. De lodge was prachtig aan de rivier Kwando, dus we verwachten veel van de camping. Bij de camping aangekomen zagen we, dat we een enorm stuk grasveld tot onze beschikking hadden met een privé toiletgebouwtje. De campsite was meteen naast de rivier waarin de hippo’s gezellig zwommen. Bij navraag bij de camping bleken de hippo’s vaak aan wal te komen om lekker van het gras te grazen, toch handig om te weten, aangezien een hippo er wel schattig uitziet, maar zodra hij zijn bek open trekt is ie alles behalve schattig. Op naar het volgende onderzoek, hoe zag het toiletgebouw eruit, want wat een luxe je eigen toiletgebouw. Als je warm water wilde, dan moest je zelf een vuurtje stoken, prima dat vindt Hoite wel leuk. Van binnen zag het toilet, de wastafel en de douche er prima uit, alleen een beetje donker (waarschijnlijk expres zodat je alle insecten niet zo goed zag vliegen). Toen we later terugkwamen om naar de wc te gaan, vonden we het belachelijk dat er iemand gebruik had gemaakt van ons toilet en niet eens de moeite had genomen om door te trekken. Echter toen we zelf doortrokken zagen we dat het gewoon het water was. Het water van de wc, douche en wasbak kwam namelijk rechtstreeks uit de naastliggende rivier en was dus ook net zo bruin als de naastliggende rivier. Toch een grappig idee, dat je baddert in hetzelfde water als waar de hippo’s de hele dag in liggen te badderen (poepen en plassen). Omdat het weer begin te regenen zijn we onder het afdakje van het toiletgebouw gaan zitten om een hapje te eten. Na het eten zijn we snel gaan douchen en naar bed gegaan, niet omdat het niet gezellig was maar het stikte van de muggen, dus met name ik werd opgevreten door de muggen. Had er in 1 keer 40 beten bij per voet en zelfs door mijn broek heen hadden ze vele malen in mijn benen gestoken. Nu zijn de muggebeten op zich al erg vervelend want ze jeuken als een malle, maar daarnaast zitten we in zwaar malaria gebied. Ook al slikken we malaria tabletten, dit wil niet zeggen dat je 100% beschermd bent. En wat je vooral niet wil krijgen is malaria. Dus als de antimuggen sprays (ik gebruikte er 3) en alle kleding de muggen niet tegen houdt, dan kun je alleen nog maar veilig naar je tent, waar je beschermd bent door het muggengaas. ’s Nachts hoorden we de hippo’s, maar we konden ze niet zien, dus we wisten niet of ze nu naast ons in het water lagen of naast onze tent stonden te grazen.

De volgende dag was een dag van heerlijk niks doen. Naast de campingplaats van Herman & Janet stond een mooi huisje aan de rivier met keukentje, dus daar hebben we de hele dag gezeten, genietend van het uitzicht, kletsend, schuilend voor de regen etc. Omdat we nu een hutje hadden hoefden we niet meer half in de regen te eten, goede reden dus om de braai weer aan te zetten. Onze laatste avond met Janet en Herman, dat was wel echt jammer. Helaas werden we ’s avonds weer helemaal opgegeten door de muggen en ook de hippo’s klonken steeds zo dichtbij, dat we niet wisten waar ze waren. Daarnaast was het pikkedonker, dus je zag niks. Het was dus alweer vroeg bedtijd.

De volgende ochtend zijn we in de lodge gaan ontbijten en was het weer tijd om nu echt afscheid te nemen van Herman & Janet. Zij gingen terug naar Botswana en waren nu onderweg richting huis en wij gingen Namibië verder in. Nadat we 150 km gereden hadden richting de volgende camping kwam Hoite erachter dat hij bij Namusasha zijn slippers had laten staan, bij het instappen van de auto. Beetje jammer, want 150km was te ver om helemaal terug te rijden. Dus Hoite moest blootvoets verder. Onze volgende doel van Ngepi Camping aan het einde van de Caprivi regio. We hadden op internet gelezen, dat de eigenaren erg grappig waren en hun camping dan ook erg grappig in hadden gericht. Toen we daar aankwamen konden we nog net droog inchecken, maar zodra we op de campingsite aankwamen barste de hemel open en kwam het met enorme bakken water uit de lucht vallen. Toen was de camping niet zo grappig meer, want wat bleek, alle toiletten en douches waren buiten, dus droog plassen ging niet meer. En ook afdrogen na de douche had geen zin omdat je in de stromende regen stond. We hebben daarom de douche maar even overgeslagen en hebben stiekem gebruik gemaakt van het toilet van een huisje iets verderop, omdat daar wel een dak boven zat. Gelukkig was dat huisje die nacht niet verhuurd, dus niemand heeft ons ontdekt. Vanwege de regen lagen we al voor 18u op bed, want er was nergens een plekje om te schuilen. De volgende ochtend waren we dan ook een beetje klaar met Ngepi camp en zijn we gegaan. Een tip voor de volgende keer, ga naar een grappige camping als het mooi weer is, zodat het ook echt grappig is. In Swaziland had ik van iemand gehoord, dat we in Namibië echt naar de Epupa Falls moesten gaan. Toen we aankwamen bij Ngepi Camp zagen we een bordje van de Popa Falls. Omdat Swaziland al een tijdje geleden was, dacht ik oh dat zijn ze daar moeten we naar toe. Dus eerst naar de Popa Falls, dat was een kleine teleurstelling, zie foto.

Onze volgende stop was Rundu, een grotere stad waar we boodschappen konden doen en het kruispunt waar je naar het zuiden af kunt zakken, ook een stad met veel drukte, een groot verschil tussen arm en rijk, dus er liepen heel wat schooiende kinderen rond. In Rundu vonden we camping Kaisosi River Lodge. Een mooie groene camping aan de Okavango rivier. Aan de overkant van de rivier zag je Angola liggen. Een deel van het personeel van de camping kwam uit Angola en ging elke dag met een kano van Angola naar Namibië en ’s avonds weer terug. Elke campingsite had een eigen badkamertje, het stelde niet veel voor en was erg klein, maar wel fijn dat je het voor jezelf hebt. Het was zo’n heerlijke plek, dat we er uiteindelijk 6 dagen zijn gebleven. Op de camping woonden ook paarden, geiten, pauwen, kalkoenen, fazanten etc, die kwamen dan ook de hele dag bij de tent om te grazen of eten te jatten.

De eerste weken hebben we zoveel kilometers gereden en zoveel dingen gedaan, dat we nog geen vakantie hadden gehad. We waren wel toe aan even niks doen. Ik had pas 2 boeken gelezen (beiden in Kaapstad), we hadden bijna nog geen Rummicub gespeeld, dus het was tijd voor wat vrije dagen. De eerste dag hadden we prachtig weer, dus heb ik ook maar meteen een was gedraaid, dat was maar goed ook want de rest van de week hebben we de zon niet meer teruggezien. Dat was helaas na 4 dagen ook te merken. We hadden geen stroom meer voor onze koelkast, dus we moesten gaan rijden. We hebben zonnepanelen die ons van extra stroom moeten voorzien, maar als er geen zon is, is er ook geen extra stroom. Dus we besloten op vrijdag om dan maar door te gaan naar de volgende stop. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want toen Hoite de auto wilde starten, startte deze niet meer. We hadden dus niet alleen een lege huishoudaccu, maar ook twee lege startaccu’s. Gelukkig kwam iemand van de camping ons helpen en binnen no time was de auto gestart. Wel moesten we nu een andere oplossing zoeken, want het zag ernaar uit, dat we de zon echt voorlopig niet meer zouden zien, helaas want al mijn bruinsel van de afgelopen weken was alweer aan het slijten. Omdat we naar Afrika zouden gaan en in Afrika altijd de zon schijnt, hadden we bedacht dat we aan 4 accu’s en zonnepanelen wel genoeg stroom zouden hebben, maar als je dan in Afrika komt en je ziet alleen maar wolken of regen, dan houdt het toch een keertje op, dat was dus nu. Gelukkig zaten we in de buurt van een wat grotere stad, dus zijn we naar Rundu gereden en hebben daar boodschappen gedaan en een accu oplader gekocht. Omdat dit uiteindelijk allemaal veel tijd kostte besloten we terug te gaan naar dezelfde camping, daar konden we alle accu’s gedurende de nacht opladen, kijken of het werkte. En ja hoor de volgende ochtend waren ze allemaal weer vol. We bleven nog een extra dagje en zijn op zondag doorgereden naar Roy’s Camp, net voor Grootfontein.

Onderweg naar Grootfontein kwamen we bij de vleescontrole post tegen. Blijkt dat ze een mond en klauwzeer uitbraak hebben in het noorden van Namibië en dat betekende dat er geen vlees van het noorden naar het zuiden gebracht mocht worden. We hadden die ochtend net boodschappen gedaan en weer een hoop vlees ingeslagen, dus we baalden goed. We moesten de koelkast openen en de diepvries en er werd ons verteld dat we het vlees in moesten leveren. Na een hoop gelul was het ok als we een kwart afgaven en de rest mochten we dan houden. Tja, hoe geloofwaardig is het dan nog? Het is alles of niets toch? Maar goed, wij waren allang blij dat we niet alles kwijt waren. Toen we bij Roy’s camp aankwamen waren we weer alleen op de camping, dat gebeurd nogal eens tijdens deze reis. Hel veel mensen komen we niet tegen, dit omdat het ondanks de zomer ook regenseizoen dus laagseizoen is. De winter is hier het hoogseizoen en dat terwijl er niet eens sneeuw ligt. Roys camp was leuk aangekleed met leuke en grappige details, veel oude verroeste auto’s die als versiering werden gebruikt. Het was een echte bush camp, dus geen gras, wel struiken en zand. Het toiletgebouw was donker en daardoor onaantrekkelijk. Je ziet namelijk niet of iets schoon is en je hoort de insecten maar ziet ze niet. De laatste tijd is het een race tegen de klok, bij aankomst op een camping moeten we snel alles neerzetten, koken en zorgen dat we voor de regenbui alles opgeruimd hebben. Ook hier weer, er brak een denderend onweer uit en het onweer hier is niet zoals bij ons thuis. Je ligt echt te trillen in je tent, zo hard is de donder, het laat de hele auto bewegen. Terwijl we in de tent lagen, wederom lekker vroeg vanwege de regen, waren we beiden een filmpje op onze iPad aan het kijken tot Hoite riep dat er een spin in de tent zat. Nou ik kan wel vertellen, dat een spin in de tent voor mij hetzelfde is alsof er een olifant in de tent zit. Mijn bril was ook in 1 keer verdwenen, dus je ziet met je schele ogen iets bewegen, maar je kunt het niet echt zien. Omdat de spin bij de ingang zat was naar buiten gaan ook geen optie. Hoite kon er alleen maar om lachen, maar ik dus niet. Gelukkig had Hoite hem na een heeeeele lange tijd te pakken en in een plastic zakje gevangen. Gelukkig, de olifant was opgeruimd.

In de buurt van Grootfontein ligt een hele grote meteoriet, die 80.000 jaar geleden op aarde is gestort. De meteoriet meet 3m bij 1m en weegt ca. 50 ton. Hij bestaat uit 82% ijzer, 16% nikkel en verder allerlei andere soorten metaal. Het is de grootste meteoriet op aarde waar mensen weet van hebben. Dus erg bijzonder om te zien. Het is een kolossaal blok ijzer en dat zweeft dan rond onze aarde tot het op onze aarde terecht komt eens in de zoveel jaar.

Na de meteoriet zijn we naar Tsumeb gereden, daar wilden we naar een museum over de Eerste Wereldoorlog. De Duitsers hebben hier toen ook gevochten. Tegen de tijd dat ze in de gaten kregen dat ze zouden verliezen hebben ze al hun wapens, zoals kanonnen in een diep meer gegooid, zodat de Engelsen er niet mee vandoor konden gaan. De Zuidafrikanen hebben langzaam heel wat wapens uit dit meer kunnen halen, maar sommige kanonnen liggen wel op 70 meter diepte. Het museum bestond ook uit de geschiedenis van alle stammen die nu nog in Namibië leven, dus dat was ook wel interessant. Zodra we het museum uitliepen begon het te regenen, wat snel overging in stortregenen. Snel dus maar naar de camping om de tent op te zetten. De camping was prachtig Kupqueller Resort en ook de badkamers waren erg mooi, zo mooi hebben we ze niet eerder gezien. We stonden op een mooi grasveld, echter hadden we niet in de gaten toen we de auto neerzette, dat als er veel water viel, dat het mooie grasveld dan een mooi moeras zou worden. Daar kwamen later achter toen we naar de badkamer rende om te douchen. Dat rennen ging niet zo makkelijk, dat is hetzelfde als schaatsen op water.

Omdat het de volgende dag ook volop zou blijven regenen in Tsumeb besloten we om de volgende ochtend vroeg te vertrekken naar Etosha. Erg jammer want de camping was zo mooi, hier hadden we wel langer kunnen blijven.

Onze kampeerplekken:

2 Comments

De grensovergang van Zimbabwe ging weer soepel en dit keer ook snel. De douanebeambte herinnerde zich ons nog. Bij de grens van Botswana ging ook alles goed tot ze onze auto kwamen controleren. Voor de douane hing een bord, dat je geen vlees, groenten en fruit het land in mocht nemen. Wij hadden voor we Zimbabwe ingingen boodschappen gedaan, omdat er in Zimbabwe niks te krijgen zou zijn. Maar omdat we uiteindelijk een stuk korter in Zimbabwe waren gebleven was nog lang niet alles op. De douanebeambte van Botswana vroeg ons de koelkast open te doen en wees ons meteen op het vlees wat de grens niet over mocht. Ook al was het in Botswana gekocht. Heel zachtjes fluisterde hij, dat het niet mocht maar als we iets voor hem hadden dan was het ok. Op zo’n moment reageer je helaas snel door iemand iets te geven, terwijl je achteraf denkt, we hadden alles gewoon af moeten geven, want dit is pure omkoperij. Maar je denkt op dat moment dat het zo zonde is om al dat vlees gewoon weg te gooien. Je kunt het ook niet meer terugdraaien, want je zit zelf ook fout. Dus het enige wat je dan doet is balen.

In Kasane wilden we eerst gaan tanken, maar alle diesel was op, dus dat moesten we overslaan tot de volgende keer. Daarna gingen we naar het winkelcentrum, eindelijk vonden we een telefoonwinkel Orange waar we een simkaart konden kopen. Dat kostte ruim een uur, voordat alles geregeld was, omdat de kaart gekocht moest worden bij Orange, het beltegoed bij de supermarkt Spar en dat moest weer omgezet worden in internet bij Orange, heerlijk op zijn Afrikaans dus. Op naar een camping. We wisten nog niet waar we heen wilden, maar we hadden een lijstje van 3 campings ie we wilden checken. Omdat we een paar dagen wilden blijven wilden we wel een ok camping. De eerste camping was de Thebe River Lodge. Hier hadden we 8 jaar geleden ook met de overland truck gestaan. De tweede waar we gingen kijken was een super mooie lodge (Chobe Safari Lodge), maar de camping viel erg tegen. De derde was prachtig, met per camping site een eigen toiletgebouwtje. Echter was hier sinds een maand niemand meer geweest en ook nu stond er niemand. De eerste camping voelde het beste aan, dus daar gingen we naar terug.

We zijn hier 3 nachten gebleven, niet omdat de camping zo fantastisch was, maar omdat we toe waren aan een paar vrije dagen. De camping ligt aan de Chobe rivier, waar ook nijlpaarden in zaten, dus die hoorde je de hele dag brommen, gelukkig zat er een elektrisch hek rondom de camping dus ze konden de camping niet op. Er zaten ook ontzettend veel insecten op deze camping, dus de toilet en douche sessie was elke dag weer een heel avontuur. Je kwam van alles tegen, torren (die alle kanten opvliegen), dungbeetles (die altijd op je hoofd schijnen te landen), muggen (die mij altijd weten te vinden), spinnen (hele grote die ook mij altijd weten te vinden) en zo kan ik nog even doorgaan. Het stikte ervan. Gelukkig konden we de badkamer delen en kon Hoite mijn douchehokje altijd insectenvrij maken, zodat ik ook daadwerkelijk kon douchen. Na 3 dagen van Rummicubben, lezen, wassen, relaxen etc. was het tijd om te gaan.

We zouden Herman & Janet treffen in Linyati een ander deel van het Chobe NP. Dus wij wilden via het park naar een andere uitgang rijden waar we ze dan zouden treffen. Echter werden we ’s ochtends door Herman gebeld die ons vertelde dat het hele Chobe park zowel Savuti als Linyati onbegaanbaar was door alle regen. Je deed 4 uur over 15 km en veel mensen hadden al vastgestaan in de modder. Nu is dat niet zo erg, maar je staat midden in een wildpark met wilde dieren, dan wil je niet graag de auto uit moeten om deze uit de modder te halen. Het bovenste gedeelte Chobe Riverfront was dus het enige deel waar je wel goed kon rijden. We besloten dan ook, dat wij die dag het Riverfront zouden doen en Herman en Janet dan wel in Namibië zouden treffen. Wij zelf wilden die nacht in Mwandi View campsite slapen bij de Ngoma gate van Chobe. Dus we gingen er bij Kasane in bij de Sevuvu gate. Wat we bij die gate zagen vonden we lichtelijk raar, de toiletten waren namelijk betaald door de Europese Unie, daar gaat dus het ontwikkelingsgeld heen, om toiletten bij de Nationale Parken aan te leggen. De eerste kilometers in het park zagen we weinig, maar toen we bij de rivier aankwamen liep er van alles rond. We zijn daarom langs de rivier blijven rijden, omdat het leek alsof alle dieren daar waren. Op een gegeven moment waren het heel veel olifanten en ze kwamen overal vandaan, uit de bosjes, uit het water. Elke keer was het even schrikken, omdat je dan in 1 keer naast een olifant reed die achter de boom stond te eten of net de weg over wilden steken om zich bij de groep te voegen. We reden rustig door tot er voor ons een olifant woest onze kant op kwam en niet van de weg af ging. We hadden op dat moment 2 opties. Of doorrijden recht op de boze olifant af of zo’n 5 km terugrijden en van de rivierweg af gaan en de bush weg op. We kozen voor het laatste. Echter wisten we dat we ook daar veel olifanten tegen zouden komen en dat gebeurde dan ook. Inmiddels hebben we heel veel respect voor olifanten gekregen. Ze zien er zo lief uit, maar ze zijn toch best wel gevaarlijk. Kom vooral niet bij een vrouwtje met een kleintje in de buurt of bij een mannetje in Musth (wanneer hun hormonen beginnen op te spelen). Op een gegeven moment moesten we stil staan omdat er een kudde olifanten overstak en laten we nu precies stil komen te staan naast een vrouwtje met een heel klein baby’tje onder haar benen. Dan begint het wel warm te worden in de auto hoor. Maar gelukkig ging alles goed en konden we weer doorrijden. Iets verderop kwamen we een groepje buffels tegen. Buffels zijn over het algemeen niet heel agressief, behalve as ze alleen zijn of zich bedreigd voelen. Voor een groepje buffels zijn we dan ook niet bang, maar toen we ietsje verder reden bleek het groepje iets groter te zijn. De groep stak net over vanaf de rivier het bos in en we lieten de eerste voorgaan, tot we zagen dat de groep dus iets groter was. Als we daarop moesten wachten, dan zouden we nog een uurtje staan te wachten, want het waren maar liefst een stuk of 800 a 900 buffels bij elkaar, die allemaal tegelijkertijd over wilden steken. Wij zijn er heel langzaamaan tussen gaan rijden en na 15 minuten waren we er gelukkig voorbij. Op dat moment kijk je elkaar wel even aan en denk je oeps dat was spannend. Gelukkig kwamen we daarna snel bij de uitgang aan, dus we konden de gewone weg weer op. Voor vandaag hadden we wel genoeg wilde dieren gezien.

We reden eruit bij de Ngoma gate en 18 km verderop lag de camping Mwandi view. De camping is helemaal nieuw en nog geen jaar open, dus alles zag er prachtig uit. We waren wederom helemaal alleen op de camping, maar dat zijn we inmiddels wel gewend. De camping lag aan de rivier, dus s avonds wilden we de zonsondergang zien. Net op het moment dat de zon onderging begon het kleihard te regenen, dus we bleven in de bar hangen en praatten met de 2 eigenaren. Zij hadden zeer interessante verhalen over de wilde dieren, nadat ze zelf 30 jaar in Botswana hadden gewoond en jarenlang als safari gids gewerkt hadden in Chobe. Later op de avond werd ik opgegeten door de muggen, dus ik besloot alsvast de tent in te gaan. Hoite bleef nog even zitten. In de tent ben ik een filmpje gaan kijken op mijn iPad, plotseling word ik een soort van aangevallen door iets groots, dus ik geef een gil. Het ding vloog in het rond de hele tijd tegen mijn hoofd aan, dus ik gilde nog een paar keer. Ik had alleen niet in de gaten dat ik zo hard gilde, want de drie mannen kwamen aangerend wat er aan de hand was. Oeps toen moest ik natuurlijk zeggen, dat het niks was alleen een groot vliegend insect, die ik inmiddels achter het tentraam gevangen had. Daar heeft ie de hele nacht lopen fladderen en ’s ochtends hebben we hem vrijgelaten. Toen zagen we dat het 1 van die steek insecten was, de naam weten we niet, maar groot was ie wel. Er zijn hier zoveel insecten die we in Europa niet hebben.

Het was dat we met Herman en Janet hadden afgesproken, anders konden we nog wel een dag extra blijven op deze mooie camping. Op naar Namibië. We zaten vlakbij de grens dus we waren er al snel. Het was opnieuw een hele rustige en snelle overgang, dus als snel hadden we Botswana verlaten en waren we in Namibië.

Onze kampeerplekken:

1 Comment

In Pandamatenga hebben we ’s ochtends nog geprobeerd om gebruik te maken van de wifi om onze website bij te werken, maar helaas werkte de wifi nu niet. Op naar de grens van Zimbabwe. De grens van Pandamatenga-Zimbabwe lag op 6 km afstand. We hebben daar eerst gevraagd of de weg wel begaanbaar was, omdat deze direct uitkwam in het Hwange NP. Helaas kregen we te horen dat door de enorme regenval van de afgelopen dagen de wegen zelfs voor 4x4 auto’s erg slecht was. Op dat moment hebben we dan ook besloten om verder te rijden naar de grens bij Kasane, omdat we het risico niet wilde lopen om in Zimbabwe vast te komen staan. In Zimbabwe is de situatie op dit moment namelijk niet zo best. De president Mugabe (90 jaar) leeft als een rijke koning van al het geld van het land, maar het land zelf en dus ook de mensen hebben geen geld meer. Hun eigen munt is al niks meer waard, dus je moet alles in USD betalen, maar iedereen die voor de staat werkt zoals o.a .politieagenten krijgen al maanden niet meer uitbetaald omdat er geen geld meer is. Ook zijn alle tankstations en winkels leeg, dit heeft als gevolg dat de bevolking op allerlei manieren aan geld proberen te komen. En toeristen hebben geld, dus die zijn meestal het mikpunt. Toch wilden we naar de Victoria Falls toe. We zijn hier namelijk al 2 keer geweest, maar beide keren was aan de Zambia kant. De Victoria Falls zijn (samen met de Niagara Falls en de Iguazu watervallen) de grootste ter wereld. De Victoria Falls liggen in Zambia en Zimbabwe en in Zambia waren we dus al 2 keer geweest. De rit naar de grens bij Kasane duurde ca 45 minuten. De grens kruist 4 verschillende landen met elkaar, Botswana, Namibie, Zambia en Zimbabwe. Aan de Zambia kant stond al een enorm lange file. De vrachtwagens kunnen hier tot een week in de rij staan om de grens over te kunnen. Dit komt omdat je met een klein veerbootje de rivier over moet en op deze boot past maar 1 lange vrachtwagen. Ze zijn wel een brug aan het bouwen, maar die is er dus nog niet. Gelukkig stond er bij de grens naar Zimbabwe helemaal niemand. Botswana waren we zo uit. En zodra we bij de grens van Zimbwabwe aankwamen werden we meteen aangehouden door een aantal mannen. We moesten de papieren bij 1 van hen inleveren en dan zou hij alles wel regelen. Omdat we van deze scam gehoord hadden hebben we gezegd dat we hem dan wel bij de douane zouden treffen, zodat ie ons daar kon helpen, je raadt het al, we hebben ze niet meer gezien. Bij de douane zelf waren ze erg vriendelijk en alles ging vrij vlot, tot ze met ons carnet aan de slag gingen. Die man kon maar met 1 vinger typen en alles ging super langzaam. Uiteindelijk kostte dat dan ook 1 uur tot alles geregeld was. We waren gelijk 130 USD kwijt (30 USD pp visum, 30 USD  verzekering voor de auto, 10 USD  wegenbelasting en 30 USD  emissie taks). Het lullige is dat je in zo’n land precies weet waar dat geld heen gaat.

We moesten 45 minuten rijden naar Victoria Falls, dus dat was een kort ritje. Onderweg zijn we niks geks tegengekomen, ondanks dat we gewaarschuwd waren door veel mensen, dat er om de 20 minuten een road block zou staan waar je geheid een bekeuring voor wat dan ook zou krijgen. We wisten naar welke camping we wilden, dus we konden meteen erheen rijden. Toen we net betaald hadden begon het keihard te regenen, wat de camping meteen in een modderpoel veranderden. Ga dan maar eens een geschikt plekje zoeken. In de modder is geen enkel plekje mooi of fijn. Gelukkig kwam 1 van de bewakers ons helpen en liet ons een mooi plaatsje in het gras zien tussen de chalets in. Die waren leeg, dus we stonden er alleen, waardoor we ook het toiletgebouw praktisch voor onszelf hadden. In de regen hebben we de tent opgezet en de luifel uitgetrokken zodat we iets van beschutting hadden. Gelukkig klaarde het daarna weer op. De volgende dag gingen we naar de Victoria Falls, we waren erg benieuwd, omdat we gehoord hadden dat de watervallen in Zimbabwe mooier waren dan in Zambia. In Zambia betaal je 10 USD pp voor de watervallen, hier moesten we 30 USD pp betalen. De watervallen waren prachtig, echter door de vele regenval van de afgelopen dagen/weken zat er veel water in de watervallen. Het water kletterde naar beneden maar kwam daarna in een nevelmist ook weer omhoog. Dit zorgde ervoor dat niet alle uitkijkpunten even goed te zien waren en het zorgde er ook voor dat je kletsnat werd. Foto’s maken was dan ook erg moeilijk. Op een gegeven moment kwam er zoveel water de kant op dat we een poncho aan moesten trekken, later ging het dan ook nog eens hard regenen. Dus water hebben we gezien en veel, heel veel. Aan het einde van de watervallen zagen we de Zambia kant liggen, dat was wel raar, want de vorige keren hebben we aan de andere kant gestaan en dachten we, dat is Zimbabwe. Ook zijn we nog even naar de brug gelopen die Zimbabwe met Zambia verbind. Best gek om hier weer te zijn.

We zijn daarna nog even het dorpje ingelopen en van alle kanten word je belaagd door verkopers, die hun oude briefgeld willen verkopen waar 12 nullen op staan. Er zat ook een restaurantje Lolas Tapas, dit restaurant is van een Spaans stel uit Barcelona, die 5 jaar geleden hier hun tapas restaurant hebben geopend. Als ze het erg druk hebben, dan moeten ze nu rijk zijn, want de prijzen hadden niks met de Spaanse prijzen te maken. Het is duidelijk dat in Vic Falls de toeristen flink uitgemolken worden, want het is ontzettend duur allemaal. Omdat het niet zou gaan stoppen met regenen, hebben we besloten om maar weer terug naar Botswana te gaan de volgende dag. We vonden het jammer om zo kort in Zimbabwe te zijn geweest, maar dit is niet echt het moment om lang door Zimbabwe te reizen. Misschien de volgende keer weer. We hebben in ieder geval nu de Victoria Falls gezien en we hebben een blik mogen werpen op een heel klein stukje Zimbabwe en dat vinden we al fantastisch. De indruk die Zimbabwe bij ons achter laat is dat de mensen die we hebben gesproken, ontzettend vriendelijk zijn, heel erg voorzichtig zijn met wat ze zeggen en dat veel mensen ook wanhopig zijn. Hopelijk gaat het in dit land zeer binnenkort een stuk beter.

Inmiddels zitten we precies op de helft van onze reis door zuidelijk Afrika. Dat betekend dat we nog precies even lang voor ons hebben. De afgelopen 2 maanden hebben we enorm genoten van alles, zowel de leuke als de minder leuke kanten van het kamperen, wat soms echt wel beter kamperen genoemd kon worden. Nu we op de helft zitten hebben we natuurlijk nog eens alles laten passeren en zijn we tot de conclusie gekomen, dat we:

  • 7 landen hebben bezocht
  • 17 grensovergangen hebben gehad
  • Ca. 6500 kilometer hebben gereden
  • Ca. 1130 liter diesel hebben getankt
  • We beiden al minimaal 50 keer langs de weg geplast hebben
  • 30 verschillende campings hebben bezocht en geslapen
  • Veel zon hebben gehad, maar ook heel veel regen (bijna elke dag)
  • Minimaal 10 keer een nat bed hebben gehad door de regen
  • Minimaal 10 keer in de regen onze tent in hebben moeten pakken
  • 6 Bussen anti muggen spray op hebben gemaakt
  • Ondanks de bussen anti muggen spray, heb ik toch al ongeveer 350 muggenbulten gehad
  • Oh ja en Hoite ook ongeveer 5 muggenbulten
  • Hoite al honderden spinnen, torren, sprinkhanen, en heel veel andere insecten voor me heeft weggejaagd
  • Al heel veel olifanten hebben gezien, zo ook veel neushoorns, buffels, antilopen, vogels, insecten en 1 leeuw
  • Al 2 keer uit eten zijn geweest, de rest hebben we gekookt
  • Al heel vaak tegen elkaar hebben gezegd dat we zo'n fantastische auto hebben, omdat ie echt alles kan en ons nog steeds niet in de steek heeft gelaten, hoe slecht de weg ook was of wanneer er niet eens een weg was

En zo kunnen we nog heel veel opnoemen, maar wat onze echte conclusie is, dat we met gemak de komende 2 maanden nog vol kunnen houden. Dus tot de volgende keer!

Onze kampeerplek:

 

1 Comment

 

Op 15 januari zijn we vroeg opgestaan om zo voldoende tijd te hebben voor de grensovergang naar Botswana. We wilden eerst nog naar de supermarkt voor verse broodjes en de laatste boodschappen en mijn horloge stond in een keer stil, dus een nieuwe batterij zou ook fijn zijn. Om 8u stonden we voor de deur (normaal openen ze om 7u), maar we waren even vergeten dat het zondag was, de dagen houden we namelijk niet zo goed meer bij hier. Dus we moesten een uurtje wachten tot we alles konden doen. Om 10u reden we dan eindelijk met verse broodjes en een werkend horloge richting de grens van Botswana. We namen de grensovergang bij Groblerbridge (Martins drift). Dit is normaal een drukke grensovergang, maar misschien omdat het zondag was, was het erg rustig. Bij de grens van Zuid-Afrika hadden we het eerste Carnet probleem. Ze weigerden ons carnet af te stempelen, we gingen weliswaar Zuid-Afrika uit, maar er is een douane overeenkomst tussen Zuid-Afrika + Lesotho + Swaziland + Botswana en Namibië, dit betekende dat ze geen stempel wilden geven want deze douanes horen bij elkaar. Nadat we zeiden dat we wel stempels in Lesotho en Swaziland hadden gekregen kregen we het antwoord dat zij het verkeerd hadden gedaan. Na een lange discussie en allerlei officiële papieren waarin stond dat ze echt een douaneverbond hebben, hebben we het opgegeven en zijn we zonder stempel de grens over gegaan. Ze hebben ons wel heel vriendelijk te woord gestaan. Dat was bij de grens van Botswana wel iets anders. Daar werd het hoognodige gezegd en als je niet meteen antwoord gaf, omdat je ze niet verstond keken ze verveeld rond en praatten ze geïrriteerd met elkaar. We kregen een nieuwe stempel in ons paspoort voor 14 dagen en naar de autopapieren werd niet gevraagd. We kregen we een papiertje mee met het kenteken erop, zonder verdere uitleg.

Toen we langs de controlepost wilden rijden werden we aangehouden, dat papiertje met kenteken was voor de wegenbelasting die we moesten betalen, dit kon alleen in Botswana pula, dus we moesten eerst geld wisselen. Weer terug naar binnen en daar kon Hoite de wegenbelasting betalen samen met de autoverzekering. Voor ons was een Zuid-Afrikaans koppel die bij de controlepost al hun fruit in moesten leveren. Dat werd een fruitlunch voor ze. Wij werden ook gecontroleerd en moesten gelukkig alleen 2 komkommers inleveren. Na de controle raakten we in gesprek met het Zui-Afrikaanse koppel Herman & Janet en besloten we samen met hen naar de volgende camping te gaan. Wij hadden bedacht dat we de eerste nacht op een camping meteen over de grens zouden overnachten, maar het was nog redelijk vroeg (ook al had de grensovergang ca. 2 uur geduurd), dus we vonden het wel leuk om met hen naar Kwama Rhino Sanctuary te gaan. Misschien zouden we nog wat neushoorns spotten. Onderweg stopten we in Palapye omdat we moesten tanken (de tankstations in Botswana zijn schaars dus daar waar het kan, moet je voltanken). Ook wilden we een simkaart kopen, maar alle winkels waren dicht omdat het zondag was, dat was wel even wennen, omdat in Zuid-Afrika wel alles open is op zondag.

De campsite bij Serowe in het Kwama Rhino Sactuary park was midden in het park, dus de mogelijkheid dat de neushoorns bij onze tent zouden komen was aanwezig, maar we hebben ze niet gezien. De campsite was helemaal midden in de bush en dat was ook te merken aan het aantal insecten en vogels. Het toiletgebouw was heel erg donker, vol met insecten en de douches kwamen tot aan mijn schouders. We hebben een erg gezellige avond gehad met Herman en Janet en het werd het latertje. We wilden voor het slapen gaan nog wel even douchen om alle insectenspray weg te wassen, dus Hoite en ik liepen samen naar het toiletgebouw (i.v.m. de wilde dieren) en waren net aan het bedenken of het nou beter was om met licht of zonder licht te lopen toen Hoite in 1 keer een slang voor onze voeten zag glijden. Gelukkig hadden we dus wel licht aan.

De volgende morgen wilden we naar en camping midden in de zoutvlaktes van Botswana. Vanwege het regenseizoen moesten we eerst bellen om te kijken of we er wel heen konden rijden. Als het namelijk te nat is, is het rijden over de zoutvlaktes gevaarlijk, omdat je dan weggezogen wordt in het zout. Het is sowieso verstandig om met meerdere auto’s te rijden, omdat veel mensen gedesoriënteerd raken omdat je alleen maar zout ziet om je heen en de GPS werkt ook niet goed in dat gebied. Je moet dus voor noodgevallen altijd een kompas bij je hebben, zodat die je de weg kan wijzen. Helaas waren de zoutpannen gesloten, dus we moesten over naar plan B. Op naar het Makgadikgadi Pans NP. We reden eerst nog en rondje door het Khama Rhino Sanctuary in de hoop nog wat neushoorns te spotten, maar helaas niet 1 gezien. Herman en Janet hadden alles vooraf geboekt, dus we zijn met hen meegereden naar Tiaans Camp aan de rand van het NP. Tijdens de rit er naar toe hebben we nog langs de kant van de weg gepicknickt. Tijdens de picknick kwam er een familie met ezel en wagen voorbij. Hoite heeft de kinderen een fluitje gegeven en Janet een zakje chips en snoepjes. De kinderen hadden geen idee wat het was, dus moeder moest vertellen dat ze het op konden eten. Snoepjes staan dus niet op hun dagelijkse menu. Tiaans Camp was een erg leuke camping, mooi opgezet met een mooi restaurant en een heel leuk toiletgebouw. ’s Avonds hebben we weer gezellig bij een kampvuurtje gezeten.

De volgende dag wilden we het Makgadikgadi Pans NP in. Hier schijnen veel olifanten en leeuwen te zitten, dus we waren erg benieuwd. Door de recente grote regenbuien was de weg over de rivier (50m breed) een beetje vol met water. Dit betekende dat je door het water moest of je moest gebruik maken van de veerpont, die kostte 300 pula (25€) om alleen even over te steken. Hoite en Herman zijn het water ingegaan om te kijken hoe diep het was en uiteindelijk besloot Herman om gebruik te maken van de pont, omdat hun auto op benzine rijdt en geen luchtinlaat/snorkel heeft. Hoite durfde het wel aan, dus daar ging hij dan. Ik ging lopend door het water om een filmpje en foto’s te maken en Herman erbij in het water, zodat hij aanwijzingen kon geven aan Hoite. Het water was redelijk diep (1,2m), dus het was erg spannend helemaal toen de auto door een kuil zakte en de voorkant volledig kopje onderging, maar hij kwam veilig aan de overkant en nog het belangrijkste, binnen was nog steeds alles droog. Wauw dat was even spannend, we blijven ons verwonderen over wat onze auto allemaal kan.

Op naar de ingang van het park. Daar werden we ontvangen door 2 aardige meiden, die ons vertelden dat we de entreeprijs niet konden betalen, omdat de persoon die het geld in ontvangst nam die dag in Maun zat. Ze zouden wel kijken of ze naar de camping zouden komen later om het geld op te halen. Je blijft je af en toe verbazen hier. We hebben helaas niet zoveel dieren gezien, wel een groepje hippos in het water en op de kant en terwijl we aan de rivier aan het picknicken waren, kwam er een olifant in de buurt om water te drinken. Daarom besloten we na de lunch weer terug naar de camping te gaan en moesten we opnieuw de rivier door. Ook deze keer ging gelukkig alles goed. Wat een fantastische, maar ook spannende belevenis.

 

Na zo’n spannende dag hadden we wel een lekker etentje verdiend vonden we, dus ’s avonds hebben we een heerlijk 3-gangen menu gegeten in het restaurant. Typisch lokaal eten en het was ontzettend lekker, daarnaast was het weer erg gezellig met Herman en Janet. Wat wel een beetje vreemd was, was dat de eigenaar Tiaan en de manager Max bij ons aan tafel aanschoven om mee te eten. Geen idee of dat gebruikelijk is, maar ach.

De volgende ochtend was het tijd om weer door te rijden. Omdat het zo gezellig was met Herman en Janet reden we nog een stukje samen. De eerste stop was meteen al in het dorp bij de bakker. Ze hadden hier heerlijk vers warm brood. Gelukkig was de keus makkelijk, want er was maar 1 soort brood wat je kon kopen, maar heerlijk net uit de oven. Het volgende doel was Gweta. Botswana is bijna net zo vlak als Nederland. Het landschap is dan ook vrij eentonig, omdat alles vlak en groen is. Af en toe rij je een regenbuitje in en dat is dan de enige afwisseling. Tot er in 1 keer een paar olifanten langs de weg liepen. Dat zie je dan weer niet in Nederland.

We kwamen vrij vroeg al in Gweta aan, dus voordat we naar de camping reden, gingen we eerst het dorpje in om daar een kijkje te nemen. Misschien was er wel een tankstation of een telefoonwinkel, maar helaas, dus toch maar naar de camping. Ook bij deze camping werden we verrast door de leuke opzet van de camping, een prachtige receptie en zwembad/bar area. Ook het toiletgebouw was leuk opgezet alleen erg donker en vol met insecten. Dus mijn bezoekjes aan het toilet zijn een avontuur op zich, je bent er nooit alleen en terwijl je zit vliegt er van alles om je heen. ’s Avonds ben ik maar met Hoite mee geweest, naar de mannenkant, zodat hij me van wat sprinkhanen, spinnen en grote vliegende torren kon redden. We stonden helemaal alleen op de camping, dus we konden gaan staan waar we wilden. Bij elke campsite was een Afrikaans hutje/afdakje gebouwd met een BBQ en kampvuur mogelijkheid, dus de braai ging weer aan. Janet had als verrassing ook een heerlijk toetje, dus we hadden weer een enorm gezellig avond. Dag 2 op deze camping zijn wij op de camping gebleven om de route naar en in Zimbabwe voor te bereiden en er moest weer wat gewassen worden. Herman en Janet gingen op pad naar het Nxai Pan om o.a. wildlife en Baobab bomen te spotten. De Baobab boom is een boom met een enorme stam en het lijkt of de boom op zijn kop staat, omdat de takken net de wortels van de boom lijken.

De dag erop was het tijd om afscheid van Herman en Janet te nemen. Zij zouden naar Maun gaan en wij de andere kant op richting Zimbabwe. We vonden het erg jammer om afscheid te moeten nemen, want het was gezellig, maar ook wel veilig, omdat het op dit moment niet heel erg druk is met toeristen zijn we eigenlijk overal alleen, dan is het wel fijn, dat je met nog een ander stel bent.

In het eerste stadje wat we tegenkwamen Nata vonden we eindelijk na 1000km een tankstation, dus snel de tank volgooien, want ook in Zimbabwe is de brandstof erg schaars. We moesten ook pinnen, dus op naar de ATM, echter leek het wel of iedereen in het stadje net zijn salaris gestort had gekregen, want er stond een enorm lange rij voor de pinautomaat, we moesten maar liefst 45 minuten wachten tot we aan de beurt waren.

Ons einddoel van die dag was Pandamatenga, een klein grensplaatsje met Zimbabwe. Onderweg daarheen kwamen we weer allerlei olifanten langs de weg tegen. Zo bizar dat die hier gewoon vrij rondlopen en dus niet in een park met een hek eromheen. In Pandamatenga zijn we meteen naar de camping gereden, Panda Rest Camp. Het zag er allemaal op het eerste gezicht heel goed uit, totdat we de camping op kwamen. Het had uiteraard weer geregend, dus alle kampeerplekken waren nat (lees stonden onder water). Het zitje en de BBQ die bij de kampeerplek hoorden was in niet al te beste staat en ook het toiletgebouw was zeer vergane glorie. Het was oud en smerig, deuren waren door het vocht uitgezet dus er was er geen 1 die dicht kon, laat staan op slot en er vlogen honderden insecten in het rond. Er zijn dus echt wel momenten dat ik even een moppermomentje heb en me afvraag waarom ik kamperen ook alweer leuk vind. Gelukkig vallen deze momenten in het niet bij alle wel leuke momenten en belevenissen. In de reviews hadden we gelezen dat ze in het restaurant pizza’s hadden die erg lekker waren, dus mijn grote pizza fan wilde graag in het restaurant eten. Tot onze verbazing hadden ze er ook nog redelijke wifi, dus we konden eindelijk thuis laten horen, dat we nog steeds veilig en wel in Botswana waren en de volgende dag naar Zimbabwe zouden gaan.

Onze kampeerplekken:

 

1 Comment

In Zuid-Afrika was de bestemming Nelspruit, omdat we hier de grootste kans hadden dat we een nieuwe waterpomp konden kopen en we wilden naar de Toyota garage, omdat onze remmen enorm piepten. Dat is ook maar goed ook, want onze remmen achter waren volledig op, uiteraard door slijtage, maar daarnaast hebben ze flink geleden door het off road rijden en door het modderavontuur in Mozambique. Helaas (of gelukkig) vonden ze nog 2 andere problemen, dus die hebben we ook maar gelijk laten maken. 3 Serieuze problemen, dus we waren blij dat ze ons bij de Toyota zo snel konden helpen. We hebben 2,5 dag in de garage doorgebracht, maar nu is alles weer tip top in orde. Nog even een bezoekje aan de dokter voor een blaasontsteking, die maar niet weg ging en ook de nieuwe waterpomp hebben we gevonden uiteindelijk gevonden met hulp van een hele behulpzame Zuid Afrikaan die ons naar alle mogelijke winkels in Nelspruit bracht. Bij de laatste winkel hadden ze de waterpomp die we zochten. Al met al een 3 dagen lang bezoek aan Nelspruit, maar alles is weer gemaakt.

Na Nelspruit zijn we doorgereden naar Sabie. In de omgeving van Sabie heb je vele watervallen en de Blyde River Canyon (de 3e grootste canyon van de wereld en de groenste van allemaal). De eerste dag in Sabie hebben we een wasdag gehouden, omdat voor de komende week alleen maar regen werd voorspelt en we dus alleen die dag nog konden drogen. Na 4 weken niet wassen (alleen kleine handwasjes) hadden we 5 wasmachines vol. Ook hebben we de website wat bij kunnen werken, maar het internet is overal zo ongelooflijk traag, dat het bijna niet mogelijk is. Dus beetje bij beetje.

’s Nachts ging het enorm hard regenen en het hield niet op. Dus ’s ochtends hebben we in de stromende regen alles in moeten pakken. Het had ook geen zin om te wachten want het zou de hele dag en rest van de week blijven regenen. Dus we gingen toch verder. Deze dag zouden we allerlei watervallen langs gaan en de Blyde River Canyon. Super zonde van het weer, want het is natuurlijk veel mooier met het zonnetje erbij, maar aan het weer is nooit wat te doen, dus we gingen het gewoon proberen. De meeste watervallen waren een eindje lopen, maar het regende zo hard dat dat geen optie was, ook omdat alles glad was. Een paar konden we vanuit de auto zien, zoals de Bridal Veil, MacMac en de mooiste Lisbon. Daarna gingen we naar de Bryde River Canyon, maar die lag volledig verscholen in een hele dikke mist, dus er was niks te zien. Wat een pech.

Voordat we doorreden naar Graskop zijn we eerst naar Pilgrims Rest gegaan, een mijnenstadje die nog in de oude stijl behouden is, erg grappig om te zien. In Graskop zijn we nog een pannenkoek gaan eten bij Harrie’s Pancakes. Dit restaurant is erg bekend zowel bij de toeristen als bij de Zuid-Afrikanen, dus we hadden hoge verwachtingen. Nou lekker waren ze maar zo dik dat we er veel te vol van raakten, wat een calorieën bom, had er een week voor nodig om ze te verbranden.

Die avond sliepen we in Hazyview, een klein stadje dichtbij de ingang poorten van het Kruger NP op camping The Numbi hotel. Een leuke camping met een prachtig hotel. Op de camping stond echter helemaal niemand, dus we hadden het toiletgebouw helemaal voor ons alleen, wat een luxe. We kwamen er gelukkig aan toen het net droog was, dus snel het bed weer uit de tent en drogen maar. Helaas lukte dat niet helemaal dus wederom gingen we ’s avonds ons klamme bedje weer in. ’s Nachts begon het weer te regenen, dus de volgende dag konden we in de regen de tent weer inpakken. Door de vele regen waren de zandroutes in Kruger NP allemaal gesloten, dus we hebben wel wat gezien aan dieren die dag maar helaas maar weinig. Het leek erop dat de wilde dieren ook geen fan van regen waren. We hebben wel veel springbokken gezien, een witte neushoorn in de bosjes en een groepje buffels. Daarnaast ook 1 olifant, die niet zo blij was dat we naar hem keken, dus hij hield ons een tijdje in de gaten tot hij er klaar mee was en dacht...wacht maar even die laat ik wel even schrikken, nou dat is gelukt. Snel een foto maken en wegwezen.

Inmiddels ging onze waterpomp weer sputteren, dus het probleem was helaas niet verholpen met de nieuwe pomp. Het leek erop, dat de pomp het water gewoon niet door het waterfilter gedrukt kreeg, na wat tips uit NL (van Michel) en internet zou het met een drukvat wel goed moeten gaan. Omdat schoon drinkwater toch wel erg belangrijk is, moesten we dus op zoek naar een drukvat. Hoite heeft heel wat telefoontjes gepleegd en eindelijk een winkel gevonden die hem voor ons kon bestellen. Echter zouden we steeds terug gebeld worden, omdat alles uitgezocht moest worden wanneer hij geleverd kon worden etc. Om de dag niet alleen wachtend door te brengen wilden we een tweede poging wagen om de Bryde River Canyon te zien. Het weer was beter, het was droog, dus we hoopten dat we die dag wel wat zouden kunnen zien, maar helaas wederom hing er zo’n dicht mist, dat je helemaal niks kon zien. De canyon blijft dus nog even op ons verlanglijstje staan.

Inmiddels hadden we een telefoontje gekregen van de winkel die het drukvat kon leveren in een winkel in Pietersburg, dus dat werd onze volgende bestemming. Omdat we nog 2 dagen moesten wachten besloten we om nog 2 nachten in Hazyview te blijven en de volgende dag nog een poging in het Kruger NP te wagen, hopelijk konden we dan meer wilde dieren spotten. Toen we terugkwamen van de canyon zagen we dat we buren hadden gekregen, een over land truck van Acacia. 8 Jaar geleden zijn we tijdens onze eerste reis door Afrika ook met Acacia mee geweest en het meest grappige was, was dat we toen met de truck reden met de naam Songwe. Laat nou exact dezelfde Songwe hier op de camping staan (Acacia heeft alle trucks een andere naam gegeven). Zo toevallig en leuk, dus Hoite ging even een praatje met de chauffeur en gids maken en we werden meteen uitgenodigd voor hun dansavond. Ze hadden een lokale dansgroep die avond die de Afrikaanse dans zouden uitvoeren, super leuk natuurlijk. (fotos staan alleen op de telefoon, dus kan ik nu niet uploaden).

De volgende dag in Kruger hadden we mooi weer en zagen we ook veel meer olifanten, buffels, springbokken en andere antilopen en ook een paar nijlpaarden op het land en als cadeautje nog even een leeuw van dichtbij die een buffel aan het opeten was. Dat maakte onze eerste dag helemaal goed. We reden via de Phabeni gate in het zuiden het park in en halverwege bij de Phalaborwa gate er weer uit na vele uren en kilometers rijden. Ook waren de zandroutes weer open, dus het was een geslaagde dag.

Op de camping aangekomen, bleek dat er een wasmachine en droger stonden die gratis gebruikt konden worden, dus het werd een extra feestje, door alle regen van de afgelopen dagen stonken de handdoeken, theedoeken en beddengoed, omdat het steeds nat werd en niet kon drogen. Dus snel alles in de wasmachine en droger en alles rook weer heerlijk, wat kan een mens daarvan genieten, schone was. De volgende dag reden we naar Pietersburg voor het drukvat. Na een nachtje slapen in Pietersburg konden we het drukvat ophalen. We moesten ook de grote boodschappen doen, want na Pietersburg gaan we Zuid-Afrika verlaten en Botswana in en daar zullen we niet heel vaak een goede supermarkt tegen gaan komen. De twee dagen erna in Pietersburg hebben we twee vrije dagen genomen. We zitten goed in de tijd en we hebben nog niet 1 dag wat kunnen lezen, kaarten of rummikubben, dus hoog tijd voor een vakantiedagje. Reizen en kamperen is fantastisch, maar wel hard werken haha.

Onze kampeerplekken: